Er verscheen gisteren een doldwaas opiniestuk in NRC waarin drie zwarte vrouwen en een blanke zich uitten tegen racisme, onder de kop: Witte mensen moeten eens luisteren. Nou ben ik de beroerdste niet dus heb ik het betoogje uitvoerig uitgeplozen en gekloosried. Pak er een bakkie bij of beter nog, een borrel, en laat mij u meenemen naar de wondere wereld van de zwarte twitter sisterhood en het kapotstukbreken van witte mannen.
De originele tekst met mijn duiding in cursief. Komtie:
KLOOSRIED: Witte mensen moeten eens luisteren

Bureau Buitenland, een radioprogramma van de VPRO, stuurt op 10 juni een reclametweet voor de uitzending van die avond uit. „26 landen uit #Afrika tekenden vandaag voor vrijhandel van Kaapstad tot Kairo. Zal het lukken de interne handel uit het slop te trekken?”

Het valt te hopen, aangezien het nogal een klerezooi is. Goed dat Bureau Buitenland er aandacht aan besteedt!

De boodschap krijgt 1 retweet en 1 favourite. En een reply. Van Seada Nourhussen, journalist bij Trouw. Ze vraagt: „Uit het slop of gewoon op gang?”

Oh wacht.  Niet goed? Meteen tuut tuut hoog in de twitterboom met een suggestief-defensieve vraag? Doe niet zo idioot met je gezeur.

De redacteur van Bureau Buitenland antwoordt gebeten: „ Je kunt ook een keer zeggen: goed dat jullie er wél aandacht aan besteden.”

Dat lijkt mij ook.

Ik stel een inhoudelijke vraag, schrijft Nourhussen. En als er geen antwoord komt: „Zwarte vrouw stelt vraag. Zal wel een verwijt zijn: quick, defensemode!” Nu krijgt ze wel antwoord: „O gaan we het zo framen? Tante tuut tuut hoog in de twitterboom. Doe niet zo idioot met je gezeur.”

Inderdaad.

Voor je het weet vliegen de tweets en de ret weets je om de oren. Volkskrantcolumnist Harriët Duurvoort schrijft dat de VPRO zit te ‘trollen’– twittertaal voor treiteren. Een vriendin van Seada Nourhussen maakt een snapshot van de conversatie en stuurt die door naar haar meer dan duizend volgers.

OH NOES! Meer dan duizend volgers, de kracht van Black Twitter!

Dit is de subtekst die Seada Nourhussen hoorde op die junidag: een zwarte journalist moet blij zijn als een witte radiomaker een keertje aandacht schenkt aan Afrika.

Typisch, de radiomaker/twitterbeheerder dacht vermoedelijk niet aan de huidskleur van zichzelf of van de vraagsteller, want dat zou idealiter niet uit moeten maken. Het vereist een door de wol geverfde race hustler om dat er in te subteksthoren.

En verder niet zeuren.

Exact.

Deze vrouwen behoren tot een kleine, maar groeiende groep die in sociale media op de uitkijk staan voor, zoals ze het zelf noemen, white privilege. Dat is het vanzelfsprekende uitgangspunt dat in de Nederlandse, de westerse samenleving wit de standaard is.

Blank is wel de huidskleur van overgrote meerderheid van de mensen in Nederland ja. Maar dat geeft niks, iedereen heeft hier dezelfde kansen en rechten.

Basisschoolleerkracht Arzu Aslan geeft een alledaags voorbeeld. „Bij mij op school hebben we een doos schmink waar een van de kleuren ‘huidskleur’ heet. Dat is niet de kleur van de meeste kinderen in mijn klas.” En ook niet die van de andere vrouwen op deze pagina.

Maar wel die van Arzu Aslan. Maakt mij echt niet uit, maar straks zien we waarom dat wél uitmaakt als je heel racistisch denkt. En sja, de markt levert vooral voor de grootste gemene deler. Huidkleurig ondergoed is beige-roze, pleisters hebben ook die tint. Kun je white privilege in zien, of marktwerking. 

