Afgelopen vrijdag lazen we in Trouw dat de Amsterdamse politie hulp kreeg van de militaire eenheid die in Afghanistan de ‘hearts and minds’ van de lokale bevolking moest winnen. Superhandig, vond ook hoofdinspecteur Carolien Dijkstra, want “preventie […] kan alleen samen met burgers. Je wil dat mensen meewerken aan je missie.” Maar wordt Nederland echt veiliger met een gemilitariseerde politie?

Het is een lekkere out-of-the-box gedachte. Niets mis met een frisse blik, maar de vraag is of dergelijke militaire bijstand aan de politie wel wenselijk is binnen een democratie. Worden wij echt veiliger wanneer de politie militariseert? Er is de laatste decennia een toename van de inzet van het leger op nationaal grondgebied. In 1965 zette de Amerikaanse regering SWAT-teams in om de zesdaagse Watts-rellen in Los Angeles een halt toe te roepen. Sinds 9/11 wordt de politie door het leger structureel getraind en heeft het de beschikking over militaire wapens (zoals granaatwerpers, wapens van zeer zwaar kaliber en bepantserde voertuigen). Een ontwikkeling die de regering Obama nu probeert te stoppen. Waarschijnlijk tevergeefs, aangezien de federale regering geen jurisdictie heeft over lokaal politiebezit.

Dezelfde trend in Nederland
Ook in Nederland zien wij deze trend. Al onder voormalig minister van Defensie, Hans Hillen, werden de mogelijkheden verkend om het leger en politie nauwer te laten samenwerken. Hier bestaan momenteel nog allerlei procedures voor. Zo moest de Amsterdamse burgermeester Van der Laan een ‘bijstandsaanvraag voor militaire steunverlening in algemeen belang’ indienen voordat de militaire eenheid de politie mocht bijstaan in Bos en Lommer.
Waarom is dit een probleem? Binnen- en buitenlandse veiligheid lopen steeds meer door elkaar heen, dus waarom zouden defensie en politie niet meer samenwerken? Daarnaast zijn granaatwerpers voor de Nederlandse politie nog geen optie. De aandacht in training en opleiding verschuift naar militaire tactiek voor onder meer crowd controle en surveillance.

Zodra politie en leger vijanden van de staat op straat gaan zoeken, worden alle burgers object van verdenking in plaats van bescherming

Welnu, er is een reden waarom in een democratische rechtstaat de defensie strikt is gescheiden van politie. Het leger is er voor de veiligheid van de staat, de politie voor de veiligheid op straat. Zodra politie en leger vijanden van de staat op straat gaan zoeken, worden alle burgers object van verdenking in plaats van bescherming. Iedereen is verdacht en schuldig tot het tegendeel is bewezen. Tegelijkertijd heeft de ontwikkeling in Amerika en Groot-Brittannië laten zien dat de aanschaf van zwaardere middelen ook het gebruik van zwaardere middelen betekent. Wapens die zijn gemaakt om in een oorlogssituatie te gebruiken en verdere geweldsescalatie te voorkomen, worden nu ingezet tegen eigen burgers. Tussen 1980 en 2000 zou de inzet van SWAT-teams op Amerikaanse burgers zijn toegenomen met 1400%.

Meer bevoegdheden betekent toename zware inzet
Politicologen zien de aanwezigheid van een disproportioneel groot politieapparaat (in omvang of bevoegdheden) als karakteristiek voor autocratieën. In tegenstelling tot democratieën dienen autocratieën de bevolking zoveel mogelijk onder de duim te houden en het machtsmonopolie van de politie wordt in die landen dan ook ten volle benut. Het is de vraag of er binnen een constitutionele liberale democratie wel ruimte moet zijn voor een politie met verregaande bevoegdheden en militaire speeltjes. Zeker als je bedenkt dat extra bevoegdheden ook extra werk oplevert; extra werk waar de Nederlandse politie helemaal geen tijd, middelen of geld voor heeft. Sterker nog, de staat van de Nederlandse politie anno 2015 is om te huilen: qua materieel en bemanning loopt de organisatie al jaren op haar tandvlees.

Politie is niet eens in staat basistaken uit te voeren
Tegelijkertijd wordt de groeiende afstand tussen burgers en politie (ontstaan door die bezuinigingen en het verdwijnen van de wijkagent – daar kwam geen Counterinsurgency aan te pas) ondervangen door basistaken van de politie uit te besteden aan particuliere beveiligers of BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaren). Het idee van kennisuitwisseling met het leger is natuurlijk op het eerste gezicht mooi, maar de burger koopt er weinig voor als de pakkans voor de vandaal in kwestie nihil is en hij, geconfronteerd met een inbreker, langer dan een kwartier moet wachten tot de politie eindelijk komt aanzetten.

Het militariseren van de politie in de huidige staat, is even verantwoord als een mitrailleur aan een peuter geven

Het idee wordt zelfs eng als je bedenkt dat de politie momenteel al niet eens in staat is om haar basistaken uit te voeren. Een incompetente organisatie uitrusten met meer bevoegdheden en zware middelen is vragen om een toename aan incidenten van disproportionele inzet tegen nietsvermoedende burgers. Het militariseren van de politie in de huidige staat, is hiermee even verantwoord als een mitrailleur aan een peuter geven.