Ik val maar met de deur in huis: ik ben bezorgd om de toekomst.

Er is nog geen begin van een realistische kijk op de toekomst van Nederland, aangezien er een naïef en onverantwoord wijkagent-optimisme heerst, dat met taartdiagrammen-logica en af en toe een ‘debatje’ de wankele goede wil nog wat gewicht moet geven. Verder kun je een speld horen vallen.

‘Systeemnarcisme’ is de oorzaak van het verlies aan realiteitszin. Dit begrip bedacht ik zelf. Je kunt het ook ‘systeemuitbuiting’ noemen, of ‘systeemverdwazing’. Het belangrijkste is wat ik ermee bedoel: binnen een collectief, een politieke partij, een organisatie, of een samenleving als geheel bestaan eigenlijk maar vijf soorten mensen die elkaar (afhankelijk van de situatie) in de greep houden: narcisten, enablers en conformers. Daaromheen cirkelen als satellieten de runners en rebels. Ik zou hier nu natuurlijk graag van mezelf zeggen dat ik een rebel ben, maar laten we het op runner houden. ‘I wanna run to you’, zou Whitney Houston zeggen.

Wie precies ‘de narcist’ is binnen een groep is moeilijk te zeggen, en eigenlijk doet het er niet toe. Ga er gemakshalve maar vanuit dat er narcistische kernen in onze samenleving bestaan, daar waar de politiek de macht verdeelt, de media de baantjes en de bedrijven de CEO’s. Mijn zorg richt zich op het leger van conformers en de enablers: de blije zombies die de echte schade aanrichten. Joris Luyendijk zegt eigenlijk iets soortgelijks in zijn boeken over de banken, namelijk dat de onderknuppels en klanten geen kwaad zien in het immorele gedrag van de grote bazen. Ik zie het veel breder. De schade doet bijna satirisch aan, zo bereidwillig en banaal als het allemaal gaat. Salafistische moskee hier, halal zwemmen daar, wijkagentje zus, politiek rechtzaakje zo. Echte problemen (seksueel geweld, radicalisering, intolerante ideologieën) worden gebagatelliseerd als muggen in de zomer en in plaats daarvan wordt er met modder gegooid over ‘de toon’.

Er is een oorlog tegen IS gaande en in Nederland blijft de naald hangen op gebabbel over ‘wie zijn wij en wie zijn zij?’. Dat is in een oorlogssituatie niet handig, omdat ‘zij’ intussen hun wapens herladen. Bij debatten op radio en TV krijg ik zelfs letterlijk zin om te rennen. Hoe is het mogelijk dat bijna alle mensen die wij zien en horen, die iets in de melk te brokkelen hebben, niet alleen allemaal dezelfde morele standaard prediken (want dat wisten we al), maar tegen elke prijs schaamteloos doorvechten en volharden in onsamenhangende, tegenstrijdige en gekunstelde verklaringen over wat ons nu gebeurt? Zo wordt de vraag of het ‘wel of geen islam is’ als een hete aardappel aan de runners en de rebels gegeven, die zich erop stuk mogen bijten. Om daarna geschoffeerd te worden natuurlijk, als de kwaaie pier. Maar goed, nu de vraag, waarom?

Het enige antwoord is: because they can. En omdat ze wel moeten. Het ongefundeerde, tegenstrijdige en gekunstelde verhaal over de schuldvraag dient namelijk het ongezonde systeem zelf en dát maakt het bij uitstek een narcistisch systeem. De verhalen zijn er om de fantasie levend te houden, het idee van ‘een goede kant’, en om die leegheid te verhullen wordt er een beetje schuldig gedaan over ons eigen koloniale verleden (als oorzaak van terrorisme), de oorlog in Irak (als oorzaak voor terrorisme) en de discriminatie van moslims (als oorzaak van terrorisme), dat schept allemaal toch geen verplichtingen, want allemaal ouwe koek!