Het vermoeden van die witte vanzelfsprekendheid is voor hen voldoende om een vraag, een commentaar of een link met relevante literatuur op te sturen. En als er ruzie van komt , zie je hoe ze elkaar bijvallen. In de Verenigde Staten wordt het Black Twitter genoemd, maar in Nederland valt die naam geen enkele keer in de gesprekken met vier vrouwen.

Gelukkig maar, gesegregeerd toewitteren moeten wij niet willen met ons allen. One love, je weet. 

Hier vormen ze een „onuitgesproken sisterhood”, zegt actrice, programmamaker en presentator Anousha Nzume. „We groeten elkaar online zoals hardlopers elkaar groeten. We steunen elkaar en we vallen elkaar niet af.”

Anousha Nzume, die Anna Stein heet maar dat klinkt te white privilege, ziet nu zusterschappen die er niet zijn. Sorry, ‘sisterhood’, want die dingen moeten in het Engels. Elkaar steunen is mooi, elkaar niet afvallen is dom. Weigeren om onderling kritiek te hebben of te aanvaarden is sektarisch. Maargoed, dat gaf de term sisterhood ook al aan natuurlijk. Simultaanmenstrueren en saamhorig zijn. 

Meer vrouwen waren gevraagd voor dit artikel, maar de een na de ander viel af. Eén reageerde helemaal niet. Eentje bleef liever buiten de publiciteit. De volgende zegde toe, maar trok zich terug nadat deze krant een haar onwelgevallig opiniestuk had afgedrukt.

Hahaha. Dus we moeten haar gedram tot ons nemen en respecteren, maar als een krant een veelheid aan standpunten publiceert, dan wil ze niks meer zeggen. Is ook echt lastig, andermans vrije meningsuiting. En kranten die zomaar stukken publiceren die jij stom vindt. 

De laatste liet zich interviewen en fotograferen, maar „raakte in paniek” bij het vooruitzicht van alle reacties in „polariserend Nederland”.

Wie polarisatie wil zien, moet vooral blijven lezen. En wie in paniek raakt bij het vooruitzicht van reacties op haar meningen, houdt het beter bij stilletjes RT-en van tweets van de onuitgesproken sisterhood. 

De fotografie, dat was een suggestie van de vrouw die geen publiciteit wilde. „Als je een Vanity Fair-achtige shoot maakt, wil ik er nog wel over nadenken.” Ze heeft het toch niet gedaan, de anderen wel.

Vrouwen, ze zijn zo onbedaarlijk grappig. Helemaal een ferme mening hebben, totaal opgaan in de Goede Zaak, maar biedt iemand ze een zeepkist om op te oreren dan willen ze dat hun haartjes mooi gedaan worden en durven dan alsnog niet. Zo gaat dat white privilege natuurlijk nooit kapot he. 

Drie vrouwen noemen zichzelf zwart, de vierde niet: de Turks-Koerdisch-Nederlandse Arzu Aslan. Haar naam werd gesuggereerd door de vrouw die geen publiciteit wilde. Toen een van de andere vrouwen dat hoorde, vroeg ze: „Eerlijk gezegd vind ik dat het bij zwarte vrouwen moet blijven, vind je niet?”

*kuch* Racisme much? 

Voordat de lezer nu, opgelucht of verontwaardigd, denkt: zie je wel, ze discrimineren zelf ook!

Geen van beide, ik weet niet hoe het met u zit maar ik was na deze inleidende beschietingen vooral erg hard aan het lachen om hun onbeholpen racisme.

… geen sprake van dat de in Ethiopië geboren Saida Nourhussen Arzu Aslan minderwaardig vindt.

Nou dat is dan weer fideel. 

Dit is hoe deze vrouwen het zien: juist omdat zwarte mensen racisme het meest ervaren, nemen zij in de discussie erover de meest vooraanstaande positie in. Vandaar dat ook Aslan zelf op de uitnodiging antwoordde: „Hoor ik daar wel bij?”

