Afgelopen week bezocht ik twee bijeenkomsten, die in de Nederlandse media geen aandacht hebben gekregen. We laten de Riffijnen en Koerden stikken.

 

Zondagavond 10 maart was ik in Utrecht op een bijeenkomst over de situatie in de Rif. De Rif is een regio in het noorden van Marokko die wordt onderdrukt, al decennialang. In 2016 werden er protesten tegen het Marokkaanse regime georganiseerd door de Hirak-beweging, die eiste dat de Riffijnen meer sociale rechten zou krijgen. De Marokkaanse overheid echter schilderde de demonstranten af als separatisten en heeft de leiders van de protestbeweging draconische gevangenisstraffen opgelegd. Sympathisanten van de Hirak-beweging in Europa proberen aandacht te vragen voor het onrecht in Marokko, maar krijgen vaak nul op het rekest. Gelukkig zijn er ook politici die hun nek uitsteken, zoals PvdA-Europarlementariër Kati Piri. Europa zelf doet er echter het zwijgen toe, mede vanwege de vluchtelingendeal met Marokko. De angst bestaat dat als wij iets over de mensenrechtensituatie in Marokko zeggen, Marokko de grenzen niet meer bewaakt en een heleboel Afrikaanse migranten onze kant opkomen. Wegkijken is daarom troef.

Ook ten aanzien van de Koerdische kwestie wordt verschrikkelijk weggekeken. Op woensdagavond 13 maart organiseerde Kurds & Friends een bijeenkomst in Café Nieuwspoort in Den Haag, waar Sadet Karabulut van de SP en Martijn van Helvert van het CDA in debat gingen met Ertugrul Kurkcu, een voormalig HDP-parlementariër. Kurkcu, die nu in Duitsland woont, is gevlucht voor Erdogan. De Turkse overheid onderdrukt de Koerden en bestrijdt de pro-Koerdische democratische HDP, omdat deze partij aan de PKK gelieerd zou zijn. Behalve kritische journalisten en (al dan niet vermeende) Gülen-aanhangers heeft Turkije ook veel HDP’ers in de gevangenis gegooid. Op deze manier hoopt Erdogan het verzet tegen zijn autoritaire bewind te breken. Europa doet weinig hiertegen, mede vanwege de vluchtelingendeal met Turkije. Woensdag stemde het Europees Parlement wel voor het opschorten van de gesprekken met Turkije over toetreding tot de EU, vanwege de mensenrechtenschendingen in het land. De deur wordt echter niet definitief dichtgedaan, want een motie die onder andere was ingediend door het CDA haalde geen meerderheid van stemmen.

Op dit moment zijn veel Koerdische activisten, in Turkije maar ook in Nederland en in andere Europese landen, in hongerstaking gegaan. Ze volgen hiermee het voorbeeld van HDP-politica Leyla Güven, die met haar actie een einde hoopt te maken aan de isolatie van Abdullah Öcalan. De PKK-leider wordt nu al meer dan twintig jaar gevangen gehouden op een eilandje in de Zee van Marmara, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzit. Öcalan mag echter geen bezoek ontvangen, geen advocaten en ook geen familie. Zijn broer mocht de afgelopen jaren maar twee keer kort langskomen, bij wijze van hoge uitzondering. Los van de vraag of je het met Öcalan eens bent of niet, Turkije schendt op grove wijze zijn mensenrechten. Hiertegen protesteert Güven vol passie. En ook rigoureus. Ze is bereid tot het einde door te gaan, bereid te sterven. Dit zijn ook de andere hongerstakers, ook de Nederlandse Koerden Hasbi Cakici en Hüseyin Yildiz. Ik interviewde ze enkele weken geleden voor magazine De Kanttekening. Hoewel ik van mening ben dat ze eigenlijk meteen moeten stoppen met hun actie, omdat ze dit mogelijkerwijs niet zullen overleven, maakte hun bereidheid om hun leven op te offeren diepe indruk. Zullen GroenLinks-meisjes in hongerstaking durven te gaan voor een beter klimaat? PVV’ers die stoppen met eten als Wilders wordt veroordeeld?

Cakici en Yildiz zijn nu meer dan 50 dagen in hongerstaking. Het gaat slechter met hun gezondheid. Een maand lang werden ze door de media genegeerd, behalve door mij dus. Pas op 4 maart besteedde NPO Radio 1 er een item aan. Maar dit kreeg geen follow-up in andere media. Met andere woorden: we vinden de Koerden blijkbaar niet belangrijk. Net zoals we de Riffijnen niet belangrijk vinden. Dat onze overheden uit politieke overwegingen de Koerden en de Riffijnen laten stikken is uiteraard kwalijk. Maar dat de media – op Nadia Ezzeroili, Nian Bakal en enkele andere topjournalisten na – het ook massaal laten afweten is pas echt beschamend. Zeker in deze tijd, waarin inclusiviteit en intersectionaliteit de toverwoorden zijn.