Je kunt best appels en peren vergelijken, als je zorgvuldig overeenkomsten én verschillen toelicht. Vaak worden ‘vergelijken’ en ‘gelijkstellen’ met elkaar verward.

Je hoort mensen vaak zeggen dat ‘je ding A niet met ding B kunt vergelijken’. In feite zijn vergelijkingen echter altijd mogelijk. Vergelijken betekent immers, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, wat anders dan gelijkstellen.

Het doel van een vergelijking is om ding A (dat relatief onbekend is voor je publiek) uit te leggen door te verwijzen naar ding B (waarvan je verwacht dat je publiek beter bekend mee is), om te zien in welke mate A en B overeenkomstig zijn, om zo A beter te kunnen begrijpen. Een goede vergelijking zal ook de verschillen tussen de twee correct toelichten, om te voorkomen dat A verkeerd wordt begrepen.

A zal nooit precies hetzelfde zijn als B. Daar gaat het ook niet om. Maar wanneer twee dingen te verschillend zijn, zal je publiek je verkeerd begrijpen (en in veel gevallen ook nog zich beledigd voelen), en je zult erin falen om A beter uit te leggen. Je kunt iedere vergelijking maken die je wil; mensen doen dat voortdurend. Maar ze werken niet allemaal even goed, hetgeen erg subjectief is voor ieder individu, en de reden waarom er zo veel controverses ontstaan wanneer vergelijkingen worden gemaakt. Dat gebeurt vrijwel altijd als A iets is wat je gesprekspartner of een aanzienlijke bevolkingsgroep in de samenleving waardeert, terwijl B iets is wat men over het algemeen als iets negatiefs beschouwt.

Het lijkt zo simpel, maar veel mensen begrijpen niet eens wat het werkwoord vergelijken betekent, zoals dit voorbeeld (1:14:30–1:23:16) van Armin Navabi aantoont:

People say: ‘By comparing X and Y, you’re saying they’re the same thing!’
– ‘No, if two things would be the same, you wouldn’t be comparing them.’
And people say: ‘Oh, it’s apples and oranges, you can’t compare them!’
– ‘I’m like, what are you talking about? I can even compare apples and oranges: “I prefer apples over oranges.” There you go, I just compared them!’
And people go: ‘Yeah, but they’re different!’
– ‘Yeah, that’s why you compare them!’

Navabi, zelf een ex-moslim die de islamitische republiek Iran wist te verlaten en in de Canadese stad Vancouver de non-profeetorganisatie Atheist Republic oprichtte, voelde zich genoodzaakt om dit uit te leggen in een discussie over het vergelijken van de islam met andere ideologieën. ‘Als ik nazisme vergelijk met communisme, klaagt er niemand. Als ik de islam met het christendom vergelijk, klaagt er niemand. Maar als je nazisme vergelijkt met de islam, ligt dat plots heel gevoelig,’ begint Navabi.

Net daarvoor had hij een verhandeling heeft gegeven over het gevaar en de onredelijkheid van het nazi-achtige Arische nationalisme in Iran, een reactionair Hitler-verheerlijkend fenomeen vol anti-Arabisch racisme en een ietwat dwaze aanbidding van het pre-islamitische zoroastrisme (hoewel men meestal eigenlijk atheïst is), dat Navabi omschreef als ‘momenteel helaas waarschijnlijk de populairste oppositiebeweging tegen het sjiitische regime’. Kijkend naar zijn geboorteland ligt het dus voor de hand om een vergelijking tussen de twee te trekken. In beide gevallen, benadrukt hij, moet je de ideologie los zien van de aanhangers, en bedenken dat de laatsten van mening zouden kunnen veranderen. Ze hebben het ooit omarmd, dus ze kunnen het ook weer achter zit laten, wat hij zelf als voormalige moslim ook heeft gedaan.

Afbeelding: Pixabay