Precies zeventig jaar na de eerste top van Jalta is het wellicht tijd voor een vervolgontmoeting om de gerezen problemen in Oost-Oekraïne te helpen oplossen. Het zou het Westen daarbij sieren als het toegaf dat die problemen in ieder geval deels aan eigen verkeerde keuzes te wijten zijn.

De Conferentie van Jalta is van zeer groot belang geweest voor de verhouding tussen Oost en West tijdens de periode van 45 jaar tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het vallen van de muur in Berlijn. Zij had plaats in februari 1945 in Jalta op de Krim. Dat is nu zeventig jaar geleden. De oorlog naderde zijn einde. Aanwezig waren Roosevelt, Stalin en Churchill en hun staven. Hun doelstellingen verschilden. Roosevelt wilde bovenal Stalins instemming met een conferentie om de Verenigde Naties op te richten. In die opzet is hij geslaagd. De conferentie kwam bijeen op 25 april 1945 in San Francisco. Stalin wilde het territorium herwinnen dat Rusland in 1920 bij de vrede van Brest-Litovsk aan Polen had moet afstaan en ook overigens geheel Oost-Europa binnen het Sovjetimperium brengen. Churchill hoopte op een democratisch en onafhankelijk Polen.

Kortste eind

Churchill trok aan het kortste eind. De slotverklaring vermeldde weliswaar dat de daar vertegenwoordigde mogendheden zouden streven naar:
‘the earliest possible establishment through free elections of Governments responsive to the will of the people’. Stalins antwoord aan Churchill toen deze hem zei dat de eerste Poolse verkiezingen eerlijk en boven twijfel verheven zouden moeten zijn “like Caesar’s wife”, was: “They said that about her but in fact she had her sins”. Dit deed al vermoeden wat Stalin van zins was en inderdaad is Polen niet lang na het einde van de oorlog geheel en al aan de Sovjet Unie ondergeschikt gemaakt.

Het is te begrijpen dat de naam Jalta in Polen een slechte klank heeft. Als lid van de Europese Commissie had ik mij tot taak gesteld alle tien toetredende landen tussen januari en juli 2004 te bezoeken. In Warschau werd mij voor de voeten geworpen dat het Westen Polen bij de Jaltaconferentie had verraden. Mijn antwoord was dat Jalta er niet de oorzaak van was dat Polen een epigoon van de Sovjet Unie was geworden. ‘Wat was dan wel de oorzaak?’ was verder de vraag. ‘Het Rode Leger’, antwoordde ik, menende dat feiten boven teksten gingen.

Terug bij af?

De Sovjet Unie is niet meer, Rusland heeft haar plaats ingenomen. De verhouding tussen Rusland en West-Europa is in tijden niet zo slecht geweest als nu. Zijn wij terug bij af?

Laat mij drie gebeurtenissen opwerpen die van belang zijn voor elke beschouwing van de verhouding tussen Oost en West: (1) de hereniging van Duitsland; (2) de onafhankelijkheid van Kosovo; en (3) de uitbreiding van de NAVO.

Omstreeks februari 1990 hebben Amerikaanse diplomaten, in samenwerking met West-Duitse, Moskou een hint gegeven dat de NAVO niet zou worden uitgebreid tot de DDR, die binnenkort zou ophouden te bestaan. De VS oefende druk uit op Gorbatsjov om in te stemmen met de hereniging van Duitsland, zonder een schriftelijke belofte te geven over de toekomstplannen van de NAVO. In tegenstelling tot wat de Russen beweren was er dus nooit een formele afspraak. Wel was er een suggestie dat zo’n afspraak tot de mogelijkheden behoorde. Hierbij moet worden aangetekend dat Kohl jegens Gorbatsjov en Genscher jegens Shevardnadze hadden gezegd dat de NAVO niet zou worden uitgebreid. Hoe dit ook zij, Gorbatsjov stemde tenslotte in met een herenigd Duitsland als lid van de NAVO in ruil voor DM vijftien miljard. Zoals Robert Gates, US deputy security advisor, destijds zei: het doel was ‘to bribe the Soviets out’ en de West-Duitsers zouden de steekpenningen betalen. De KGB-officier V. Putin keek bij dit alles toe.

Op 17 februari 2008 verklaarde Kosovo zich onafhankelijk. Dit ging in tegen een resolutie van de Veiligheidsraad uit 1999 (resolutie nr. 1244) die, met steun van Rusland, aandrong op erkenning van de soevereiniteit en territoriale integriteit van de toenmalige Federale Republiek van Joegoslavië en die wat betreft Kosovo alleen vroeg om ‘substantiële autonomie en betekenisvol zelfbestuur’. In rap tempo erkenden meer dan de helft van de VN-lidstaten evenwel de soevereiniteit van Kosovo, waardoor de Russen met lege handen kwamen te staan. Zij voelden zich bedrogen.