Prima dat zwarten racisme aankaarten, het lijkt me inderdaad logisch dat zij er last van hebben. Maarja, als je gaat beschuldigen en zelf racistische taal gaat uitslaan, kun je het hoogste woord in de discussie niet meer claimen. Dan moet je een gelijkwaardig gesprek aandurven.

Aangezien ze op de ladder van ongelijkheid onderaan staan, staan zwarte mensen bovenaan als het om recht van spreken gaat.

Jezelf voordelen toekennen op grond van vermeend slachtofferschap. Jezelf een stoelverhoger geven in de discussie. Debat met zijwieltjes. Het volume van jouw microfoon wat hoger draaien want zielig. Komt dit zelfverzekerd en strijdvaardig over? Of verongelijkt en lafjes? Wie zich opstelt als een slachtoffer, wie van slachtofferschap zijn ticket in het publieke debat maakt, komt nooit meer uit die rol. En dat willen ze ook helemaal niet.

Agency heet dat, zegt Aslan. Het is een van de woorden die in de discussie over institutionele witte arrogantie steeds terugkomen [zie lijstje]. Deze vrouwen en andere activisten delen een reeks van begrippen die buiten dit domein zelden worden gebruikt.

Het potjeslatijn van de retorische kwakzalver. Geheimtaal van de sekte, wie hoort bij de sisterhood en wie is de vijand?

Ze zijn meestal Engels aan- gezien de discussie internationaal is en wordt gedomineerd door Amerikaanse schrijvers en activisten als Ta-Nehisi Coates (Between the World and Me), DeRay Mc- Kesson en Robin DiAngelo („Zij is wit, maar ze kent haar plek”, zegt Aslan. „Ik bedoel: ze is zich bewust van haar positie ten opzichte van niet-witte mensen.”)

Hoppa! Wilt u een wolkje melk bij dat zwarte racisme? En, zoals ik eerder aanstipte, Aslan is zelf wit. Haar huidskleur is lichter dan de mijne dus ze is wit. Of ik moet op grond van wat genen van mijn Indische omaatje mijn lidmaatschap van de black sisterhood gaan claimen. En kijk, daar gaan we: waar ik eigenlijk gewoon een malle mevrouw zie waar je al dan niet mee in discussie kan gaan, ga ik nu opeens letten op huidskleur en met de onderarmpjes vergelijkend tegen elkaar de pigmentvergelijking maken. 

In het gesprek met Seada Nourhussen valt het woord ‘blank’. Maar blank is geen kleur, zegt ze, en het heeft daardoor een bijklank. „Wit”, zegt ze. En als Mariam el Maslouhi later weer het woord ‘blank’ hoort, zegt ze geduldig: „Ik zeg dan altijd: wit .”

Potato, potatoe. Het geheimtaaltje met de zorgvuldig afgewogen terminologie, teneinde de goed-fout weegschaal te kunnen ijken. Ik zeg ‘neger’ en bedoel daar echt niets anders mee dan een persoon met een donkerbruine huidskleur. Het zal me worst wezen verder of de dames mij wit of blank noemen. Wie in de term ‘blank’ al white privilege ontwaart, gaat om met huidskleur als een anorect met eten: obsessieve, zelfstraffende dwangmatigheid om de illusie van controle te behouden.

Ze schrijven wel eens voor Joop.nl, ze worden wel eens afgefakkeld op GeenStijl, maar Twitter, Facebook en andere sociale media zijn belangrijke domeinen.

Black twitter? Of gewoon onsallemaal-twitter?

GeenStijl is weliswaar een vijand, zoals PowNews dat is, maar het is ook een andere wereld.

Wat schattig. Ik ken beide redacties toevallig een beetje, en deze mensen een vijand noemen is echt supercute. Als het chihuahaatje dat op het uitlaatveld enorm staat te keffen tegen een volstrekt onverstoorbare doch mild geamuseerde Sint Bernard, die het keffertje met één pootbeweging kan pletten doch dit niet de moeite waard vindt.

