Als mannen met baarden weer eens iemand hebben gegeseld, onthoofd of opgeblazen, verschijnt onder het nieuwsbericht en op Twitter steevast dezelfde sarcastische opmerking: ‘Dit heeft zeker ook weer niets met de islam te maken?’

Dat zinnetje ergert mij al jaren, vooral vanwege de gretige, pesterige toon; alsof de schrijver niet kan wachten om het bloedbad in zijn eigen politieke straatje te passen. En wat beweert hij nou eigenlijk? Dat een daad die door moslims is verricht in het kader van hun religieuze overtuiging, dat die ‘iets’ te maken heeft met de islam? Ja, nogal wiedes. Dat ontkent toch niemand?

Nou… eigenlijk wel.

Sterker nog: het gebeurt redelijk massaal, zodra mannen met baarden weer eens iemand hebben gegeseld, onthoofd of opgeblazen. Het meest expliciet door premiers en presidenten, die beleefd spreken van ‘extremisten’ of ‘fanatici’ zonder het woord ‘islam’ te noemen. Heel wonderlijk, maar ergens nog wel te begrijpen: zij zijn er voor alle burgers, waaronder een heleboel moslims, en daarom kiezen zij om tactische redenen voor het wegmoffelen van een evidente waarheid.

Ook van vreedzame moslims begrijp ik de ontkenning: voor hen is het onverteerbaar dat hun geloof tot zulke wandaden kan leiden. En bovendien, zo redeneren zij wellicht, als terroristen wél bij de islam horen, en hun drastische daden kloppen inderdaad met de heilige teksten, dan zijn die klootzakken misschien wel betere moslims dan wij. Dat is onacceptabel, en de logische uitweg is om te zeggen dat terroristen niets met de islam te maken hebben.

Nee, onbegrijpelijk wordt het pas wanneer iemand die nergens iets mee te maken heeft en geheel vrij is om te zeggen wat hij wil, er tóch voor kiest om het causale verband tussen islam en terreur te ontkennen. Zulke mensen heb je ook, en het zijn niet de minsten. Oppositieleider Alexander Pechtold van D66 bijvoorbeeld, die stelt dat de oorzaak toch vooral in ongelijkheid ligt. Of de wereldberoemde religie-expert Karen Armstrong, die heeft ontdekt dat alles de schuld is van het Westen.

Of Arnon Grunberg, de beroemdste schrijver van ons taalgebied, die elke week een nieuwe theorie lijkt te hebben waarmee de schuld bij de islam kan worden weggehouden. Eerst beweert hij bijvoorbeeld dat het allemaal om geld en seks draait, dan weer schrijft hij dat er weliswaar ‘een islamitisch kantje’ zit aan jihadisme, maar dat het ook een Westers fenomeen is: de film Scarface zou een groot voorbeeld zijn voor jihadisten.

Dat zijn drie prominente voorbeelden, maar het zijn zeker niet de enigen die telkens weer, zonder duidelijke motieven, proberen om de islam uit de wind te houden. En waarom dan toch? Angst voor extreem-rechts? Zijn ze bang om moslims te kwetsen? Om zelf vermoord te worden? Of komt het allemaal voort uit een ouderwetse, goedbedoelde afkeer van alles wat ruikt naar kritiek op minderheden?

Ik weet het niet.

Wat ik wel weet, is dat hun theorie niet de meest voordehandliggende is, als je gewoon af en toe het nieuws kijkt. Dan zie je een mannetje ‘Allah is groot’ roepen en dan schieten, dus dan denk je: dat mannetje doet het voor Allah. Blijkbaar zijn er wat gedachtesprongen nodig om te snappen dat de islam niet of nauwelijks ten grondslag ligt aan zulke wandaden. Aanhangers van de theorie lijken die sprongen met speels gemak te maken, maar mij lukt dat niet: telkens als ik het probeer, struikel ik over pijnlijke tegenstrijdigheden.

Het begint al bij het populairste argument om de islam vrij te pleiten, namelijk dat verreweg de meeste moslims zich goed gedragen. Dat klinkt logisch, maar met die redenering kun je ook armoede en slechte integratie vrijpleiten, en zeker ook de film Scarface: verreweg de meeste mensen die daaraan zijn blootgesteld, gedragen zich óók voorbeeldig. Het enige wat je hiermee ontkracht, is de stelling dat de islam bij élke moslim tot wandaden leidt – maar dat heeft niemand ooit beweerd.

