Of social media niet een te grote rol spelen in ons ‘echte leven’ is natuurlijk een interessante vraag. Maar wie nog denkt dat Twitter een fictieve parallelwereld is vergist zich. Het maakt integraal deel uit van ‘de pers’ en ‘het volk’. Onbehoorlijk gedrag op social media, waar Lodewijk Asscher deze week op wees, heeft namelijk échte gevolgen.

Ontslag, uitsluiting, isolement, trauma en depressie: er is steeds vaker aandacht voor de gevolgen van public shaming. We zien echter maar een deel van het probleem. Wat met de goedbedoelde oproep van Asscher en anderen vergeten wordt, is dat het publieke pesten in de meeste gevallen onopgemerkt blijft omdat het zich vermomt als optreden tegen onfatsoenlijkheid.

Begrip

Begrip (achteraf) gaat alleen uit naar degenen die het niet ‘over zichzelf afgeroepen hebben’, mensen zoals Asscher. Als zangeres Anouk met haar zwangere buik poseert op Instagram en veel ‘haters’ aantrekt, vermoedelijk omdat ze lak heeft aan dingen en geen ideaaltypisch gezin heeft, dan is dat slechts een droogoefening in public shaming. Ze heeft evenveel mensen die het voor haar opnemen: “je ziet er fantastisch uit, laat ze maar lullen”.

De kern van echte shaming is destructie van het doelwit, waarbij het zogenaamde zondebokmechanisme als vanzelf het werk doet. ‘Een mechanisme dat geen licht verdraagt’, aldus ontdekker ervan René Girard (1923-2015). De wil om iemand te verstoten uit de gemeenschap wordt geboren uit het geloof dat het slachtoffer werkelijk schuldig is, een paria, aldus Girard. In onze tijd is vermoedelijke schuld aan seksisme, racisme of het domweg hebben van privileges of een taboedoorbrekende mening genoeg reden om een volksgericht aan te wakkeren. Denk aan de doodswensen aan het adres van Wilders. Of iemand werkelijk schuldig is, is niet belangrijk, wel of de beschuldiging geschikt is om de massa aan te steken. Zo publiceerde een Engelse krant in 1978 een stuk over een pastoor die in Wales seksfeestjes in caravans organiseerde. De krant was undercover gegaan om hem te ontmaskeren, bezocht een feestje waar vijf mensen waren (waarvan zij er drie leverden). Toen het uitkwam pleegde hij zelfmoord. Zijn verzoek om niet te publiceren werd genegeerd. Niemand had last gehad van die seksfeestjes, het was allemaal vrijwillig, toch was hij ‘schuldig’ en zijn dood blijkbaar een proportioneel offer. Dát is shaming.

Zo publiceerde een Engelse krant in 1978 een stuk over een pastoor die in Wales seksfeestjes in caravans organiseerde. De krant was undercover gegaan om hem te ontmaskeren, bezocht een feestje waar vijf mensen waren (waarvan zij er drie leverden). Toen het uitkwam pleegde hij zelfmoord. Zijn verzoek om niet te publiceren werd genegeerd. Niemand had last gehad van die seksfeestjes, het was allemaal vrijwillig, toch was hij ‘schuldig’ en zijn dood blijkbaar een proportioneel offer. Dát is shaming.

Disproportionaliteit

Kenmerkend voor shaming is deze disproportionaliteit. De werkelijke slachtoffers van shaming horen nog jaren dat ze ‘het over zichzelf afgeroepen hebben’, excuses of niet. Want als moderne heksenvervolgers geloven we echt dat er eindeloos boete moet worden gedaan! Ten onrechte veroordeelde verdachten worden vaak na hun vrijlating nog jarenlang met argusogen bekeken. De zondebok wordt verstoten uit de groep en monddood gemaakt. Ik denk aan de 72-jarige Nobelprijswinnaar Tim Hunt die vorig jaar na een mooie en smetteloze loopbaan kapot werd gemaakt nadat hij bij een medische conferentie in Zuid Korea had gezegd: “Let me tell you about my trouble with girls. Three things happen when they are in the lab: you fall in love with them, they fall in love with you, and when you criticise them they cry.”

Dit citaat werd helemaal uit zijn verband gerukt (zo zei hij vlak daarna ‘but seriously’), hij werd een seksist genoemd en verloor zijn baan. Zelfs excuses mochten niet baten. De University College of London waar hij en zijn vrouw beiden werkten liet onmiddellijk op twitter weten dat ze van hem af waren. In zijn eigen woorden: ‘I’ve been hung out to dry. They haven’t even bothered to ask for my side of affairs’. Denk ook aan onze eigen George Maat die slechts doordat hij zelf vocht voor rehabilitatie onschuldig bleek. Waar waren toen de politici, de Asschers, die het voor hem opnamen? Achteraf, als de kust veilig is leven we met slachtoffers mee, maar zolang er ‘schuld’ in de lucht hangt niet. Dát moeten we onder ogen durven zien.

