Kerstavond voor de Notre Dame. Langs de waterspuwers pakt een menigte toeristen samen. Opgewonden pratend, heen-en-weer rennend, selfie sticks – ze straalden die typisch onoprechte euforie uit van mensen die ergens héél erg naar hebben toegeleefd en dan ook per se willen dat het volmaakt is. Net als elders in de stad ook hier weer grote drommen Japanners, die in staat van permanente opwinding de pronkstukken aanschouwden waar ze thuis zo van dromen. ‘Parijs’ – ook in Japan is het een algemene obsessie. In de Japanse hoofdstad staat – net als in tientallen andere plaatsen op aarde – een imitatie van de Eiffeltoren. Maar omdat de werkelijkheid zich steeds onttrekt aan het ideaal, worden therapieën aangeboden om met ‘Parijs’ te kunnen omgaan, dat wil zeggen: om de onvermijdelijke teleurstelling te verwerken. Bezoekers lijden dikwijls aan duizeligheid, hyperventilatie, flauwvallen. De Japanse ambassade houdt een 24-uurs hotline in de lucht voor wie terechtkomt in acute staat van verbijstering.

Ik vermoed dat zo’n toestand mij al jaren vergezelt. De stad oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit – icoon van het vrije leven, van filosofie, van kunstenaarschap – en het zonlicht op die leistenen daken, de snelstromende Seine en de zandstenen gevels: ze breken door alle harnassen heen.

Maar ook bij mij is daar natuurlijk steeds weer die teleurstelling. Vrolijke Fransen zijn nergens te bekennen. De vrouwen zijn niet zelden overspannen, de mannen staan meestal nerveus te roken (zo’n filter helpt geweldig tegen fijnstof). Ondertussen overal bureaucratie, starheid, arrogantie; en als je een discussie begint gaan ze praten als een kip: ‘mais non, mais oui, ce n’est pas la même chose!’. Snel veranderen van onderwerp: het eten, de zonneschijn? Voor je het weet gaat het alweer over de prijzen die zo gestegen zijn. Ja, de lucky few kunnen goed leven maar de huizenprijzen zijn absurd; je wordt voortdurend van je sokken gereden terwijl de nationale economie maar niet wil vlotten. De politiek! Klagen: het is zonder enige twijfel de nationale hobby numméro un.

Waarom blijf ik die stad toch bezoeken? Natuurlijk, de literaire gemeenplaatsen: Flaubert, Hemingway, Houellebecq. Even in de voetsporen van schilders als Manet en Picasso. Het Musée d’Orsay, dat soort dingen – althans dat zou je denken. Maar dat is het juist niét. Mijn liefde voor de stad zit in iets anders, iets veel kleiners: het lopen, het rondscharrelen. Haast elke straat heeft een gevel met een historische verwijzing: hier heeft Molière gewoond, daar zat de koning gevangen…Victor Hugo schreef verderop Les Misérables en het marmeren plakkaat hier bij de ingang van café Le Croissant: het brengt de moord in de zomer van 1914 op socialistenleider Jean Jaurès in herinnering. Was dat niet gebeurd, dan was de Eerste Wereldoorlog misschien niet – enzovoorts.

Sprekend zijn ook gewoonweg de straten zelf, die niet haaks op elkaar staan maar schuin zijn afgesneden – waardoor als vanzelf een pleintje ontstaat. Supermarkten, fastfoodketens en warenhuizen ontbreken bijna volledig: door allerlei patriottische wetten blijft de kleine middenstand overeind, en als gevolg is het stadsaanzicht doordesemd met bakkertjes en boetiekjes in plaats van McDonalds en H&M. Anders dan bijvoorbeeld Berlijn of Londen is Parijs als geheel bovendien nog nét behapbaar voor de voetganger. Vanaf de Sacré Coeur op het topje van Montmartre is het zo’n drie kwartier lopen naar de Notre Dame in het midden van de Seine, en vanaf daar opnieuw zo’n driekwartier naar de feestelijke brasserieën bij Montparnasse. De stad is dus te voelen als ‘geheel’ – iets dat ook weer bleek uit het feit dat het op deze kerstavond langzaamaan doodstil werd in de straten, de toeristen voor de Notre Dame langzaam verdwenen, de cafés en restaurants dichtgingen. Wereldstad? Individualisering? Parijs toonde zich juist als intieme gemeenschap, als een bloem die zich sloot voor de avond. Verkleumd streek ik ten slotte maar neer in een couscousbar, de enige tent die nog open was. Volgend jaar wat beter plannen. Mijn Parijs – het geeft zich niet zo maar prijs.