De angstaanjagend diepe multiculturele kloof in West-Europa werd weer eens heel zichtbaar deze week. Eerst kwam de wereld tot de schokkende ontdekking dat Duitsland een komiek had. Maar gelukkig werd daar met stevige aandrang van een fundamentalistische despoot meteen korte metten mee gemaakt door multikulti mutti Merkel. Humor in Duitsland? Wat denken die moffen wel?

Vorige week kwam ook Johan Derksen onder vuur te liggen, nadat hij in het programma Voetbal inside op de tv-porno-zender RTL 7 had verkondigd dat er ‘heel wat amateurclubs naar de klote zijn gegaan omdat ze toevallig bij een wijk liggen met veel Marokkaanse gezinnen.’ Hij zei nog meer enorm schokkende dingen: ‘Dan krijgen Marokkaanse jongens de overhand. Dat functioneert haast nergens. Sterker nog, dan krijg je dat Hollandse jongens naar een andere club gaan.’

Dat hakte erin.

Amateurs

Nu heb ik geen verstand van amateurvoetbal. Ik kan niet beoordelen of zijn bewering klopt en ook niet of hij niet klopt. Maar met de wetenschap dat 65 procent van alle Marokkaanse jongens tussen hun 12de en 24ste over een periode van negen jaar, één of meerdere keren is aangehouden voor het plegen van een misdrijf, lijkt zijn observatie mij ook weer niet enorm onwaarschijnlijk of wereldschokkend. In een stad als Amsterdam loopt het percentage mocro’s met criminele antecedenten zelfs op tot zeventig procent. In drie wijken, allemaal in Amsterdam-West, zelfs tot honderd procent.

De KNVB verklaarde in de Telegraaf dat de bond niet wist hoe het zat, aangezien deze organisatie de incidenten in het amateurvoetbal niet registreerde op basis van etniciteit.

‘Die uitspraken zijn nergens op gebaseerd,’ riep Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal van de KNVB tegen de NOS. Hoe hij dat kan weten als de bond niet op etniciteit registreert, vertelde hij er niet bij. Dit is bovendien dezelfde bond die ook niet wist wat Sepp Blatter en zijn kompanen jarenlang uitspookten en deze door en door corrupte FIFA-capo jarenlang door dik en dun steunde.

Maar ‘bij bijna een derde van alle stilgelegde voetbalwedstrijden zijn Marokkaanse of Turkse spelers betrokken’, constateerde hoogleraar Bestuur en Organisatie en oud-KNVB-bestuurder Paul Verweel in een reactie op de uitspraken van Derksen. ‘Allochtonen zijn  oververtegenwoordigd bij excessen op voetbalvelden,’ bevestigde Verweel.

Verweel beweerde dat hij als vicevoorzitter jeugd bij de KNVB jarenlang juist wel toegang had tot de achtergronden bij de cijfers van de bond. Zo zag hij de  namen van betrokken clubs én de etnische achtergrond van de spelers. ‘Nog steeds zo’n zeventig procent van de incidenten wordt dus veroorzaakt door autochtone Nederlanders’, nuanceerde Verweel zijn observatie, ‘En excessen doen zich voor bij minder dan 1 procent van de wedstrijden.’

Als we er vanuit gaan dat Verweel gelijk heeft, moeten we constateren dat Derksen of sterk overdreef, of dat er op zijn minst sprake is van zeer strijdige verklaringen en (vermeende) feiten of dat Verweel zelf de echte werkelijkheid ook niet kent. Tijdens een optreden in het programma PAUW weigerde Derksen dan ook zijn woorden terug te nemen, al verklaarde hij ook tegen het weigeren van Marokkaanse voetballers te zijn vanwege hun afkomst.

Je zou zeggen, dat daarmee de kous af was: Jongens er is een probleem. Hoe groot het precies is, weten we niet. Maar het is vijf voor twaalf. Aan de slag!

Patroon

Maar vervolgens ontspon zich een patroon in de media en de columns dat ik ook al jaren meemaak bij dit soort debatten in Amsterdam. Bij die debatten tref je altijd de groep hoogopgeleiden aan, de autochtone elite uit de zeer welvarende vrijwel volledig blanke wijken van de stad, die ook wel eens lamskoteletjes bij een Marokkaanse slager koopt, onveranderlijk de grote zegeningen van de multiculturele samenleving bezingt, maar werkelijk niets weet van de harde werkelijkheid waar het over gaat. Desondanks vinden zij daar van alles van. Zij roepen: ‘We kunnen Turken niet eens van Marokkanen onderscheiden. Voor ons is iedereen gelijk.’ Ze zijn daar heel trots op, terwijl de uitspraak natuurlijk blijk geeft van een stuitende desinteresse in allochtonen. Er wordt ook altijd gepleit voor de dialoog: ‘We moeten wel blijven praten hoor.’

Naast deze werkelijkheidsontkenners, gladstrijkers, plooiers en schikkers, tref je ook altijd de onvermijdelijke stichtingsallochtonen aan die in de verdediging schieten, alle feiten ontkennen, nooit oplossingen aandragen en zelf dus medeverantwoordelijk zijn voor het voortbestaan van de ellende.

