Ik ben ook een beetje een Charlie. Voor het weekblad HP/De Tijd schreef ik jarenlang (van 1998 tot 2012) een buitenlandcolumn, en naast mijn pagina stond meestal een spotprent van Bernard Holtrop, die als ‘Willem’ ook voor Charlie Hebdo werkt. Wij zijn dus collegae, maar ontmoet hebben wij elkaar nooit, want aan redactiebezoek deden Holtrop en ik bijna niet. Gelukkig maar. Daar komt nog iets bij; zijn cartoons spoorden maar matig met wat ik in mijn columns te vertellen had. Niet dat ik zijn tekeningen niet goed vond (ik kan geweldig goed tegen humor), maar het wereldbeeld dat uit zijn prenten te voorschijn kwam was om van te kotsen. Voortdurend zag je gezagsdragers die het met elkaar deden of met veel geweld hun kolossale pikken in iemands achterste duwden. Of waar het gat ook zat. Het zou dus gek zijn als ik zei dat ik Willem was. Erger; Willem zou waarschijnlijk moeten kotsen van zijn nieuwe vriend, dus dat doe ik liever niet.

 (Even voor de vrienden van de persvrijheid: het weekblad HP/De Tijd bestaat al enige tijd niet meer, niet omdat de jihad de redactie wist te vinden, of omdat de linkse kerk het als ‘Fortuynblad’ had afgeserveerd, of omdat het te weinig lezers had. Een oplage van twintigduizend is nog altijd heel behoorlijk als je ‘niemands knecht’ wilt zijn, dus weinig vrienden hebt. Het weekblad ging ten onder vanwege veranderingen op de advertentiemarkt en – in de woorden van de mediastrategen – veranderend leesgedrag van een jonge generatie die voor ‘content’ niet meer wil betalen. Op de vrije markt is het vrije woord afhankelijk van adverteerders en als die er niet meer zijn houdt het op. Zo simpel is dat en daar helpt ook de humor van Willem (of Gregorius Nekschot, want die tekende ook voor HP/De Tijd) niet aan. Laat staan solidariteit, want die bestaat in een vrije beroepsgroep als de journalistiek niet. De beoefenaren van het vrije woord zijn elkaars concurrenten en gaan elkaar met de pen te lijf. Of kietelen elkaar. Of zelfs dat niet. Dit alles tussen haakjes, om weer even een idee te krijgen van hoe het in de vrije wereld werkt.)

Je zou na de protestmars van afgelopen zondag in Parijs warempel kunnen denken dat de wereld één is in de afkeer van terreur en de humor in het hart heeft gesloten. Onze Mark Rutte wist dat de cartoonist ‘de poortwachter van onze vrijheid’ is. Niets is minder waar. Als cartoonisten iets niet zijn, dan poortwachters. Een poortwachter bepaalt wie er naar de hemel mag en wie niet, en ik vrees dat jihadisten daar nog meer over te zeggen hebben dan u of ik. Verschrikkelijk, al dat geklets van politici over humor en de vrijheid om welk gezag dan ook weg te honen, en daarin de kern van onze democratie zien. Rot op! Politici en al die anderen die zulke praatjes verkopen, hebben niet opgelet of laten zich van alles door hun spindoctors influisteren. In een democratie gaat het voor alles om een scheiding der machten. Politici die gaan demonstreren (als demonstratie van hun eigen gelijk en vastberadenheid), en hun grootste kwelgeesten omhelzen in het kader van onze hoogste seculiere waarden, zijn nooit een sterke zaak. Bij politici komt het op daden aan, waardoor ook hun woorden veel zwaarder wegen dan die van al die commentatoren aan de zijlijn. Verwar dat niet.

Zo eensgezind was het westerse front in Parijs trouwens niet. Marine Le Pen mocht niet komen, wat laat zien hoe verdeeld en half-solidair Frankrijk is (de geest van Vichy waart er nog altijd rond). De enige van wie ik het echt belangrijk vond dat hij er was, had zichzelf uitgenodigd. Je zou Bibi Netanyahu ‘een poortwachter van onze vrijheid’ kunnen noemen. Maar de meest omstreden politicus van het Westen bleek in Parijs niet echt welkom te zijn. Te moeilijk, te lastig. Ondanks de aanslag op een Joodse supermarkt, waar doden vielen van wie je werkelijk niet kunt zeggen dat zij het er zelf naar hadden gemaakt. Zij werden vermoord omdat zij Joden waren, al vond de dader ook dat zij schuldig waren omdat zij belasting betaalden aan de Franse staat met wie zijn geloofsclub (IS, Al-Qaida, of in zijn beleving de hele moslimwereld) in heilige oorlog verkeert.

Zelf denk ik ook dat het Westen in oorlog verkeert, een vanuit de moslimwereld opgedrongen oorlog, die sinds 9/11 als ‘de oorlog tegen het terrorisme’ bekend staat. Velen willen er niet meer van weten, ook de president van Amerika niet, al voert Barack Obama die oorlog wel. Het liefst zoveel mogelijk buiten ons gezichtsveld. Dat is niet fraai en ook niet erg eerlijk (strijden met open vizier heeft mijn voorkeur), maar ik heb er begrip voor. Zoals ik ook begrip had voor George W. Bush, die meteen een wereldwijde coalitie tegen de daders van 9/11 in het leven riep en daarvoor in eerste instantie alle steun van de westerse bondgenoten leek te ontvangen. Maar wie beter keek zag ook dat de Europese bondgenoten om Amerika heen gingen staan om te voorkomen dat Bush wild om zich heen ging slaan. Met de inval in Afghanistan konden ze leven; daar zat Osama bin Laden en waren geen camera’s. Maar Irak was andere koek. Al tijdens het voorspel, toen de Europese critici nog helemaal niet konden weten dat Saddam geen massavernietigingswapens paraat had, brak een pandemonium los dat nooit meer tot rust is gekomen. In die storm van kritiek werd alle westerse solidariteit weggeblazen. Er deugde niets meer van de westerse leiders, waarbij Tony Blair het als hulpsheriff en ‘poedel van Bush’ in de eigen Britse kranten het zwaarst te verduren had (al bleef hij zich manmoedig verdedigen en werd hij in 2005 gewoon weer herkozen).

