Belofte maakt schuld: vandaag een column over katten. Omdat we ook eens uit-geCharlied raken en die klote-fundamentalisten, daar hebben we morgen en volgende week ook nog wel last van dus de vrijheid van meningsuiting ga ik nu eens gebruiken voor een gezellig onderwerp. Katten dus. Die komen ook niet met kalasjnikovs of messen verhaal halen als je iets onwelgevalligs over ze schrijft, dat is een van hun vele pluspunten.

Katten zijn eigenlijk het tegenovergestelde van terroristen: je kunt alles tegen ze zeggen, mits op een toontje alsof men tegen een baby praat, en ze zullen zich spinnend om je enkels kronkelen. Vrijwel iedereen houdt van ze. Ze hebben nul principes, en hoereren zich aan wie ze maar wil aaien en/of brokjes geven. Hun aanwezigheid verbroedert, op de sociale media zie ik gezworen fittie-vijanden verenigd in het uitwisselen van pluizige poezenplaatjes en koddige anekdotes over hun katten. Wil je de boel bij mekaar houden: post een foto van een kat.

Niet dat ze helemaal geen terroristische inslag hebben. Alle poezenvrouwtjes (ja het zijn vaker vrouwen dan mannen) worden meestal tamelijk geterroriseerd door hun katten, alleen zijn de feliene vriendjes meesters in het kweken van Stockholmsyndroom: hoe veel plassen kots ze ook naast je bed deponeren, bankstellen ze aan vellen krabben en allergische vrienden ze verjagen, de liefde voor kattebeesten is onvoorwaardelijk. Monter scheppen we kleverige bonken pisverzadigd grit uit de bak, lopen we rond in outfits van top tot teen bedekt met kattenharen en lepelen we slachtafval dat ruikt naar ranzige pate in personalized bakjes met de naam van poes erop.

Dit alles soms tot enig ongenoegen van de omgeving. “Godverdomme die kutkat van jou heeft in mijn tas gepist/ aan mijn lunch geknaagd/ me gekrabt/ mijn plant uitgegraven/ dat mooie beeldje gemold/ AL zijn losse haren in de schone was gedeponeerd/ een dierenartsrekening van twaalfhonderdveertien euro!1!1!1!!” En dit is slechts een beperkte selectie van bittere verwijten die elke kattenvrind in de gemiddelde achttien jaar dat zo’n besnorhaarde Mussolini leeft weleens te horen krijgt. Ik had ooit een kat die secondewijzers van klokken lustte, en de koelkast openbrak teneinde de groentela te plunderen. Heus eerlijk waar.

Toch is onze tolerantie voor deze huiskamerterreur van een niveau waar policor-theedrinkers alleen maar van durven dromen. Hoe veel aanslagen op onze meubels ze ook plegen, hoezeer ze onze nachtrust vernaggelen met hun malle bontkraagjes-dag/nacht ritme, wat ze ook doen om onze vrijheid van opstaan-als-je-moet-plassen te ondermijnen met hun hanggedrag. Daarom: poezen en poezenvrouwtjes (m/v) zijn de sleutel tot een tolerante, vredige samenleving. En de reden dat ik deze column überhaupt kon schrijven zonder overlast van over het toetsenbord wandelende katten is omdat ik naast mijn bureau een kattenhangmat heb opgehangen. Gezwicht voor de terreur: klierende sujetten een eigen hangplek geven werkt gewoon. Katten maken van elke houwdegen een PvdA-er. Nu nog een stageplek voor ze vinden.

foto 4 (5)