Keuzevrijheid en concurrentie tussen zorgverzekeraars veronderstelt een überburger die eigenlijk niet bestaat, ten koste van laaggeschoolden en ouderen.

‘Consument nog steeds ontwetend over zorgverzekering’, dat kopte de Telegraaf vanochtend, inclusief tikfout. Nog geen 4% van ondervraagden kon de enquêterende Patiëntenvereniging goede antwoorden op alle vragen geven. Je verwacht het niet. Oh, wacht.

Van overheidswege moet de burger zich goed en volledig informeren, op straffe van sancties. U dient in alle gevallen de wet te kennen en daarnaar te handelen, anders heeft u een probleem. Natuurlijk is het een absurditeit te denken dat zo’n alwetende burger bestaat. De aanname is vooral van praktisch nut voor de overheid. Als u parkeert op een plek waar dat niet is toegestaan, maar dat niet of slecht is aangegeven, kunt u altijd op de bon geslingerd worden. Dat u geen kennis van de wet heeft, wil niet zeggen dat de wet niet geldt. Betalen dus, die bon.

Het fabeltje van de goed en volledig geïnformeerde burger is hardnekkig. In veel gevallen merken we namelijk dat mensen een redelijk idee hebben van wat mag en niet mag. Ze zullen wel goed geïnformeerd zijn, is de gedachte. Geenszins, het goede doen is niet het gevolg van wetteksten bestuderen, maar vooral van gewoonte. De gecodificeerde tekst kan overeenkomen met de gewoonte, maar handelen naar het een impliceert niet noodzakelijkerwijs kennis van het ander.

Ook buiten de overheid trapt men in de idee van deze keurige burger, die natuurlijk de ideale consument is. Zeker, er zijn mensen die de producten op hun verlanglijstje uitgebreid testen en vergelijken op websites voor gelijkstemden. Ik kan mijn tijd wel beter besteden; dan m’n geld maar mogelijkerwijs inefficiënt besteed. Ik en velen met mij gaan echt niet voor elke lullige stofzuiger de consumentenfora af. We gaan liever gewoon dood.

Toch waren het de beroepsuitpluizers die de overheid voor ogen heeft, toen ze concurrentie tussen zorgverzekeraars invoerde. Goed en volledige geïnformeerde burgers zouden een weloverwogen keuze kunnen maken en zo hun wensen, noden en budget optimaal met elkaar in overeenstemming kunnen brengen. Dit is ongeveer even optimistisch als de Joden die nog steeds met ingehouden adem op de komst van de Messias wachten.

In werkelijkheid hebben mensen helemaal geen zin en tijd om de verschillen tussen zorgverzekeraar goed uit te zoeken. Ze leggen er graag een paar tientjes op toe om daarvoor geen zin en tijd te hoeven maken. Dan maar bij een non-descripte onvoordelige verzekeraar blijven zitten. Dit heeft met het visioen van keuzevrijheid, overstappen, concurrentie en optimaal voordeel voor de burger weinig te maken. Concurrentie tussen zorgverzekeraars is een politiek vernisje. Dat er mensen wel overstappen bewijst geenszins dat deze mensen zich ook verdiept hebben in de materie. Een leuke aanbieding zien, is voor de meesten al voldoende reden de sprong te wagen.

Is dat erg? Nee, laat het lekker aan de mensen zelf. Wat wel erg is, is dat de idee van die volkomen burger, mensen met minder scholing in de vingers snijdt. Vooral laagopgeleiden hebben grote moeite te begrijpen wat er vergoed wordt en waar ze op moeten letten. Ouderen met alleen een lagere school-opleiding hebben bijvoorbeeld echt geen idee waar ze aan toe zijn. Hun opleidingsniveau en geletterdheid komen niet in de buurt van de vereisten voor een goed en volledig geïnformeerde burger. Zonder hulp – die er in hun omgeving vaak niet is of niet geboden wordt – blijven ze gemakkelijk ongunstig of ondergedekt verzekerd. Voor hen werkt het infantiele prikkelliberalisme vol financiële beloningen gewoonweg niet, omdat ze de prikkel niet herkennen.

Veel laaggeschoolden zouden dolgraag de goed en volledig geïnformeerde burger zijn. Nooit meer gezeik met de Belastingdienst, slim en snel kunnen uitzoeken welke zorgverzekeraar past, überhaupt overheidsbrieven en aanbiedingen begrijpen. Dat is helaas niet voor iedereen weggelegd.