Komkommertijd. De TV is één lang knoop-in-je-zakdoek-testbeeld, allerlei politieke machtspelletjes kunnen eindelijk ongehinderd vóór de schermen plaatsvinden -want het zal ons even allemaal een zorg zijn- en er passen veel idiote stukjes over gender problemen in vrouwenblaadjes en online magazines die weglezen als een lauwe groene smoothie. Om het gemis aan ‘iets’ te weten te compenseren, is er volop gevoel. Vakantie. Sport-emotie. Helaas dit jaar wat voetbal betreft niet in Nederland. Vandaar een klein verslag over de emoties in Berlijn, waar die Mannschaft door is naar de volgende ronde op het EK. En waar komkommertijd, door alle evenwichtigheid, niet bestaat.

Meer dan de helft van alle horecagelegenheden in mijn buurt heeft een tv(scherm) buiten gezet. Aan de opstelling van het terras wordt weinig veranderd. Geen sneue statafels, buitentap of de aanblik van horecabazen met vergunningenstress. Welnee, gewoon hetzelfde gedoetje als altijd maar dan met elke (!) EK wedstrijd in je ooghoek. Het geluid van de tv’s mengt zich onopvallend met dat van de omgeving: kinderen, auto’s, straatmuzikanten. Toen ze dinsdagavond met 1-0 wonnen steeg er aan het eind kort wat gejuich en geklap op in de straat, waar zich zo’n vijftig mensen hadden verzameld, voornamelijk voor de Ierse pub en het Italiaanse en Israëlische restaurant. Toen werd het stil. De week ervoor, op de avond van de tweede wedstrijd was mijn man erbij gaan zitten, met een bier en zei tegen een paar mannen dat ze zo opvallend rustig zaten te kijken. Deed het hen dan niets?! Ze haalden hun schouders een beetje op, mompelde iets over ‘nergens voor nodig’. De versiering beperkt zich tot rood-geel-zwarte hoesjes over de buitenspiegels van auto’s, en een vlaggetje hier en daar. Dingen opblazen en op hun hoofd zetten doen ze niet.

De Duitsers beheersen de Stoïcijnse apatheia, ‘het zich soeverein onthouden van dweperij’. Ik zeg dat met enig voorbehoud, want ik weet niet hoe het straks is, als ze verder komen in het toernooi. Maar dat ze hier de huid van de (Berlijnse) beer niet verkopen voordat ie geschoten is, is wel duidelijk. In Nederland is -zoals jullie weten- elke wedstrijd een emotionele achtbaan, of ons elftal maar net vijf minuten bezig is of sneuvelt in de finale -en alsnog gehuldigd wordt. De emotie ís het spel, én de prijs.

De Duitse apathie, niet te verwarren met passiviteit, is een geschenk als je uit Nederland naar hier komt. Hoewel het zeker in het begin wat kil en ongeïnteresseerd overkomt, krijg je van dit volk tenminste niet het gevoel dat je geïnfecteerd wordt met oeverloze emoties over te laat komende treinen, babygeluk en zwarte pieten geneuzel. Als ik mijn hoofd door de deur naar Nederland steek komt dat alles als een tochtige wind over me heen.

Luisterend naar het applaus en de manier waarop iedereen na de wedstrijd weer snel tot de orde van de dag komt, kwam bij mij de gedachte op of die afwezigheid van (publieke) emoties niet iets zorgwekkends of onnatuurlijks is. In een levendige en vrije stad als Berlijn is er toch genoeg om uitgelaten over te zijn? En buiten de sport: om je druk over te maken? Zo tijdens het EK lijkt die radicale cognitieve houding bijna ongepast, oneerbiedig. En dan het raadselachtige, het is toch meeslepend, al die ingehouden emotie.

Een Duitse schrijver, Thomas Brussig, zei er in een interview iets over. “Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de nazi’s misbruik gemaakt van patriottische gevoelens. Ze creëerden helden, die later moordenaars bleken. In de jaren ‘60 reageerden de intellectuelen met een verbod op bepaalde woorden en emoties. Sindsdien schuilt in elke Duitser een klein ventje dat ons influistert dat we onze gevoelens niet mogen vertrouwen”.

Ik ben ook voor een verbod door intellectuelen op bepaalde woorden en emoties in Nederland. Maar dat terzijde. Het is natuurlijk jammer en helemaal niet nodig dat er nog altijd kleine ventjes in Duitsers blijken te zitten, maar voordelen biedt het wel. Ze zullen zich minder makkelijk laten hersenspoelen, overhalen en meeslepen door hypes, populisten en -dus- elf mannentjes op een voetbalveld. Uit deze houding volgen volgens filosoof Seneca ook de deugden respect en welwillendheid. Vandaar de Willkommenskultur, die in feite gewoon een vorm van beschaving is, niet een vorm van massahysterie. Ik ben zelf al tal van keren tegen het wantrouwen van Duitsers aangelopen, maar zolang ze kunnen vasthouden aan hun gewoontes, regels en Miele wasmachines zijn ze op een bepaalde manier ook nog best wel gevoelig en open. Alleen je bereikt ze niet op z’n Hollands. Niet met een schouderklop: hé hoe gaat het met je? Maar met een ernstige vraag. Of die Mannschaft gaan winnen bijvoorbeeld. Je krijgt een ernstig antwoord terug. Ik heb zojuist een Duits shirt besteld, voor de integratie. Maar ook voor mij geldt: met het hoofd, niet met het hart. Dat ligt nog in het tochtige Nederland.