‘Het spijt me’. Hoe vaak horen we dat niet – hoe vaak en hoe vrijblijvend? We zeggen sorry als iemand boos op ons is; ook al vinden we eigenlijk dat we niets fout hebben gedaan, we verontschuldigen ons voor het gevoel dat iemand heeft gekregen. Je biedt ‘excuses aan voor de ontstane situatie’. In Der Untergang des Abendlandes noemt Oswald Spengler dat een ‘situatiedrama’. Uitsluitend de omstandigheden hebben tot een onwenselijke uitkomst geleid. Er is geen sprake van schuld of individuele fouten maar van de helaasheid der dingen. Tegenspoed, miscommunicatie. Pech.

Tegenover dat situatiedrama staat het ‘karakterdrama’. Daarvan is sprake wanneer iemand zelf, door zijn eigen beslissingen en eigenschappen, een situatie heeft veroorzaakt. Als je dan zegt ‘het spijt me’, zeg je: ik heb een fout gemaakt. Het spijt me dat ik tekort schoot. Volgens Spengler is het karakterdrama in verhalen of toneelstukken een typisch Europese vondst. Hij betoogt dat de Europese kunst zich daarmee vanaf de Renaissance beslissend onderscheidt van de klassieke oudheid. Tegenover Oedipus die in een lastige situatie terechtkwam, die door de goden op de proef werd gesteld en ten slotte zijn straf kreeg, staat Hamlet die vanwege zijn eigen aarzelingen, uitsluitend door zijn eigen karakterzwakte, ten onder gaat. Hamlet lijdt aan een Oedipus-complex (omdat hij zich maar niet los kan maken van zijn moeder); maar zo’n complex zou Sophokles, auteur van de oorspronkelijke Oedipus-tragedie, volstrekt absurd in de oren hebben geklonken.

Het onderscheid tussen situatiedrama en karakterdrama schoot door mijn hoofd toen ik onlangs de opera La Bohème van de Italiaanse componist Giacomo Puccini (1858-1924) zag. Het verhaal speelt zich af in het Parijs van midden 19de eeuw. Vier vrienden – straatarme kunstenaars – delen een appartement in de oude studentenwijk Quartier Latin. Hoofdpersoon Rodolfo, een dichter, wordt verliefd op zijn buurmeisje Mimi. Het is een liefde uit de boekjes: volkomen symbiotisch, idealiserend, frustrerend ook en ten slotte uitmondend in een breuk.

Wanneer Mimi enige tijd later ziek wordt, klopt zij weer aan bij Rodolfo. In zijn armen en in nabijheid van zijn vrienden sterft ze. Het stuk eindigt daar, met een scène die zich laat misverstaan als situatiedrama. Het meisje is immers ziek. Er kan zo gauw geen dokter worden gevonden. Ze sterft juist als de medicijnen eindelijk worden binnengebracht. Maar in de misleiding ligt de verleiding. Om de toeschouwer mee te krijgen creëert Puccini een schijnbaar onoplosbare situatie – waardoor het onderliggende karakterdrama des te harder binnenkomt. De liefde van Rodolfo en Mimi was te verzengend, te intens, waardoor ze gek van elkaar werden en boos uit elkaar gingen. Maar waarom? Konden ze dat niet anders aanpakken? In plaats van haar te helpen te genezen van haar beginnende ziekte, in plaats van de liefde minder bezitterig te maken, koos Rodolfo voor het vrije kunstenaarsbestaan waarin hij het eeuwig vrouwelijke kon blijven idealiseren. Welbeschouwd veroorzaakte zijn innerlijk conflict tussen romantisch kunstenaarschap en wereldse liefde de breuk.

In de slotscène wordt het punt nog duidelijker. Eén van Rodolfo’s vrienden, Colline, houdt een lofzang op zijn jas. Als kijker word je even meegenomen in het ijdele belang dat we stellen in spullen. Door de schoonheid van de aria realiseer je je te laat dat hij natuurlijk gewoon naar de lommerd moet rennen, zijn jas moet verpanden en met dat geld medicijnen moet halen. Als Mimi sterft is de kijker medeplichtig geworden omdat hij smulde van de onverdraaglijk intense liefde tussen Rodolfo en Mimi; omdat hij meeging in het idee dat het wel meeviel met dat hoestje; omdat hij zich de aarzeling om bezittingen te verkopen in ruil voor medicijnen kon voorstellen. Rodolfo’s laatste uitroep – ‘Mimi!’ – lijkt een jammerklacht: een heel verdrietige situatie is ontstaan, zijn vrienden staan om hem heen en kijken met een blik van: ‘wat spijt ons dit voor je’. Als toeschouwer voel je dat in eerste instantie ook. Maar dan word je boos – het karakterdrama grijpt je bij de lurven. ‘Het spijt me’ zeggen is niet genoeg! Je moet je leven veranderen.