Idioot

Maar dus ook naderhand, als blijkt hoe idioot iedereen zich gedragen heeft, echoot het ‘ja maar ze hebben het wel een beetje over zichzelf afgeroepen’ nog steeds na. Er was een PR-dame, Justine Sacco, die in 2013 twitterde: ‘Going to Africa, hope I don’t get AIDS, just kidding, I’m white!’ Nog voordat haar vliegtuig was geland was ze trending topic, ontslagen en compleet door het slijk gehaald. Er was zelfs iemand naar het vliegveld gekomen om foto’s van haar te nemen terwijl ze haar telefoon aanzette. Ze had het ironisch bedoeld, het was een knipoog naar ‘white privilege’. Ze belandde in een depressie en na twee jaar toen ze weer aan het werk ging, twitterden mensen nog steeds dat ze ‘gewoon weer aan het werk ging, schande!’ Had ze zo’n zware straf over zichzelf afgeroepen? Een ander triest voorbeeld was een Amerikaanse vrouw die haar viool kwijtraakte na een treinongeluk. Ze twitterde: ‘@Amtrak thanks a lot for derailing my train. Can I please get my violin back from the 2nd car of the train?’ Haar gebrek aan medeleven met de slachtoffers was in de uren daarna nog het enige dat mensen bezighield. Niemand kende haar maar het feit dat het om een viool ging maakte uit. Dat rook naar privilege, naar iets dat naar beneden gehaald kon worden. Kop, maaiveld, dat werk.

Non-gevallen

Dan nu de non-gevallen die het fenomeen public shaming ‘shamen’. De mensen die het hardst roepen dat ze zondebokken zijn, zijn het namelijk meestal niet. Toen de Balie onlangs journalist Jon Ronson, die een interessant boek schreef over public shaming, uitnodigde om daarover te komen spreken werden kunstenares Tinkebell en Sarah Sluimer erbij gehaald als ervaringsdeskundigen. Tinkebell vind ik niet geloofwaardig als slachtoffer. Dat iedereen haar aanviel omdat ze hamsters liet rondlopen in een bal en een tas maakte van haar kat deed ze voor de aandacht. Dit is gecultiveerd slachtofferschap waarbij ‘public shaming’ een doel in zichzelf is. Net als haar columns, haar vreemde reisjes naar landen om mensen te redden en haar rechtszaken tegen kranten die iets negatiefs over haar zeggen is alles vooral een roep een aandacht. Public shaming slachtoffers zouden er jaloers op zijn!

Dan Sarah Sluimer. Ik realiseer me dat het nu lijkt alsof ik aan het pesten ben, maar zoals Jon Ronson al zei, er mag nog steeds verschil bestaan tussen kritiseren en trollen (shamen).  Bekritiseren mag wanneer mensen publiekelijk stelling nemen, zoals deze vrouwen doen en al helemaal als zij zich slachtoffers noemen op een podium. Ze willen hun nek uitsteken maar tegelijkertijd een safe zone opeisen, een vangnet creëren waar ze onmiddellijk naartoe kunnen rennen als ze voor ‘kuttekop’ worden uitgescholden. Sarah Sluimer had vooral last gehad van de trollende tweets van Jan Roos, vertelde ze. Ze had twee dagen twitterend op de bank gezeten, was ‘haar pasgeboren baby bijna vergeten’ en had zich na daarna ‘figuurlijk verkracht gevoeld’. Dat de verwensingen aan haar adres erg waren ís vervelend, maar het is nog geen public shaming.

Bekritiseren mag wanneer mensen publiekelijk stelling nemen, zoals deze vrouwen doen en al helemaal als zij zich slachtoffers noemen op een podium. Ze willen hun nek uitsteken maar tegelijkertijd een safe zone opeisen, een vangnet creëren waar ze onmiddellijk naartoe kunnen rennen als ze voor ‘kuttekop’ worden uitgescholden.

Wat zegt deze slachtoffer wisseltruc in de Balie over het fenomeen shaming? Dat we om te beginnen nog geen goed onderscheid kunnen maken tussen degenen die steeds een ei tegen hun hoofd krijgen (omdat ze hun hoofd uit het raam steken) en degenen die vanwege een gedurfde mening, of een ongelukkige grap of opmerking worden weggepest. Deze Grote Blinde Vlek heeft belangrijke gevolgen voor de samenleving waarin steeds meer mensen steeds minder onpopulaire dingen zullen durven zeggen. De ervaringen van de Asschers, of de Tinkebells of de Sarah Sluimers helderen alleen maar op dat sympathieke, politiekcorrecte, ongecompliceerde en goedgebekte slachtoffers ongedeerd ‘gerehabiliteerd’ worden en dat het ons behalve aan fatsoen nog veel meer aan de gave tot goed oordelen ontbreekt. Shame on us.