Als dieet een graadmeter is voor politieke ambities ontstaat er meer duidelijkheid over de kandidaten bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Jeb Bush, zoon van president George H. Bush en broer van president George W. Bush, ‘onderzoekt’ zijn kandidatuur, en is tegelijk bezig met een intensief dieet. Chris Christie, gouverneur van de staat New Jersey, heeft al een maagring laten plaatsen en valt zienderogen af. Hillary Clinton ging na haar periode als minister van buitenlandse zaken, een hele tijd in medische retraite. De strijd om het Witte Huis is ook vooral een fysieke uitputtingsslag.

Clinton lijkt af te koersen op de status ‘meest belovende presidentskandidaat’ bij de Democraten maar dat was ze in 2008 ook al, en toen ging het faliekant mis. Ze loopt tegen de 70. Als minister van buitenlandse zaken reisde ze vooral rond de wereld, zonder veel resultaat. De inspanningen waren op haar gezicht af te lezen. Oververmoeid, te zwaar en bijna overspannen zag ze er slecht uit. Ze zakte zelfs een keer in elkaar, volgens experts het effect van een bloedklontering in de hersenen.

Vooral bij het incident in Benghazi, waarbij een groep terroristen het Amerikaanse consulaat in het Libische Benghazi bestormden, speelde ze een dubieuze rol. Bij de aanval kwamen de Amerikaanse ambassadeur en twee van zijn lijfwachten om het leven. Clinton zou de alarmsignalen niet hebben herkend en reageerde overspannen tijdens een Congres hoorzitting met de woorden: ‘Wat maakt dat nu nog uit’.

De kuur deed haar goed en ze staat er weer. Haar kandidatuur is formeel een kwestie van tijd. Maar niet alle Democraten zijn overtuigd. President Obama zei over de verkiezingen van 2016: ‘Ik denk dat de Amerikanen de geur van een nieuwe auto willen ruiken’. Hillary is, met alle respect, een oldtimer. De linkervleugel van de partij heeft liever senator Elizabeth Warren. Zij haalt fel uit naar de zakenbanken in Wall Street, de geldschieters van de Clinton clan. Maar Hillary blijft toch favoriet.

Wie gevestigde Amerikaanse en Europese media volgt, krijgt de indruk dat Clinton de enige kandidaat is. Er zijn ook nog Republikeinen. Jeb Bush en Chris Christie lijken zich in de race te gooien.

Jeb, voormalig gouverneur van Florida, lijkt meer op zijn vader dan zijn broer. De Bush clan heeft, net als de Clinton clan, toegang tot de wereld van fondsverwerving. Voor een presidentscampagne is al snel 1 miljard dollar nodig. Jeb, getrouwd met een Latina van Mexicaanse herkomst, ligt goed bij de Hispanics. Het is de vraag of hij goed ligt bij de conservatieve basis van de Republikeinen. Zij vinden Jeb te slap, te pro-immigratie en te activistisch op gebied van onderwijs. Bush is voor een federale ‘gemeenschappelijke kernkwaliteit’ en dat staat haaks op de macht van de staten op onderwijsgebied. Critici betwijfelen ook de vechtlust van Jeb die ruim 10 jaar geleden zijn laatste verkiezingscampagne voerde. Jeb moet dus snel fysiek in vorm komen en doet nu aan sport.

Een belangrijke rivaal wordt mogelijk Chris Christie, tot voor kort voorzitter van de vereniging van Republikeinse gouverneurs. Dat was een echte machtspositie want hij verdeelde geld onder kandidaten voor gouverneursposten en kocht zo loyaliteit. Hij voerde ondersteunend campagne in de hele VS. Rondom Christie bestaat twijfel of hij aanslaat buiten het noordoosten van de VS. Hij is erg direct en kan onbeschoft overkomen. Een ‘bully’, menen velen. Dat is overigens eigen aan de politieke cultuur van New Jersey dat het best is te omschrijven als ‘Palermo aan de Hudson’. De staf van Christie organiseerde vorig jaar een ellenlange file bij de George Washington Brug over de Hudson om de burgemeester van de gemeente waar de oprit zich bevindt een lesje te leren. De burgemeester was ooit Christie afgevallen.

Veel Amerikanen lijden aan overgewicht, maar vinden toch dat hun president er ‘fit’ moet uitzien. Christie was zwaarlijvig en moest afvallen. Hij trad hard op tegen zichzelf. Ergo: de maagring.

Nog veel meer Republikeinse presidentskandidaten lopen zich warm, vooral uit de groep van Republikeinse gouverneurs. Een goed voorbeeld is Scott Walker, gouverneur van de staat Wisconsin.

Hij regeert in een traditioneel Democratische staat en nam het op tegen de overheidsvakbonden. Dat werd een glorieuze strijd die de vakbonden verloren. Walker kreeg kort na zijn eerste verkiezing te maken met een vervroegde herverkiezing, een ‘recall’; vakbonden verzamelden handtekeningen voor een petitie om Walker opnieuw aan een verkiezing te onderwerpen. Ze bestormden zelfs zijn kantoor. Maar Walker won die tussentijdse verkiezing, en werd in November ook weer gewoon herkozen. Hij slaat met zijn antivakbond retoriek (‘right to work’) goed aan bij de conservatieve basis.

Walker is echter nog weinig bekend bij het grote publiek en de grote geldschieters. Hij zal moeite hebben grote bedragen bijeen te harken voor een lange en dure campagne. Walker is in ieder geval niet te dik, maar volgens sommigen dan weer ‘te klein’. Een presidentieel imago vereist ook een zekere lengte.

Veel waarnemers gaan uit van de slag Clinton-Bush; de ‘nieuwe rijken’ versus de ‘patriciersfamilie’. Maar het lot kan snel keren, zoals de presidentsverkiezingen van 2008 lieten zien. Elke verkiezing heeft haar verrassing.