De stichtingsallochtoon kan eigenlijk alleen heel goed fluiten in het donker. Hij ziet niets, maar brengt veel hoge harde geluiden voort en wordt door de werkelijkheidsontkenners als de expert gezien, alleen omdat hij toevallig zelf allochtoon is en de juiste praatjes rondtrompettert.

De beroepsallochtoon stelt dan bijvoorbeeld het ‘zeer ernstige’ probleem van de discriminatie van Marokkaanse jongens in de Amsterdamse trams, het uitgaansleven of het  amateurvoetballen aan de orde en is dus heel eg bedreven in het omkeren van oorzaak en gevolg.

Zelden of nooit wordt het feest der ontkenning bedorven door iemand die roept: ‘Vanmiddag  ben ik hier in Amsterdam door een Marokkaan op klaarlichte dag met een mes op mijn strot van mijn telefoon beroofd. Ik weet nu dat het mijn eigen schuld is, want ik had eigenlijk de dialoog met deze agressieve straatrover moeten aangaan.’

Het discours verloopt altijd volgens een vast patroon. Eerst de keiharde ontkenning van de feiten. Of als dat niet kan, het bagatelliseren van de feiten: ‘Het is maar een klein groepje’; ‘Het is maar een minderheid’; ‘Er zijn altijd een paar rotte appels in de mand’ en ‘De meerderheid (altijd negentig procent) deugt’. Er wordt nooit bewijs geleverd. Alleen maar gesteld. Dat bagatelliseren gaat altijd gepaard van opvallend taalgebruik. Er worden namelijk immer verkleinwoorden gebezigd als Marokkaantjes, kut-Marokkaantjes, rotjongetjes, schoffies, boefjes of criminele vriendjes, alsof het hier een lastig lilliputtervolkje betreft dat je in een lucifersdoosje kunt schuiven en affakkelen. Vaak wordt de befaamde voedingsbodemtheorie er tussendoor geschoven, want het gaat om maatschappelijk gemarginaliseerde jongeren die eigenlijk niet anders kunnen dan zich misdragen en oude vrouwtjes beroven. Als klap op de vuurpijl komt dan onveranderlijk de vierde trap: De beschuldiging van stigmatisering en racisme.

PAUW

Dat patroon zie je ook in de Westergasfabriekse babbelshows in Amsterdam.

Johan Derksen zat bij PAUW tegenover beroeps-Marokkaan Farid Azarkan van het Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland (SMN). Wie een beetje thuis is in deze materie, weet dat de meerderheid van de Marokkanen op zijn zachtst gezegd grote moeite heeft met samenwerken en elkaar het licht niet in de ogen gunt. Wie Azarkan vertegenwoordigt, is dan ook volstrekt onduidelijk, maar hij komt altijd opdraven bij dit soort debatten omdat hij nu eenmaal in de digitale Rolodex onder het kopje Marokkaan zit.

Ere wie ere toekomt: Azarkan doorbrak het hierboven geschetste patroon voor een deel. Het drama valt tegenwoordig ook moeilijk nog te ontkennen. Hij begon zijn betoog met de drie constateringen. Dat Marokkaanse jongens oververtegenwoordigd waren in de criminaliteit (Ja: 65% is crimineel), dat Marokkaanse jongens drie keer zo vaak werkeloos waren als gemiddeld (Als je in de bak zit, kom je moeilijk aan een baan) en dat Marokkaanse jongens ‘vaker’ afreizen naar Syrië. Die laatste constatering was natuurlijk al weer een voorbeeld van het futiliseren, aangezien het om de overgrote meerderheid gaat en deze observatie verder bitter weinig met amateurvoetbal te maken heeft.

‘Dat vinden wij allemaal verschrikkelijk,’ zei Azarkan ook. Ja, dat vinden wij.

Maar vervolgens paste hij een retorische truc toe, namelijk plotseling van onderwerp veranderen. De Marokkaanse agressie in het amateurvoetbal werd genegeerd en vervangen door het succes van Marokkanen in de eredivisie: ‘Maar Marokkaanse Nederlanders zijn ook oververtegenwoordigd in de eredivisie. Dat is heel opmerkelijk, maar ze hebben nu eenmaal veel talent voor voetbal. Dat is dus iets positiefs. Voor heel veel jongens is het een manier om in de samenleving een stap te zetten. Maar Derksen weet het dan zo te draaien dat dat toch nog iets negatiefs wordt. Dat steekt mij. Ik vind dat verschrikkelijk.’

