Niets Nederlands is ons bij Jalta vreemd. Soms doen wij er daarom gewoon aan mee: het oerhollandse gezelschapsspel dat ‘het debat over het debat’ wordt genoemd. Overigens leidde dat uiteindelijk wel weer tot substantiele eigen bijdragen aan datzelfde debat.

Strijdbare taal

De column van Esther Voet was daar een uitstekend voorbeeld van. Ze rekende hard af met de neiging van tevelen om te doen alsof het openlijk uitspreken van de waarheid over de terreurplegers het probleem zou verergeren. In een moeite door geeft ze ook aan hoe het debat wel gevoerd zou moeten worden: “Dus wat te doen? Onze stem verheffen. Zeggen: tot hier en niet verder. En ook: het beest bij de naam noemen. Yassin Elforkani heeft het lef om zelf, vanuit de islam, te zeggen dat de terreur die nu toeslaat, niet meer kan worden losgezien van de islam. De radicale islam, dat moet er wel worden bijgezegd. Maar waarom zie ik nog zo ontzettend veel journalisten en politici die dit fenomeen nog steeds niet durven te benoemen? Dames en heren journaille en politiekcorrecte politieke partijen, u bent er medeschuldig aan dat deze verdorven tak van een religie, waar de meeste volgers zelf het meest onder lijden, nog steeds kan voortwoekeren. Een kwaadaardige ideologie, die u achter de schermen wel degelijk veroordeelt. Maar zodra het lichtje van de camera of de microfoon brandt of een nieuw Microsoft-Word document zich maagdelijk voor u opent, krijgt u koudwatervrees. Op een paar moedigen na, uiteraard. En u offert daarmee onze eigen, prachtige vrije westerse samenleving op.”

ABCtjes

Veel van de analyses van de Jalta-auteurs waren logische ABCtjes. Zo legde Annabel Nanninga nog maar eens uit aan de hardnekkigen onder de commentatoren dat constateren dat het oorlog is op zich geen oorlogsretoriek hoeft te zijn: “Niemand wil oorlog. Maar als er keer op keer oorlogshandelingen tegen ons worden gepleegd, dan kunnen we het moeilijk anders duiden. Als ik op straat loop en iemand slaat mij zomaar in elkaar, dan ben ik slachtoffer van geweld. Ik ben tegen geweld, ik zou niet oproepen tot geweld, maar hee, ziedaar, het gebeurt en ik benoem het aldus.” In een andere bijdrage merkte ze terecht op dat wanneer premier Rutte zegt dat het oorlog is, hij daar vervolgens wel beleidsconclusies uit moet trekken. Anders verliezen woorden hun betekenis. Bart Schut kwam zelfs met een letterlijk ABC: het alfabet van de terreurduiding. Het werd een mooi compleet overzicht, al ontbrak er wel een woord: de i van islam. Maar goed, dat zal vast toeval zijn geweest…

En nu… wijn

Uiteindelijk kijken de Jalta-auteurs echter gewoon weer vooruit, naar het leven voorbij de aanslagen en de oorlogsdreiging. En wat is dan beter dan ons te richten op datgene waaraan de fundamentalisten de grootste hekel hebben, namelijk eten, drinken en feesten? Tegenover hun doodscultus zette Adjiedj Bakas deze week de levenslust van de decembermaand. Hij ging daarbij vooral in op de trends in de horeca van de komende tijd: ““Work hard, play hard” is het devies in Tel Aviv, de hippe Israëlische hoofdstad, die dankzij de oorlogseconomie groeit en bloeit, en de beste restaurants in de regio herbergt. Israëlische wijnen zijn in opkomst. De druiven die groeien met heel weinig water zijn juist extra lekker.” Persoonlijk houden we het vanavond bij een Franse sauvignon blanc, maar welke druif u ook kiest, laat het u goed smaken. En zoals wij in het Vrije Westen: op het leven!