Deze vrouwen zoeken die wereld niet op, soms komt die wel naar hen toe. Dan worden ze soms ‘gekkies’ genoemd. En als de reacties te erg worden – als PVV’er „Martin Bosma en zijn pantoffeldieren” ineens allemaal commentaar sturen – dan wordt wel eens een Twitteraccount voor eventjes dichtgegooid.

NEE! GEKKIES? ECHT? Kwetsend able-ism, echt, waar gaat het heen met de wereld als mensen elkaar zomaar gekkies gaan noemen? Ik snap nu wel dat die ene mevrouw bang was voor reacties uit polariserend Nederland. Dat van dat twitteraccount dichtgooien klopt, Arzu Aslan heeft haar pagina op het moment van schrijven dicht. Dat is even laf als grappig, gezien de oproep dat wij witmensen moeten LUISTEREN.

De hardste noten kraken ze juist met wat hard rechts op sociale media steevast honend ‘Gutmenschen’ noemt. „Weldenkende mannen. Ja! Ja! Dat is dagelijkse kost”, zegt Seada Nourhussen.

Is ook erg. Gutmenschen zijn verschrikkelijk, en ik verdenk de specimen onder hen die zich inlikken bij de hier opgevoerde dames ook altijd van jungle fever. (Zoek maar op, de Engelstalige bullshitbingo is OPEN!)

Af en toe stommelt zo’n man hun gesprek binnen.

Arme sukkelaar.

Binnen een tweet of twee is alle goedmoedigheid verdwenen.

Zie je wel.

Er zijn twee manieren waarop zo’n virtuele ontmoeting kan eindigen. Met een smekend zinnetje als dit: „Ik weet niet of je het aan mijn antwoorden hebt gemerkt, maar ik sta aan jouw kant .” Of met een vinnig: „Ik laat jullie graag achter in jullie eigen grote gelijk, vertroeteld en wel.”

Ja duh. Omdat die harpijen tegen de gefeminiseerde witmans wel durven, al die zure frustraties kotsen ze zo over zijn wegmetmij-gebazel heen. Ze vinden zulke mannen niet echt opwindend, terecht, en durven tegen mannen die ze tegenspreken niets in te brengen. Ziedaar de ideale zondebok.

De verongelijktheid is onterecht, zegt Nourhussen. „Als er kritiek is op racisme, moet je het loskoppelen van jezelf als individu. Het gaat om mechanismen, het gaat om een systeem.”

Ja mensen, komop, laat je gewoon als een mak schaap beschuldigen van racisme en koppel je kinderfeest eens los van je individu.

„Ik ruik ze”, zegt Arzu Aslan.

Gutmenschen hebben soms een hygiëneprobleem ja, maar ik vermoed dat Aslan overdrijft.

„Witte mannen van rond de vijftig jaar, vaak linksig, met als handelsmerk antiracisme en anti-islamofobie – er is een heel clubje van op Twitter. Dat paternalisme! Ik heb tien keer liever een diehard racist .”

Wedden van niet? Je durft je gezicht niet eens te laten zien op twitter, mallie.

Hier laat Aslan nog zo’n term vallen: male fragility. „ Je hoeft maar even dít te doen of ze springen uit hun vel.”

Pot. Ketel.

Mensen verdenken haar er wel eens van dat ze ervan geniet om die witte mannen te pesten. „Maar dat is niet zo.”

Niet?

Seada Nourhussen schreef twee weken geleden in het magazine ‘DeLuxe’ van deze krant een column over de Nederlandse weerzin tegen het aan de orde stellen van ongelijkheid. „De witte man vreest het afbrokkelen van zijn macht, nog voor daar sprake van is.”