NAVO-uitbreiding
Op 8 februari 1997 publiceerde ik een artikel in de Volkskrant waarin ik de uitbreiding van de NAVO, die toen aanstaande was, afwees. Mijn artikel eindigde met de woorden ‘niet doen’. In de Kamer gaf ik op 4 maart de redenen daarvoor. Het debat ging over de verhouding tussen de westerse wereld en Rusland. Dat land, zei ik, verkeerde in een toestand als had het de Tweede Wereldoorlog verloren. Het was verkleind, verarmd en in verwarring, en het Rode Leger verkeerde in een staat van crisis.
Het kabinet had geschreven dat een goede verhouding met Rusland hoe dan ook noodzakelijk was voor de stabiliteit en de veiligheid in Europa. Uitbreiding van de NAVO, die in Moskou niet anders kon worden gezien dan als een bedreiging, stond daarmee op gespannen voet. De medewerking van Moskou zou door die uitbreiding eerder verkleinen dan vergroten. Waarom zouden wij het dan doen? Omdat president Bill Clinton het in zijn verkiezingstoespraak van 23 oktober 1996 in Detroit had beloofd, in de verwachting dat hij de ethnic vote daarmee te zijner gunste zou beïnvloeden. Ik maakte daarentegen een vergelijking met Duitsland en het Diktat von Versailles.
Volgens mijn critici in de Kamer – en er waren er velen – was de NAVO bezig zich om te vormen tot een vrede en welvaart brengende organisatie. Maar zij wilden het befaamde artikel 5 van het verdrag – ‘een aanval op één is een aanval op allen’-, dat het hart van de alliantie uitmaakte, toch bewaren. Dat was, meende ik, het onverzoenlijke verzoenen. Na veel geproef van nieren – wat zijn wij toch omslachtig – werd duidelijk dat ik totaal alleen stond, op GroenLinks na. Het was een royale nederlaag in de Kamer, maar niet bij mijn electoraat, want bij de eerstvolgende peilingen kreeg de VVD het hoogste resultaat ooit.

In een interview uit 1998 gaf George Kennan, als Mr. X de auteur van wat the long telegram werd genoemd, waarin de containment van de Sovjet Unie werd neergelegd, mij gelijk. “I think it is a tragic mistake”, zei hij, “there was no reason for this whatsoever. No one was threatening anyone else”.

Jaren later wilden de Amerikanen de NAVO nogmaals uitbreiden, ditmaal met de Oekraïne en Georgië. Maar deze keer hielden de andere lidstaten dit rampzalige plan tegen. Vlootoefeningen in de Zwarte Zee? Niet om aan te denken. Wel zei Jaap de Hoop Scheffer, destijds de secretaris-generaal van de NAVO, nog: “It is not a matter of if but of when.”

Oekraïne

Destijds, d.w.z. voor de Russische agressie, had duidelijk moeten worden gemaakt dat Oekraïne geen lid van de NAVO noch van de Europese Unie zou worden. Een dergelijke verklaring zou niets meer dan de werkelijkheid weerspiegelen want er is geen regering in de EU die toetreding van Oekraïne voor wenselijk houdt.

Laat mij iets zeggen over de achtergronden van de gebieden waar het hier om gaat. Tot laat in de achttiende eeuw was de Krim het strijdtoneel tussen Rusland en Turkije. De Turken hebben die strijd verloren en Sebastopol werd de belangrijkste Russische marinebasis. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Chroesjtsjov, die uit de Oekraïne kwam, de Krim aan zijn geboorteland toegewezen. Het is niettemin duidelijk dat de meerderheid van de bevolking liever bij Rusland dan bij Oekraïne hoort.

Oekraïne is altijd een gespleten land geweest, met een grote minderheid die naar het Oosten keek en een westers georiënteerde meerderheid. Het land is door en door corrupt. Het is voor zijn energie afhankelijk van Rusland en nagenoeg bankroet. Moskou beschouwt Oekraïne als zijn achtertuin net als de VS Latijns-Amerika als de hunne beschouwen.

Twee wegen

Er zijn ruwweg twee wegen die het Westen kan bewandelen. Het kan doorgaan met sancties, Oekraïne antitankwapens en geld verschaffen – groot geld. Het probleem met sancties is net als met het terugroepen van ambassadeurs: op een bepaald ogenblik moeten die weer naar hun standplaats. Zo ook met sancties. Men kan die niet eeuwig handhaven. Vroeg of laat zullen zij afkalven. De andere weg zou bestaan uit een conferentie over de veiligheid van Europa waar het Westen zich neerlegt bij de overgang van de Krim naar Rusland in ruil voor het voortbestaan van Oekraïne als onafhankelijke staat, zonder lidmaatschap van NAVO of EU, met een federale structuur zodat het gebied dat door de separatisten is ingenomen een zekere mate van zelfbestuur krijgt; Jalta II.

Velen zullen deze tweede weg moeilijk aanvaardbaar vinden. Maar zoals Peter van Walsum, onze voormalige vertegenwoordiger in de Veiligheidsraad, eens zei: ‘Wat ons werkelijk bedreigt, is niet het Russische gedrag in Oekraïne waarop onze sancties het antwoord vormen, maar het groeiende gevoel van wederzijds wantrouwen tussen Rusland en het Westen.’