Wat de deze week in Den Haag sprekende Holocaustontkenner David Irving en Halbe Zijlstra’s salafisten met elkaar gemeen hebben, is dat zij, naast hun gedeelde Jodenhaat, gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting. Maar de fundamentele discussie die wij in dit land zouden moeten voeren, is: verdienen zij die wel? Staat tegenover de vrijheden van onze democratische rechtsstaat niet de plicht zelf die vrijheden te onderschrijven of tenminste niet te ondermijnen?

David Irving. Ik had de naam jaren niet meer gehoord en nu ik hem opeens weer las, liepen de rillingen over mijn rug. Hij komt spreken, in mijn woonplaats nog wel, de zelfbenoemde Internationale Stad van Vrede en Recht. Irving was de eerste persoon van wie ik ooit had gehoord dat hij de Holocaust ontkende, zo maar, open en bloot. Als jongeling begreep ik er niets van, hoe kon je een feit ontkennen, en nog wel zo’n verschrikkelijk? Kon dat, mocht dat zomaar?

Celstraf

Het mocht niet. In 2006 werd David Irving wegens ontkenning van de Holocaust veroordeeld tot drie jaar celstraf. Ik had en heb daar ambivalente gevoelens over. Op basis waarvan bepaal je als wetgever welke feiten wel of niet ontkend mogen worden? Miljoenen gelovigen over de hele wereld ontkennen de Evolutieleer en hebben daar ongelijk in, maar dom- of onwetendheid is geen reden iemand zijn vrijheid te ontnemen. Er moet meer bij komen kijken: kwaadaardigheid van het denkbeeld, kwade bedoelingen in de uiting ervan.

Is het niet belachelijk dat ik de Holocaust niet en alle andere massamoorden in de geschiedenis wel mag ontkennen?

Zelfs dan, je kunt ideeën niet verbieden, hooguit hun expressie. Ook daarmee is de kous niet af. Is het niet belachelijk dat ik de Holocaust niet en alle andere massamoorden in de geschiedenis wel mag ontkennen? De Armeense genocide, de Killing Fields, de Goelag Archipel, de Duizend Heuvels in Rwanda… Ik neem aan dat de gedachte is dat wanneer je bepaalde gebeurtenissen ontkent, dit wordt gezien als een aanmoediging hen te herhalen. Daarom vermoed ik dat burgemeester Eberhard van der Laan in 2011 Irving het spreken in de hoofdstad onmogelijk maakte. Zijn collega in Den Haag, Jozias van Aartsen, lijkt nu hetzelfde te gaan doen.

Nazigespuis

Terecht, lijkt mij. Waarom zou je als overheid het dit soort nazigespuis niet zo moeilijk mogelijk maken hun haatboodschap uit te dragen? Aan de andere kant, als je dat doet, gebruik je dan praktisch niet dezelfde fascistoïde methoden als het extreemlinkse tuig dat met geweld probeerde de Pegidademonstratie in Amsterdam te verstoren? Het blijft een lastige vraag: hoeveel tolerantie toon je de intoleranten? Maar het is een vraag die wij in onze democratische rechtsstaat zullen moeten beantwoorden of tenminste principieel en fundamenteel moeten bediscussiëren, want het huidige ad-hocbeleid lijkt nergens op.

Waar zwarte spoken vrij door onze straten fladderen in niqabs en chadors, word je met een varkensmuts op gearresteerd

Waar Irving wordt geweerd, zijn islamitische haatpredikers keer op keer van harte welkom in onze gemeenten. Wat dacht u van een demonstratie waarin – niet toevallig ook in de Residentie – massaal wordt opgeroepen Joden te vermoorden? Ik stond er naast en zag hoe niet één spreker werd gearresteerd. Waarom mag Irving de sjoa niet ontkennen maar mag Appa wel de Bloedlegende verkondigen tijdens demonstraties? En nu we het toch over antisemieten hebben: de Holocaust wordt jaarlijks honderden, nee, duizenden malen ontkend door Nederlandse schoolkinderen van (vooral) Turkse en Marokkaanse afkomst.

Halbe Zijlstra

Tolerantie voor de intoleranten, VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra gooide vorige week een balletje op. Dat hij daar nogal ongeloofwaardig over kwam, komt door het feit dat zijn partij de afgelopen jaren in de regering absoluut geen gebruik maakt van haar mogelijkheden op te treden tegen moslimextremisme. Teruggekeerde jihadi’s worden nauwelijks vervolgd, terroristen met dubbele nationaliteit wordt nog steeds het Nederlandse paspoort niet afgenomen en zoals gezegd, haatimams wordt geen strobreed in de weg gelegd.

Laat mij u snel uit de droom helpen: apolitiek salafisme bestaat niet

Sterker nog, het omgekeerde lijkt het geval. Wanneer burgers zich zorgen en boos maken over wat zij zien als het gevaar van een groeiende islam, kunnen zij bezoek van de (gedachten-)politie verwachten. En waar zwarte spoken vrij door onze winderige straten fladderen in niqabs en chadors, word je met een varkensmuts op gearresteerd. Ik heb zeven jaar rechten gestudeerd (niet klagen over de lengte van mijn studie, je kunt er premier mee worden), maar ben nooit het Strafrechtartikel tegengekomen dat dit zou verbieden.

Bomgordel

Varkensmutsen fout, salafisten prima. Want, zo las ik deze week, die (salafisten, niet varkensmutsen) zijn er in alle soorten en maten en de meesten zijn ongevaarlijk, geweldloos en apolitiek zelfs. Laat mij u snel uit die droom helpen: apolitiek salafisme bestaat niet. Het afwijzen van rechtsstaat, democratie, gelijke rechten voor man, vrouw, homo, hetero, moslim of ongelovige is per definitie politiek. En ongevaarlijk? Niet elke salafist draagt een bomgordel. Maar sta mij in deze met David Irving begonnen tekst een stevige Godwin toe: niet elke nazi bediende de gaskamer.

De woorden van haatpredikers, welke religie of welk isme zij ook aanhangen, leiden vroeg of laat tot geweld

Salafisten zijn antidemocraten, allemaal. Niet één is democraat, niet één gelooft in de rechtsstaat en bijna allen steunen zij jihad tegen on- en andersgelovigen. Toch gebruiken – misbruiken? – zij de rechten die het systeem dat zij afwijzen hen biedt. In één zin zullen zij het recht opeisen hun hatelijke boodschap uit te dragen en de bestraffing eisen van wie hun profeet belachelijk maakt. Daarin zit moreel, intellectueel en vooral gevoelsmatig iets scheef. Moet tegenover de rechten van onze democratie niet minimaal de plicht staan deze te onderschrijven?

Aanpakken

Waaraan heeft Haitham al-Haddad de rechten verdiend die David Irving worden ontzegd? De twee hebben zoveel gemeen in hun afkeer van het Joodse volk. Zelfs wie in de salafist niet de nazi van de 21e eeuw ziet, zal moeten toegeven dat de woorden van haatpredikers, welke religie of welk isme zij ook aanhangen, vroeg of laat tot geweld leiden. Als zij van buiten komen, moeten wij hen weren. Leven zij onder ons, moeten wij hen aanpakken. Ik moet denken aan de titel van de memoires van nazi-jager Simon Wiesenthal, voor mij de anti-Irving: ‘De moordenaars zijn onder ons’. Dat zijn zij inderdaad, ook als zij misschien nog niet moorden.