Het is het jaar 2022, in Frankrijk wordt Mohammed ben Abbes, de leider van een onlangs opgerichte moslimpartij, tot president gekozen, na een overwinning in de tweede ronde op Marine Le Pen. Ook de socialisten en het politieke midden hebben op hem gestemd – om extreem-rechts uit het Elysée te houden. Er is geweld in de straten, waarover de media niet berichten. Daags na de verkiezingen trekken vrouwen hun westerse kleding uit en dragen zij lange jurken over hun broeken. Uit werken gaan ze ook niet meer, geholpen door overheidssubsidies. Er volgt een exodus van Franse Joden. Op de universiteiten worden niet-islamitische docent gedwongen tot een vervroegd pensioen, tenzij ze zich bekeren.

Deze gebeurtenissen vormen het plot van de zesde roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq, getiteld Soumission (Onderwerping). Houellebecq (1958) is een bekend schrijver, ook in Nederland, en beschrijft in zijn boeken vooral het failliet van een westerse samenleving die libertijns en egoïstisch is geworden. Desondanks is zijn werk zeer populair – behalve in feministische en islamitische kringen. Zijn nieuwe boek verschijnt morgen in Frankrijk, en over een week al in een Duitse vertaling. En het leidt nu al tot grote controverses.

Een dergelijke roman, even apocalyptisch, en al evenzeer geschreven voor lezers met een sterke maag, is in Frankrijk al eens eerder verschenen, in 1973. De auteur was Jean Raspail en zijn boek heette Le Camp des Saints (De legerplaats van de heiligen). Het werd in het Engels vertaald, en verscheen in 2011 opnieuw – waarschijnlijk vooral omdat het huiveringwekkende toekomstbeeld dat Raspail schilderde, inmiddels aan waarschijnlijkheid had gewonnen (naar de betreurde J. L. Heldring op 7 april 2011 in zijn column in de NRC constateerde).

Het boek van Raspail gaat over vluchtelingen. Vanuit Bengalen vertrekt een vloot van honderden roestige schepen naar Europa. Aan boord bevinden zich een miljoen mensen op zoek naar een beter bestaan. Ze landen in het zuiden van Franrkijk, aan de Rivièra. Ze worden aanvankelijk hartelijk welkom geheten. ‘Wij zijn allen Bengali!’, roepen de idealisten. Maar de bewoners van de Midi vluchten al snel naar het noorden van Frankrijk. Linkse mensen trekken zuidwaarts om hun solidariteit met de vluchtelingen te betuigen, maar vallen óf in handen van criminele bendes, of worden door de ontscheepte massa’s onder de voet gelopen. En vanwege de stank die de massa’s vluchtelingen verspreiden vluchten ten slotte ook de laatste in leven gebleven linkse idealisten.

Het boek is een aanklacht tegen de ‘diepe corrosie van de intellectuelen van toen, wie het praktisch onmogelijk was een waarheid te ontdekken, zich die zelfs voor te stellen, die zich voor hun ogen openbaart’. Een schijnheilig onvermogen onder intellectuelen dus om een werkelijkheid te zien die niet strookt met hun ideologie.

Is het boek van Houellebecq ook zo’n aanklacht?. In een uitgebreid interview met The Paris Review typeert hij zijn boek als politieke fictie. Op welke partij moet een moslim stemmen?, zo vroeg hij zich af. Niet op rechtse, of erg rechtse partijen want die hebben een hekel aan hem. Niet op links, want een moslim is conservatief, ‘denk alleen maar aan het homohuwelijk’. In deze onmogelijke situatie richten moslims een eigen partij op. Dat die partij al over zeven jaar de nieuwe president van Frankrijk gaat leveren, is inderdaad wat onrealistisch, geeft Houellebecq toe. Moslims moeten eerst hun onderlinge verdeeldheid overwinnen, en er moet een uitzonderlijk virtuoos politiek leider komen om de partij te doen groeien en te laten zegevieren. Maar het kan, al duurt het misschien niet een paar jaar maar enkele decennia, zeker in landen waar autochtonen zich tot de islam bekeren en zo’n moslimpartij dus voor veel meer mensen aantrekkingskracht kan hebben dan alleen voor moslims.

En bovendien, denkt Houellebecq, heeft iedere samenleving religie nodig, en omdat alle oude religies, zoals het Rooms Katholicisme, zichzelf overleefd schijnen te hebben (omdat ze te lang misbruikt zijn), is de islam ‘een beeld van de toekomst’.

Het boek is geen provocatie, bezweert Houellebecq. Het is niet bedoeld om mensen op hun zenuwen te werken. ‘Ik vat een ontwikkeling samen, die in mijn ogen realistisch is’.

Het is toch te hopen, eigenlijk, dat een boek als dat van Houellebecq mensen wel op hun zenuwen gaat werken. We herinneren ons Thilo Sarrazin nog die in 2010 het boek Deutschland schafft sich ab (Duitsland heft zichzelf op) publiceerde, ook al een boek over massa-immigratie, en die de hele ‘weldenkende wereld’ over zich heen kreeg. Het wordt nu toch echt eens tijd dat politici en intellectuelen hun onwil en onvermogen overwinnen om de werkelijkheid onder ogen te zien, juist als die niet strookt met hun rossige ideologieën.

Beeld cc: Mark Knobil