  Mij hebben de karikaturen die toen van Bush en Blair werden geschetst altijd gestoord, zoals ik ook weinig moest hebben van alle hoon en spot die Jan Peter Balkenende (vaak van cabaretiers van de VARA) ten deel viel. Dat was al snel niet leuk meer, en ondermijnde niet alleen het gezag van de democratische leiders (daar waren ze zelf verantwoordelijk voor), maar voorkwam ook een serieus debat over hoe ‘fout’ de westerse leiders in Irak eigenlijk zaten en wie daar de echte bommengooiers waren. Al-Qaida, dacht ik, en al die Saddamgetrouwen en ander gespuis. Maar Amerika kreeg de schuld. Je zou dat westerse zelfhaat kunnen noemen, al hou ik niet van die term. Bovendien hoorde Frits Bolkestein bij de critici, en ook hij liet zich geregeld denigrerend over Bush en Balkenende uit. Zelfs de EU, waar hij werkte, deugde niet. Was dat ook zelfhaat? Daar heeft Bolkestein dacht ik geen last van. Dat ‘weg-met-ons’ is een mythe. Wel kun je zeggen dat de westerse democratie prima bleef functioneren, ook in oorlogstijd, en dat de critici van de war on terror ongestoord hun zegje konden blijven doen. Die zaten op links, maar daar niet alleen. Werd er iemand de mond gesnoerd? Jazeker, Theo van Gogh, maar zijn geluid werd met dat van Ayaan Hirsi Ali door vele vrienden overgenomen. (Alleen gezonde rokers zijn er niet meer; roken is in alle horeca verboden.) Er wordt veel gespeculeerd over zelfcensuur, maar dan vraag ik me af wat we te horen gaan krijgen als alle remmen losgaan.

Neem de spotprenten van Willem. Voor hem telt God noch gebod. Heel goed, hoort bij een vrije geest. Afshin Ellian heeft vaak opgeroepen de islam de bespotten en zelfs te beledigen. Meer humor zou goed zijn voor de islam, zijn we het allemaal over eens. Maar in de prenten van Willem werd de spot gedreven met alle godsdiensten, en stonden Ariel Sharon en Israël er kwaadaardig op. Minstens zo erg als Bush en Blair, al is voor Willem elke macht om van te kotsen. Inclusief het Vaticaan. Een echte cultuurrelativist, bij Willem was alles plat. Nihilisme mag; zie de satire in Frankrijk. Maar zeg niet dat de vrijheid van cartoonisten het hoogste goed is van het Westen, want dat is niet waar.

Zelfs met de humor zit het niet altijd goed. De Arabische wereld kent hele scherpe spotprenten, tegen Joden en kruisvaarders. De Sovjet-Unie had een satirisch tijdschrift, Krokodil, met geestige tekeningen over het monopoliekapitalisme dat de wereld vanuit Wall Street regeerde. Moet ik nog zeggen dat dit Joden waren? Nee, dat bleek al uit de karikaturen. Die karikaturen hoeven dus ook niet in dienst van de waarheid te staan, maar kunnen ook vertekenen. Letterlijk en figuurlijk. Zo erg, dat het haatzaaiende propaganda is. Zoiets als de cabaretier Dieudonné M’bala M’bala en ‘ik voel me Charlie Coulibaly’. U vindt dat vast walgelijk, maar het is in de geest van de (Franse) Verlichting.

De beste humor is zelfspot en dat zal verklaren waarom onze beste cabaretiers domineeszonen zijn. In zelfkritiek is het vrije Westen superieur. Maar dat is ook de vrucht van een schuldgevoel waaronder het Westen volgens islamcritici gebukt gaat in de strijd tegen de moslimterreur. Collega Arend-Jan Boekestijn spreekt van zwelgen in zelfhaat. Alweer die rare zelfhaat waar VVD’ers nooit last van hebben. In NRC Handelsblad schreef hij dat het Westen daarmee moet stoppen. Tegelijk maant hij de moslimwereld tot zelfkritiek. Ik hoop dat hij dit geestig bedoelt, want anders spreekt hij zichzelf tegen en is het nonsens. Het Westen zou zichzelf verloochenen als het daarmee ophoudt. Humor, satire, zelfspot, ironie; het is verwarrend en zet mensen op het verkeerde been. Nergens ter wereld houden mensen ervan om voor gek te worden gezet, zeker niet door andere culturen. Daar worden ze boos van. Met humor win je geen oorlogen, zelfs geen mediaoorlogen. Zonder humor gaat het trouwens ook niet. De humor is een eigen domein en staat overal boven (of onder). Je kunt er ook oorlogen mee verliezen. Zie Charlie Hebdo. Als buitenlandcolumnist die al jaren de toestand in de wereld duidt, kan ik dit slechts afraden. Oorlog voeren is altijd en overal dodelijke ernst, ook voor zelfbenoemde dissidenten en verzetsstrijders, dus pas een beetje op.