Kan iemand mevrouw Nourhussen vertellen dat de witte man die op de veranda zijn slavenplantage overziet, geweer tegen de rotan stoel geleund, ijskoude whisky in de hand, bevallige huisslavin wuivend met een palmblad, niet meer bestaat? Dat ‘de witte man’ (generaliseren mag soms wel!) niet zo ziekelijk geobsedeerd is met huidskleur en macht maar gewoon zijn leventje leidt, misschien af en toe eens een foute mop tapt in de sportkantine en er verder een broertje aan dood heeft om bij elke kik die hij geeft een snerpend RACIST! naar het witte hardwerkende hoofd geslingerd te krijgen? 

Ze vindt het niet leuk om racisme aan te kaarten.

Dat treft. Niemand vindt het leuk dat zij dit doet.

„Het levert alleen narigheid op en ongemak.”

Inderdaad. Houd een sop.

Jan Kuitenbrouwer, columnist van deze krant, die een paar keer via Twitter de confrontatie aanging, vindt ze „sneu”.

Kostelijk. Zelfs fatsoensbabyboomer Kuitenbrouwer kan het al niet goed doen bij de sisterhood, wat aangeeft hoe ver ze van het padje af zijn. Tuurlijk, sneu is ie, wat is de witte man denkende, luisteren moet hij. Met z’n argumenten en zijn mening.

Hij kan de deur van een gesprek dichtslaan met: „En dat pseudo superieure schoolpleintoontje helpt ook niet.”

LOL, terecht.

Hij is volgens Nourhussen „iemand die relevant probeert te zijn op een dossier dat-ie niet begrijpt. Triest, ik had eerst wel een soort rapport met hem.”

Want je bent zelf deelnemer én scheidsrechter van de discussie. Kan allemaal in de bubbel van de sisterhood. 

„Witte mannen”, zegt Aslan, „je moet ze bréken. Je moet laten zien dat je niet van ze onder de indruk bent.”

Geen commentaar. Ik zit nu grijnzend met mijn voeten op het bureau koffie te drinken, sigaretje erbij, en zie geamuseerd iemand in een zelfgegraven kuil donderen. Heerlijk.

Nourhussen wordt regelmatig verweten te fel te zijn. „Ik merk dat mijn kleur en geslacht, en mijn unapologetic houding – zonder me te verontschuldigen – als een rode lap werken. Het is fascinerend te merken hoe kwaad mensen worden van een zwarte vrouw met een mening.”

Ik merk dat als ik vol vuur mijn favoriete voetbalclub aanmoedig, bijvoorbeeld door unapologetic winkelruiten in te gooien, mensen echt heel kwaad worden van een voetbalfan met een mening. Zo bewijs ik dat aanhangers van mijn club worden gediscrimineerd. Een schande is het!

Anousha Nzume werd uitgenodigd voor een debat over de roman Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Een boek waarin de witte Vuijsje zwarte vrouwen stereotiep seksualiseert, betoogde Nzume.

De man geilt op zwarte vrouwen, en schrijft er literatuur over. Zo veel vrijheid kan de sisterhood niet aan. Een plakkerig exemplaar van Vijftig Tinten Grijs onder hun bed, maar iemand die alle tinten bruin lekker vindt, is een racist. Joe.

Iemand van de uitgeverij stak na afloop zowat zijn wijsvinger in haar gezicht en zei: „Dit is Nederland hoor, we hebben hier een democratie.”

Diegene heeft gelijk.

„Ik ben toch ook een Nederlander”, stamelde Nzume, die sindsdien bekend werd als columnist (‘druktemaker’) op Radio 1.

Ja, klopt.

„Wij zijn allemaal Nederlanders, die gewoon kritiek kunnen hebben op ons eigen doen en laten. Maar de kern is: ik ben geen echte Nederlander voor witte Nederlanders. ‘Jij bent een paspoort-Nederlander’ – zo heb ik het eens te horen gekregen.”

Nee, als jij de vrijheid van schrijvers wil beperken, bedreig jij Nederlandse normen en waarden. Jij maakt er een rassenkwestie van. 

Mariam el Maslouhi: „Als ik Twitter over een Amnesty-rapport dat kritisch is over Nederland, krijg ik meteen de reactie: ‘Nee in Marokko is het fijn!’”

