De stroomversnelling in emoties en acties die optreedt na een terreurdaad, het is nauwelijks mogelijk om er zonder cliché’s over te schrijven. Ontreddering, het amechtig zoeken naar iedere flard nieuws, zoeken naar symbolen, zoeken naar mensen die misschien kunnen verwoorden wat wij niet onder woorden kunnen brengen. Die iets kunnen doen waar wij machteloos zijn, die een kiempje betekenis tot bloei kunnen brengen in de woestijn van redeloze haat en verderf.

Sommigen slagen daar glorieus in. Tweets die duizenden keren werden gedeeld, van Salman Rushdie, tweets met krantencovers die geheel op zwart zijn gezet of waarop juist de cartoons van Charlie Hebdo prijkten, tweets met cartoons waar zowel woede en rouw als hoop uit spreken, hoop dat de potloden altijd weer geslepen zullen worden en sterker zullen zijn dan kogels. Ook prominenten die uit hun hart spraken, brachten wat licht in de duisternis. Zij meten zich geen autoriteit aan, zij verkrijgen het door weg te blijven van obligate praatjes van medeleven. Aboutaleb en zijn ‘rot toch op’, Teeuwen die solliciteert naar de vacature van doelwit in een meesterlijke omkering van het begrip ’zelfmoordtape’. Hij blaast zich niet op, een verzonnen godheid aanroepend, hij maakt duidelijk dat niet buigen voor islamofascisten tegenwoordig een welhaast suicidale daad is.

Prijs uw godheid naar keuze dat zulke mensen er nog zijn en dat zij twitteren, tekenen, schrijven en spreken. Het is allerminst vanzelfsprekend of roekeloos wat zij doen. Wel gevaarlijk, maar weloverwogen doen zij wat iedereen zou moeten doen. En tegenover zich vinden zij niet alleen de horden van allah, die in hun doodscultus vergeving noch humor kennen, maar ook de minstens zo grote meute lafbekken die geen begin van een idee hebben dat zij hun eigen graf aan het graven zijn. Met hun relativering, hun sussende gepraat over ‘incidenten’, hun verwijten van kort door de bocht zus en oorlogstaal zo. De enige reden dat zij de inperking van onze vrijheid van meningsuiting nog niet voelen is omdat hun mening in de gure jihadwind die nu waait nog geen verkeerde mening is. Nog niet.

“Charlie Hebdo was anders ook tegen Front National, HOOR, dus al die foute rechtse mensen die nu zo begaan zijn met deze schietpartij weten niet waar ze het over hebben”, of woorden van gelijke strekking, zag ik veelvuldig voorbij komen op de social media. Zoals de wezelige waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Nee correctgekkies, dat is jullie denktrant. Verstandige mensen wordt het koud om het hart van iedere aanslag omwille van een mening, hoezeer zij het ook oneens zijn met die mening. Tel daar de nodige commentaren bij op, ook van gerespecteerde media en journalisten, dat Charlie Hebdo ook wel errug ver ging in dat kwetsen, en wie kaatst en bal en bladiefuckingbla, en u begrijpt dat het kleine beetje moed dat ik putte uit de moedige voorvechters van het vrije woord mij alras weer in de schoenen zonk.

U las deze column en verwacht nu, in de vijfde alinea, wel zo ongeveer een conclusie. Ik heb er geen. Ik ben ontredderd, woedend, ik beschrijf ook maar een flardje van alles wat er op het spel staat. Ik breng u een splinter van het kruis dat wij allen (zouden moeten) dragen en pickte een paar cherries uit de stortvloed van aftermathmeningen en nawee-ophef. Het is oorlog, ik zei het gisteren en ik blijf erbij. Ik wil dat niet en ik wijs geweld af, maar het is oorlog. De linies van de islamofascisten zijn ferm gesloten. Aan de overkant staat men in een kringetje naar de eigen navel te staren, met een paar dappere voetsoldaten die op de barricaden proberen Fort Europa en alles waar dat voor staat te verdedigen. Ze doen wat ze kunnen maar ik blijf diep verontrust en voel me machtelozer dan ooit. En toch, ik weet nog niet hoe maar deze oorlog gaan we winnen. Want verliezen is domweg geen optie.