Anne Fleur, light of my life, fire of my loins. My sin, my soul. An-ne-Fleur: the tip of the tongue taking a trip of three steps down the palate to tap, at three, on the teeth. An. Ne. Fleur. She was An, plain An, in the morning, standing four feet ten in one sock. She was Anne in slacks. She was Fleur at school. She was Dekker on the dotted line. But in my arms she was always Anne Fleur. Did she have a precursor? She did, indeed she did. In point of fact, there might have been no Anne Fleur at all had I not loved, one summer, an initial girl-child. In a princedom by the sea. Oh when? About as many years before Anne Fleur was born as my age was that summer. You can always count on a murderer for a fancy prose style. Ladies and gentlemen of the jury, exhibit number one is what the seraphs, the misinformed, simple, noble-winged seraphs, envied. Look at this tangle of thorns.

Theodor Humbert

 

Theodor Holman (64) is verliefd. Op Anne Fleur Dekker (22). Hij vindt dat ze op zijn moeder lijkt en op Gudrun Ensslin (1940-1977) van de Rote Armee Fraktion. Volgens Holman willen radicale linkse meisjes ‘ideologisch neuken’ en belanden ze uiteindelijk bij de vijand in bed. Mocht Thierry Baudet Anne Fleur Dekker niet willen dan beveelt Holman zichzelf graag bij haar aan, zo schrijft hij in Het Parool. 

Hoewel ik bewondering heb voor het feit dat Holman zegt wat hij denkt en zich niet achter smoesjes verschuilt is zijn column toch iets te plat, te recht voor z’n raap, om het gewenste effect te sorteren. Je moet liefdesverklaringen iets subtieler aanpakken, wil je succes boeken. Anne Fleur Dekker kon de versierpoging van Holman absoluut niet waarderen en vond hem een vieze man:

Waar haalt Holman het gore lef vandaan om überhaupt zulke seksueel intimiderende uitspraken te doen, laat staan in een van Nederlands bekendste kranten? Op straat zou een politieagent er een boete voor uitschrijven, en menig kroegbaas zou hem naar buiten trappen als enge kerel.

De roemruchte Parool-columnist liep dus een blauwtje.

In zijn column haalt Theodor Holman Sigmund Freud aan, maar hij doet mij in eerste instantie denken aan professor Humbert uit Lolita van Vladimir Nabokov, waar Christopher Hitchens trouwens ook een prachtige recensie over heeft geschreven. Maar toch klopt deze vergelijking niet helemaal. De fictieve hoogleraar in de Engelse letterkunde is immers veel gewiekster in zijn poging de piepjonge Lolita te veroveren. Holman lijkt door zijn column meer op Quilty, een geheimzinnige man die Humbert en Lolita stiekem achtervolgt op hun rondreis door de Verenigde Staten en de auteur was van een toneelstuk(!) waarin Lolita de hoofdrol had gespeeld. In tegenstelling tot de subtiele Humbert leidt Quilty werkelijk een pornografisch losbandig leven. En hoe minder subtiel, hoe minder succes: Humbert slaagt er in – hoewel tijdelijk – Lolita tot de hare te maken, de veel opdringerigere Quilty daarentegen krijgt de kous op de kop en Lolita vlucht voor hem weg.

Anne Feur is voor Theodor Holman weggevlucht. Ze is in alle staten, vindt hem een perverse man, roept op tot censuur en houdt geen rekening met de context. Ironisch, want dit moesten we natuurlijk wel doen bij de controversiële tweets van Dekker over Geert Wilders en Thierry Baudet. We zouden de column van Theodor Holman namelijk ook kunnen interpreteren als een reviaanse/nabokoviaanse droom van een oude man, die inderdaad een beetje vies is, en zijn fantasie tegelijkertijd meent en niet meent. Holman is een beest van buiten maar heeft een klein hartje. En hij betaalt je bier als je met hem naar De Balie gaat.

Als ik Anne Fleur was – maar wie ben ik? – gaf ik Holman nog één kans. Ze zou bijvoorbeeld met hem naar Beauty and the Beast kunnen gaan. Ook een liefdesverhaal dat helemaal bij ons illustere duo past, maar dan met een iets positievere afloop. Je moet niet alleen afgaan op het uiterlijk, maar ook op iemands bibliotheek. En Thierry Baudet heeft wel iets van de knappe Gaston. Toch raad ik Anne Fleur niettemin aan pepperspray mee te nemen. Je weet immers maar nooit…