Terecht. Marokkanen (die een dubbel paspoort hebben, mind you) moeten twee keer nadenken voordat ze iets over Nederlandse mensenrechten zeggen. Als ze zich daarvan bewust zijn, dan prima. Maar wie alleen maar bitcht op het mensenrechtenparadijs Nederland, kan kritiek verwachten. 

Alleen maar nette mensen verscheen in 2006, voor het Twitter-tijdperk. „Main- stream media bepaalden het discours”, zegt Nzume. „Zwarte issues stonden zelden of nooit in de krant.” Door op Twitter geestverwanten te lezen denkt Nzume:

„Zie je wel, ik ben niet gek. Ik leef in een witte wereld.”

Je bent wel een beetje gek popje. Weet je best. En ja, zoals ik al zei, de meerderheid van de Nederlanders is wit. Ben ik best wel ‘unapologetic’ over, ook. Grappig dat je daar pas via twitter achter kwam, maar beter laat dan nooit. 

Op Twitter, zegt El Maslouhi, „voel ik me niet zo’n alien als op straat.”

Wie zich op straat een alien voelt, moet niet op twitter maar in een instelling. Sterkte. 

Alles is in een stroomversnelling gekomen door de discussie over Zwarte Piet als stereotype. Het heeft zwarte mensen een symbolisch houvast gegeven om te praten over iets wat hen in bredere zin dwarszit: structurele ongelijkheid tussen wit en zwart. „Dit is nog altijd min of meer de eerste generatie zwarten”, zegt Seada Nourhussen. „Wat mensen zich niet realiseren is dat zwarte mensen de hele tijd timide zijn geweest in de buurt van witte mensen en hoe ze bij hen overkomen, hoe ze die niet voor het hoofd stoten, hoe ze niet opvallen als zwarte.”

Dus om constructief racisme aan te kaarten, koos een minderheid (laten we dat niet vergeten!) van de zwarten ervoor om Zwarte Piet-liefhebbers (waaronder ook zwarten) zo hard mogelijk in de ballen te schoppen. Ja, logisch. 

Dankzij de zwarte opinieleiders in de Zwarte Piet discussie „zijn we de beleefdheid voorbij”, zegt Nourhussen.

Dat kun je wel zeggen ja. Kinderen terroriseren bij de jaarlijkse Sint-intocht is de beleefdheid vér voorbij.

„Nu is er een generatie die het niet pikt als er grapjes worden gemaakt op borrels of in sportkantines.”

Humor moet je ook niet pikken, schat. Humor is voor om te lachen, probeer het eens, mondhoekjes omhoog. En als je de grap niet leuk vindt, maak je een betere. Een hardere. Censuur is meer iets voor in, ik noem zomaar eens een land, Marokko.

Metro-columnist Hadjar Benmiloud schreef laatst een sarcastisch bedoeld stuk onder de kop ‘Blijf van onze negers af ’. Het ging over de Gouden Koets met zijn omstreden schildering met nederige inlanders uit de toenmalige koloniën. ‘Ze gebruikte consequent het woord ‘neger ’”,

Lijkt me terecht, een donkerbruin persoon een neger noemen. Mag dat niet?

zegt Nourhussen, die vroeg waarom ze dat deed.

Oh, niet dus, want Nourhussen komt weer passief-agressief mensen ter verantwoording roepen. Zuurbekje.

„Ze wilde de taal van de racisten gebruiken, zei ze.

Malle vrouw. Dan zeg je roetmop of kachelpijp of nikker, dan is je satire ook meteen duidelijk. Beginnersfout van columnisten: hyper je hyperbool, en als je dat niet durft, laat het achterwege.

Het feit dat zij verrast was door mijn kritiek, geeft aan dat in Nederland ook de mensen die niet echt racistisch willen zijn, toch altijd in de val trappen.

