Kritiek op de softe poldermodel-opvoeders, die vooral vrienden met hun kinderen willen zijn in plaats van ouders, is terecht. Zoals Sheila Sitalsing het geestig omschrijft: “dat wat-vind-jij-Fleurtje en dat hier-wordt-mama-een-beetje-verdrietig-van-Basje” gezever. Daar kweekt men ettertjes mee die radeloos klieren en dwingen in de hoop ooit eens op een broodnodige grens te stuiten. Huishoudens waarin het woordje ‘nee’ alleen klinkt uit pruilende kindermondjes.

In de rest van haar betoog breekt Sitalsing een lans voor de Surinaams/Caribische opvoedstijl. Tegen volwassenen, ook tegen je ouders, zeg je ‘u’, je doet je stinkende best op school en een pak rammel mag in het pedagogisch arsenaal niet ontbreken.

Het slaan van kinderen is in Nederland verboden, wij zien dat als mishandeling. Persoonlijk vind ik kinderen slaan niet nodig of wenselijk, maar aan de andere kant vind ik de opvoedkundige tik kwalificeren als ‘mishandeling’ ook weer overdreven. Dat er ouders zijn die hun kind zo nu en dan eens een oorvijg verkopen, och.

Wat opmerkelijk is aan Sitalsings verhaal is dat deze o zo geweldige opvoedstijl in de praktijk niet bepaald lijkt te leiden tot modelvolwassenen. In de Surinaams/Caribische gemeenschap is het aantal tienerzwangerschappen  vier tot vijf keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. Circa 37% van de Caribisch/Surinaamse kinderen groeit op in een eenoudergezin, tegen 11% van de autochtone kinderen. Antillianen, Arubanen en Surinamers zijn vaker dan autochtonen afhankelijk van een uitkering: 24% tegenover 13% van de autochtonen. En ook de criminaliteitscijfers pakken niet in het voordeel uit van mensen die als kind moesten vousvoyeren en weleens met een opgerolde krant te lijf zijn gegaan door hun moeders: Antillianen en Surinamers zijn oververtegenwoordigd in die statistieken.

Sitalsings hele stukje is doordesemd van dédain voor Nederland en de Nederlandse opvoeders, terwijl bovenstaande feitjes daar bar weinig aanleiding toe geven. Misplaatste arrogantie waar je U tegen zegt, Surinaamse mama’s zouden haar een pak op de broek moeten geven voor zo’n prutsbetoogje.