Want natuurlijk is er meer voor nodig dan ‘moslim zijn’ om terrorist te worden; allerlei omstandigheden kunnen een rol spelen. Maar dat geldt eigenlijk voor alles: dronken autorijden is pas dodelijk als er een boom staat, als je voldoende snelheid hebt en als je zelf een stuurfout maakt; verreweg de meeste dronken chauffeurs komen veilig thuis. Toch is het niet gek om zo’n ongeluk voornamelijk aan de drank te wijten, en andere automobilisten daarvoor te waarschuwen.

En Breivik dan?

Nee, inderdaad: er rijdt ook wel eens iemand zonder drank tegen een boom. Telefoneren, sjekkies draaien, veters strikken… allemaal levensgevaarlijk tijdens het rijden. En ja, communisme en nazisme zijn ook verschrikkelijke ideologieën. Maar zijn dat goede redenen om het gevaar van alcohol of islam te bagatelliseren?

Een ander ‘bewijs’ dat vaak wordt aangevoerd, is het feit dat de meeste slachtoffers van moslimterreur zelf ook moslim zijn. Dat klopt ongetwijfeld, maar het is de vraag of hun moordenaars dat ook vonden. Want zoals de protestanten en de katholieken elkaar ooit bevochten in Europa, zo woedt er in verscheidene landen een strijd tussen Sjiïeten en Soennieten, die allebei vinden dat ze de ware islam aanhangen. En zelfs binnen één denominatie kun je prima religieus moorden, bijvoorbeeld wanneer iemand in jouw ogen niet vroom genoeg is, en dus geen echte moslim. Het enige wat hier dus wordt ontkracht, is dat moslims uitsluitend niet-moslims doden – alweer iets wat nooit iemand heeft beweerd.

Een ander probleem waarop je stuit als je aanneemt dat de heilige teksten van de islam geen grote invloed hebben gehad op al die moordenaars, is dat je die boeken daarmee nogal een uitzonderingspositie toedicht. Het is namelijk algemeen bekend dat teksten in staat zijn om mensen te ontroeren, te betoveren, te overtuigen van de gekste dingen. Waarom zouden juist deze wetten en verhalen, die toch sterk de indruk wekken speciaal te zijn opgeschreven om juist dat te doen, en die daar al eeuwenlang succesvol in lijken te zijn, waarom zouden juist die teksten totaal geen invloed hebben? Dat klinkt als tovenarij.

‘Ja maar de Bijbel is ook erg!’

Nou vooruit, daar is iets voor te zeggen. Het Oude Testament bevat verschrikkelijke verhalen en Jezus is weliswaar een sympathieker personage dan Mohammed, het feit dat hij zich zo nadrukkelijk liet verraden door joden, heeft niet erg geholpen tegen het wereldwijde antisemitisme. Prima. Maar zelfs als het echt zo is dat de Bijbel en de Koran exáct even kwaadaardig zijn (een krankzinnige toevalligheid!), dan nog zou dat helemaal niets afdoen aan de stelling dat de Koran een kwaadaardig boek is. Oké, de Bijbel dus ook. En nu? Het is eigenlijk gewoon weer het Breivik-argument.

Een jonge moslima gaf vorige week op de bank bij Eva Jinek toe dat jihadisten zich door islamitische teksten lieten inspireren, maar het probleem was volgens haar dat zij die teksten zonder de juiste begeleiding tot zich hadden genomen. Met andere woorden: het lag aan hun interpretatie, niet aan die teksten zelf. Maar kom op: een boek dat alleen veilig te lezen is onder professionele begeleiding van iemand die precies weet wat de auteur eigenlijk bedoelde en welke stukjes je vooral niet letterlijk moet nemen omdat je anders per ongeluk wordt aangespoord tot gewapende jihad – klinkt dat niet als een vreselijk gevaarlijk boek?

De allergrootste vraag is natuurlijk: waarom zouden ze er zelf om liegen? Waarom zouden al die jihadisten, terroristen en sharia-rechters, van Syrië tot Parijs, allemaal beweren dat ze in naam van de islam handelen, terwijl het ze in feite om heel iets anders gaat? Al die vlaggen, al dat bidden, al die offers, tot zelfmoord aan toe, allemaal om de wereld voor de gek te houden en de islam in een kwaad daglicht te stellen? Hoe langer ik erover nadenk, hoe ongelofelijker het allemaal klinkt. Het enige waar ik steeds meer begrip voor krijg, is dat pesterige zinnetje na iedere geseling, onthoofding of bomaanslag: ‘Dit heeft zeker ook weer niets met de islam te maken?’