Zo komisch hoe racisme-roepers altijd winnen. Je bent niet racistisch? Ja wel hoor. Ik ben namelijk zwart en heb superpowers om onzichtbaar racisme te zien. Peter en de Wolf, waarbij Peter niet alleen telkens tevergeefs “WOLF!” roept maar daarna ook tegenover de toegesnelde dorpelingen volhoudt dat de wolf er wel degelijk is. “Maar jullie willen het niet zien.” De dorpelingen tikken tegen hun voorhoofd, halen hun schouders op en besluiten de gek voortaan te negeren. 

Hadjar vroeg: wat mag ik dan doen? Het gaat niet om jou, het gaat niet over jou, zei ik.” Dat Benmiloud het toch goed meende, maakt niet uit. „De bedoeling is niet leidend in een dialoog”, zegt Nzume. „ Je kunt je niet verschuilen achter ‘o, maar zo had ik het niet bedoeld’.”

Een dialoog over racisme, waarin je jezelf eerst meer recht van spreken hebt gegeven omdat je zwart bent. Een dialoog waarin je voortdurend anderen beschuldigt van racisme, maar waarin jij hebt bepaald dat zij dat niet op zichzelf mogen betrekken. En dan ook nog voor anderen invullen hoe ze iets mogen bedoelen. Zullen we je even alleen laten Anna Stein? Ik krijg de indruk dat je voor dialoog genoeg hebt aan jezelf. 

Dat is het lastige voor niet-zwarte deelnemers aan de discussie over racisme – ze hebben hierin het minste recht van spreken, zegt Aslan, ze hebben geen agency. „Ze zouden wat meer moeten luisteren in plaats van het gesprek te domineren.”

Ja daar komt het breken van mensen goed van pas. Geen spreekrecht, censuur, misschien moeten blanken kettingen om en af en toe zweepslagen, dan leren ze het wel.

Het lastigst is dat misschien nog wel voor de mensen die menen dat ze in de discussie aan de ‘goede’ kant staan. Peter R. de Vries en Tanja Jess die op tv pleiten voor een ander uiterlijk van Zwarte Piet – „gevaarlijk”, vindt Arzu Aslan. „De juiste posities moeten worden bekeken door de juiste mensen. Je kunt pas werkelijk spreken van emancipatie als Zwarte Piet verandert omdat een zwarte zegt dat hij moet veranderen; anders is het een gunst van een witte.”

Is het godverdomme WEER niet goed? Is witmans eens gehoorzaam, telt het niet omdat ze wit zijn. Fokking racistisch hoor. En weer is Aslan (wit) de scheidsrechter in haar eigen wedstrijdje. Kan allemaal.

Ook filmmaker Sunny Bergman die voor de documentaire Zwart als roet maandenlang optrok met de activisten, die samen met hen een rechtszaak aanspande tegen de Sinterklaasintocht in Amsterdam, treft dit verwijt. Mariam el Maslouhi schreef een kritisch artikel.

Hihi. Sunny doet het ook al fout, kostelijk. Nu vindt echt iedereen haar stom: de normale mensen én de klaaglaven. 

„Het ging mij niet om de inhoud van de film maar om wie het zegt: Sunny Bergman. Hoort een witte vrouw zo’n film te maken? Ze had ook haar privilege kunnen delen en de film door een zwarte filmer laten maken. Heeft ze niet gedaan. Ik wil haar alleen maar zeggen: jij bent hier geen slachtoffer van.”

Jamaar dan zou het een gunst van een witte vrouw zijn en dat mocht juist niet van Aslan. Sisterhood, kunnen jullie even je verhaaltje op 1 lijn krijgen want dit is geen doen zo. 

Nieuwe term: helper whitey. De witte die het opneemt voor de zwarte en naar wie dan ineens wel geluisterd wordt. El Maslouhi: „Toen Quinsy Gario het riep, toen Anousha zat te huilen op de televisie – maakt allemaal niet uit. Het wordt pas gehoord als witte Sunny Bergman het vertelt .”

