Dat ik in Nederland geboren ben, is pure mazzel. Ik heb het nergens aan verdiend, er niet mijn best voor gedaan, ik kwam toevallig hier ter wereld en groeide op in vrede, welvaart en veiligheid. Dat iemand in een instabiel gebied het Midden-Oosten of Afrika ter wereld komt, is pure pech. Het is niet zijn schuld, hij heeft het niet verdiend en zo iemand groeit op in oorlog, armoe en gevaar. Als zo iemand überhaupt opgroeit, misschien had ik ook al lang voor mijn zevenendertigste het loodje gelegd als mijn wieg elders stond.

Is dat oneerlijk? Heel oneerlijk.

Maar ik weiger me er schuldig over te voelen. Het is niet mijn verdienste dat ik in een rijk land geboren ben, maar ook niet mijn schuld. Dat die rijkdom te danken is aan het uitbuiten van armere landen is al evenmin mijn schuld. Ten eerste valt er wel wat af te dingen op dat frame, dat Het Westen eerst de hele wereld leegroofde en nu weigert de buit te delen, maar dat is weer een andere discussie. En ten tweede, zelfs als dat zo zou zijn, ik kan het niet helpen dat mijn voorouders slaven hielden en koloniën plunderden. Dit is niet mijn erfzonde, vriend.

De onaangename conclusie is, dat de wereld geen rechtvaardige plaats is. “Zo is het nou eenmaal” is een cynisch en gemakzuchtig argument, daaraan zal ik me niet bezondigen. Het zou fijn zijn als mensen, zowel individueel als op regeringsniveau, nadachten over manieren om armoede, oorlog en fanatisme uit te bannen. Even cynisch en gemakzuchtig echter, zijn mensen die denken dat er simpele oplossingen bestaan voor complexe problemen.

Iedereen zou willen dat alle mensen op dees Aard’ zo konden leven als wij in het vrije westen. Maar we weten ook dat ons continent openstellen voor iedereen die daar behoefte aan heeft, niet leidt tot een betere verdeling van de welvaart. Dan worden we gewoon met ons allen armer, onveiliger en ongelukkiger. Ik zeg u eerlijk, dat wil ik niet. Dat mag u asociaal vinden en onrechtvaardig. U mag daar moreel verontwaardigd over twitteren dat ‘wij alles hebben en zij niets’. Ik zal u geen ongelijk geven. Dat is een feit en dat is mooi klote, want echt, helemaal niemand vindt het leuk dat mensen creperen van de honger. U bent daar niet uniek of zelfs bijzonder moreel hoogstaand in.

Punt is alleen, dat het alternatief van de hele wereld een armoeiige, gewelddadige klotezooi zou maken. Zet de grenzen open en dan hebben we het in no time overal allemaal even kut. Als we iedereen aan boord van de sloep hijsen, eindigen we met ons allen op de zeebodem want het ding zal omslaan. Dat is gelijkheid en solidair enzo, maar daar heeft niemand wat aan. Dat willen wij, geboren in rijkdom en vrede, niet. Ook de mensen die zich zo opwinden over de ongelijkheid in de wereld zullen, als puntje bij paaltje komt, eieren voor hun geld kiezen. Het is gemakzuchtig en cynisch om te pleiten voor een grote of zelfs onbeperkte instroom van mensen die het slecht hebben, omdat dat toch nooit gaat gebeuren. En omdat áls dat gebeurt, u in no time spijt als haren op uw allengs minder weldoorvoede hoofd zult hebben van uw ‘humane’ standpunten. U komt wel reuze betrokken en correct over als u larmoyante betoogjes houdt over het leed van de wereld, maar u zult lelijk op uw neus kijken als u er tot uw oksels in staat.

We moeten helpen waar we kunnen, er valt nog veel te verbeteren en ons neerleggen bij het feit dat je geboorteplaats bepaalt of je voedsel en veiligheid hebt, is geen optie. Blaten dat wie weigert West Europa door ongebreidelde immigratie naar de tyfus te laten gaan, een viezevuile harteloze racist is, is ijdele zelfoverschatting. Fuck you. Dergelijke fatsoenlijke standpuntjes zijn intens laf. Het is een stuk moeilijker en ongemakkelijker om te erkennen dat wij de wereld maar marginaal kunnen verbeteren. Het is akelig om toe te geven dat wij niet met ons allen naar de gallemiezen willen, ook al zijn wij door niets anders dan pure mazzel in het goede deel van de wereld geboren. Nee, dat is niet eerlijk. Maar nog altijd eerlijker dan gratuit wensdenken, andere mensen veroordelen op hun wens om Europa vredig en welvarend te houden, en zelfs wanneer je alleen bent en in de spiegel kijkt, niet durven zeggen: ik heb ook maar geluk gehad, maar ik wil dat verdomd graag zo houden.