Wat zal ik ervan zeggen? Azarkan gaat niet in op de beschuldiging van Derksen, verdraait zelf de feiten en vermijdt gewoon het onderwerp; en ik vraag me vooral af waarom hij nooit gestoken is, als Marokkaanse jongens een ambulance leegroven, terwijl de ambulancebroeders het leven van een Marokkaans meisje proberen te redden dat tussen twee metrostellen vastzit. Ik vraag me vooral af waarom ik het SMN niet hoor als het leven uit een grensrechter wordt geschopt door Marokkaanse amateurvoetballers uit Nieuw-West. Ik vraag me ook af waarom ik hem niet hoor als de mocro-maffia met kalasjnikovs in de kofferbak rondrijdt om hun volksgenossen af te maken. Ik vraag me af waarom het zo stil blijft als een afgehakt hoofd van een Marokkaan wordt neergezet voor een shisha lounge. Is dat dan allemaal niet enorm stigmatiserend voor Marokkanen? Steekt dat helemaal niet?

DWDD

Maar toen hadden we De Wereld Draait Doorrrrrr nog niet gehad! In de proloog, het vaste, volledig voorgekookte één-tweetje met de veredelde Tel Sell-verkoper Van Nieuwkerk, kwam Hugo Borst aan het woord. Ik vind Borst eigenlijk wel sympathiek, maar hij is een zogenaamde voetbalexpert. Dat woord is voor mij een dwingende zap-katalysator. Ik kijk nog liever naar het groeien van kunstgras, dan naar ongewassen kerels die over voetbal lullen.

Borst bleek plotseling echter bij te beunen als Marokkanenexpert, althans dat pretendeerde hij. Hij hield een buitengewoon verwarrend betoog. Dat krijg je als je moet manoeuvreren tussen politieke correcte benauwenissen of eigenlijk gewoon geen zak van het onderwerp af weet. Borst trok het op zijn Cohenniaans eerst breder. ‘Vroeger had je die problemen namelijk ook met Surinamers en Molukkers en nu zijn kennelijk de Marokkanen aan de beurt.’

Kortom: Minderheden worden altijd gediscrimineerd en daar heb je weer zo’n racistische Hollandse rotzak. Stigmatisering!

‘Maar ze (de Marokkanen) maken het er ook naar,’ constateerde hij vervolgens weer in dezelfde ademtocht.

Dat was waarachtig weer een erkenning van de feiten.

‘Maar hoeveel zijn het er nou eigenlijk helemaal?’ vroeg hij zich vervolgens retorisch af.

We zaten al meteen weer bij de tweede stap: het geringachten.

Maar ook Borst switchte steeds van het eigenlijke onderwerp, ‘amateurclubs die naar de klote gaan’, naar het eredivisievoetbal of zichzelf. Over Nederlandse trainers die niet om konden gaan met Marokkaanse ego’s met ‘die eeuwige trots’ en zo. Foei!

Trauma

De Derksen-vloek moest er dan maar even ingepompt worden, vond Van Nieuwkerk. We kregen het gewraakte fragment te zien. Borst had een stevig excuus voor Derksen. Derksen was vroeger jarenlang in Gouda ‘geziekt met zijn gezin door rotzakkies, kut-Marokkaantje wat mij betreft’. Zie hier het lastige Noord-Afrikaanse lilliputtervolkje weer voorbij komen.

Daardoor was Derksen getraumatiseerd en plukte hij uit de ‘oude doos’. Het luciferdoosje ongetwijfeld. Zonder trauma, kon je toch ook onmogelijk met zulke rare opvattingen behept zijn, was kennelijk de implicatie.

Daarmee wilde Borst echter weer niet zeggen dat Derksens beweringen niet klopten, want ‘het was wel zo’.

Weer veranderde hij van onderwerp. Want Borst woonde ook in de grote stad, kende ook kut-Marokkaantjes en het zuigen en zo van die kut-Marokkaantjes als ze bijvoorbeeld de straat overstaken. Maar Borst gaf die NAF-dwergjes gewoon een grote muil terug. ‘Opgelost! Het valt allemaal wel mee.’

Inderdaad. Overstekende Marokkaantjes, zijn weliswaar bloedlink, maar met een grote bakkes simpel op te lossen. De vraag is of je met een mes op je strot er ook zo over denkt, maar Borsts persoonlijke ervaringen op straat hebben vooral geen reet te maken met agressie in het amateurvoetbal!

Natuurlijk kwamen ook discriminatie en de voedingsbodemtheorie weer aanstuiteren als een magic ball. Het was ‘een ingewikkeld probleem en dat lossen wij hier niet in twee minuten op’.

Maar het was nog niet klaar. Want Borst kende ook zo ongelooflijk veel leuke Marokkanen. Negentig procent behoorde wel tot die categorie ‘leuk’ en die werden hier nu de dupe van door onze Johan. ‘Ik zeg dat negentig procent deugt’.

Ja Hugo, zo is dat. Dat kun je gewoon zonder enig nader onderzoek, met je natte vinger beweren. Ook al is gemiddeld bijna veertig procent van de Marokkaanse jongens tussen de 12 en de 24 jaar in de 22 Marokkanengemeenten crimineel, ook al lopen er alleen al ruim duizend harde kern-criminelen in Amsterdam en circa vijftienduizend Marokkaanse criminelen in Nederland rond. Negentig procent deugt gewoon. Het is maar een heel klein groepje mocro-ukkepukkies dat in de fout gaat. Echt heel klein!