Laat ik jullie geruststellen: niemand neemt Sunny Bergman serieus, echt niet. En dat Anousha zit te huilen op televisie is zoiets als Peter R. de Vries in een talkshow: het gebeurt elke dag, niemand is er van onder de indruk en het is een bron van vermaak op twitter. 

Aslan: „Een witte persoon kan kosteloos tegen racisme zijn als die niet ook tegen white privilege strijdt. Dat werkt alleen maar statusverhogend. Er gaat niks van je bevoorrechte positie af als je niet snapt dat er zoiets als white privilege is. Je bent dan niet tegen racisme omdat je jouw positie wilt delen met anderen, maar om te laten zien dat je een goed mens bent.”

Nou heel gek, maar hoewel ik vind dat iemand niet gediscrimineerd mag worden bij het toewijzen van een baan, ben ik inderdaad niet bereid mijn (hypothetische, ik lance free) baan dan maar af te staan aan een zwarte. Dit omdat ik een baan heb verkregen omdat iemand mij competent vond, omdat ik een bepaald CV heb opgebouwd, omdat ik mijn best heb gedaan en omdat ik, kortom, die baan verdiend heb. Niet omdat ik wit ben. Zelfs als er iemand voor dezelfde functie zou zijn geweigerd om zijn huidskleur, staat dat los van het feit dat ik die baan zelf verdiend heb en niet gekregen omdat ik wit ben. En was ik zwart, dan zou ik passen voor de status van excuusneger. 

En dan?

Niks, als ik klaar ben met schateren ga ik even stofzuigen en door met mijn leven.

Kan dus niemand meer iets goeds bedoelen?

Nee, de witmens moet van deze race hustlers tot het einde der tijden door de door hun opgehouden hoepeltjes springen. Het is hun bestaansrecht. 

Komt het nooit goed?

Ja hoor, niemand laat zich iets gelegen liggen aan hun gejank, gelukkig, men amuseert zich er nogal mee is mijn indruk.

Natuurlijk wel, zeggen ze allemaal. Ze zijn juist niet alleen met enige regelmaat verontwaardigd,

LOL. Wacht, ik weet ook nog een Engelstalig buzzword: understatement.

maar doorgaans ook tamelijk optimistisch. „Dit land is te multicultureel geworden om ongelijkheid te blijven ontkennen”, zegt Seada Nourhussen. „Dat racisme nu vaker wordt aangekaart door de mensen die het ondervinden is geen bedreiging, het zal onze samenleving alleen maar sterker maken.”

Behalve als je dus de vrijheid van meningsuiting gaat ondermijnen. En racisme promoot.

„De bewustwording van mijzelf zie ik als iets hoopvols”, zegt Mariam el Maslouhi. „Voor mij is het bevrijdend dat ik mij bewust ben van mijn kleur en wat die betekent .”

Lieverd, echt, als jij denkt dat je kleur je definieert ga je het nog zwaar krijgen. Ik wens je veel kleurenblindheid.

„Zo is het steeds in Nederland; het moet niet oncomfortabel zijn, het moet gezellig blijven”, zegt Arzu Aslan. „Maar pas als je je ervan bewust bent hoe oneerlijk bevoorrecht je bent, kun je er serieus over beginnen te praten.”

Na het breken van gesprekspartners natuurlijk, ongebroken kun je die niet aan. Als je eerst iemand moet breken alvorens je ermee kan praten, wat zegt dat over jouw niveau?

Anousha Nzume: „Mensen zeggen tegen mij: je moet ermee leren leven. Maar zij moeten er ook mee leren leven.”

Met wat? Met het feit dat je zwart bent? De enige die daar een probleem mee heeft is de black twitter sisterhood, en een paar gekkies op Stormfront. Een fraai gezelschap.

Op 12 juni verstuurde Bureau Buitenland van de VPRO deze tweet: „De redactie @bbvpro biedt bij deze welgemeende excuses aan @seadanourhussen voor de manier waarop wij haar persoonlijk hebben bejegend. ”

Jammer, ze hadden namelijk gewoon gelijk. 1 witte man is alvast gebroken, way to go meisjes!