Een Israelisch schrijver en zelfverklaard narcist, Sam Vaknin, maakt heldere analyses van systemen die narcistisch gegrond zijn. Hij maakte een lijst met een aantal criteria waaraan het verdwaasde collectief moet voldoen.

1. Overdrijven van successen en talenten, of daarover liegen, respect eisen, deelname aan de groep is al een prestatie (links zijn in Nederland is al een prestatie op zich, net als opkomen voor kwetsbare groepen die een valse moraal gretig overnemen);

2. Uitgaan van een oneindig bestaan van de onaantastbare (politieke) ideeën van de groep (denk aan het mensenrechten discours dat langzaamaan toelaat dat islamofobie strafbaar wordt, iets wat vooral in ons nadeel lijkt te werken, maar dat mag de pret niet drukken!);

3. De overtuiging dat de groep uniek is waardoor deze alleen geassocieerd wil worden met anderen unieke groepen of mensen met een hoge status (ons kent ons, ‘serious request’ en andere cult-achtige taferelen bij de publieke omroep, die van muziekkeuze tot gasten aan tafel in de eerste plaats een strenge fatsoenselectie maakt, let op: groot zombie-gehalte).

4. De groep wil bewonderd dan wel gevreesd worden, daar zit niets tussenin (de groep in één woord: Peter R. de Vries);

5. Leden van de groep voelen zich bevoorrecht. Ze verwachten een speciale behandeling, ze nemen nergens verantwoordelijkheid voor (sociaal democraten wonen voor weinig in de mooiste huizen want van goed doen moeten ze comfortabel kunnen uitrusten);

6. De groep exploiteert anderen om hun doelen te bereiken. Om dit te verbergen worden relaties anti-sociaal en zaken verhuld (oftewel politiek correcte journalistiek, waarbij selectief wordt bericht en geframed en dit alles met geen ander doel dan het fatsoenlijke sentiment hoog te houden en de zombies in place);

7. Geen empathie. De groepsleden zijn niet in staat (narcisten) of willen (zombies) geen rekening houden met gevoelens en behoeften van andere groepen (zie de manier waarop ‘tokkies’ hun intrede deden als uitschot van de samenleving en dus niet meer gehoord werden, maar eigenlijk geldt dit voor iedereen die kritisch is op immigratie of anderszins iets afwijkt van de norm);

8. Veel afgunst onder groepsleden en er vanuit gaan dat anderen ook jaloers zijn op hen (iedereen wil bij DWDD zitten want daar gebeurt het, en de emotie die dit soort programma’s verkopen is dan ook jaloezie).

Ik sluit af met een voorbeeld dat illustreert hoe automatisch het systeem doorwerkt in gedrag, ook als de werkelijkheid daar helemaal niet om vraagt. In een Pauw uitzending vorige week werd schrijfster Stella Bergsma (geen familie) met aan haat grenzend dedain aangekeken, zoals zich dat manifesteert bij “Grote Gelijkhebbers”, omdat Stella -in haar boek- mannen ‘klootzakken’ noemt en vrouwen ‘kuthoeren’. Ze las uit haar boek voor en legde uit dat ze had geprobeerd de vrouwelijke anti-held weer in de literatuur terug te krijgen. Zoals Gerard van het Reve dat had gedaan met mannen. Het was haar persoonlijkheid die uit de toon viel aan tafel, terwijl ze als satelliet het meest verfrissende was dat ik in tijden had gezien. Opperzombie Floortje Dessing legde de incorrecte indringer uit dat ‘ze meer van gelaagdheid in een verhaal houdt’, wat natuurlijk als een belediging bedoeld was. Maar dat gaf niet, want Stella was niet van hun. Het andere meisje naast haar was met stomheid geslagen (zombie in shock) en de ijdele Jeroen Pauw probeerde nog gauw zelf als klootzak uit de verf te komen, wat natuurlijk de hele opzet van de uitnodiging was. Staatssecretaris Dijkhoff, die ook aan tafel zat, deed niks maar keek iets te lang op zijn horloge. Vijf voor twaalf al? De hoogste bedtijd voor zombies mensen. Maar dan echt.