Dit artikel van vorig jaar januari blijft actueel. Na elke terroristische aanslag. Helaas.

 

Waarom reageren veel linkse opiniemakers en politici zo voorspelbaar vergoelijkend op aanslagen en aanrandingen? Ewout Klei legt uit dat dit komt door Edward Saïd en gaat daarom ten rade bij Christopher Hitchens.

In de kerstvakantie nam ik mij voor om mij meer te verdiepen in het werk van Christopher Hitchens, de Brits-Amerikaanse schrijver en journalist die ik steeds meer ben ga beschouwen als de publieke intellectueel ter navolging.

In zijn autobiografie Hitch 22 (een knipoog naar de roman Catch 22 van Joseph Heller) wijdt Hitchens een heel hoofdstuk aan zijn voormalige vriend Edward Saïd, met wie hij aan het eind van diens leven een hoogoplopende ruzie kreeg. De discussie tussen Hitchens en Saïd naar aanleiding van de terroristische aanslagen van 11 september van 2001 is hét schoolvoorbeeld van de discussies die elke keer weer worden gevoerd in de nasleep van een terroristische aanslag of een andere ingrijpende gebeurtenis, zoals bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo op 7 januari 2015 en de massa-aanrandingen in de nacht van 31 december 2015 en januari 2016 in Keulen en andere Duitse steden.

 

Edward Saïd: Postmodern en dus politiekcorrect

Politieke correctheid heeft meerdere Founding Fathers (en Mothers, zeg ik even heel politiekcorrect). Een van de belangrijkste is Edward Saïd. Deze Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper en filosoof werd in 1935 geboren in Jeruzalem, toen nog het Britse Mandaatgebied Palestina. Hij groeide op in een rijke christelijke familie. Ze raakten hun dure woning in Jeruzalem kwijt na de stichting van de staat Israël.

Orientalism, first edition.jpg

Saïd ging studeren in Engeland en daarna werken in Amerika en werd een gevierde literatuurwetenschapper. Hij was erg beïnvloed door het postmodernisme van de Franse filosofen Jacques Derrida en Michel Foucault. Volgens Saïd was de westerse wetenschap, de westerse literatuur en westerse kunst over het Midden-Oosten en de islam niet objectief, maar een poging om deze wereld te onderwerpen. Saïd poogde dit te ontmaskeren in zijn boek Orientalism uit 1978. Oriëntalisme was niet het Oosten zelf, maar de manier waarop Westerlingen naar het Oosten keken. De westerse blik was volgens Saïd kolonialistisch en fout.

Zijn ideeën werkte Saïd verder uit in het boek Covering Islam uit 1981, waarin hij de westerse berichtgeving over de Iraanse Revolutie bekritiseerde. Volgens Saïd schetsten de westerse media bewust een negatief beeld over de islam. Saïd meende dat de westerse media de islam bewust als achterlijk, onderdrukkend en wreed afschilderden, terwijl de islam volgens hem stond voor gelijkheid tussen man en vrouw, broederschap en liefde. In de naam van het liberalisme, de vrijheid en de vooruitgang zei het Westen hele nare dingen over de islam. Dat was fout. Over de wreedheden van de Iraanse Revolutie tegen andersdenkende moslims liet Saïd zich niet uit.

Hoewel Saïd inmiddels het schoolvoorbeeld van een succesvol geïntegreerde vluchteling was geworden – professor, welbespraakt, welgemanierd en altijd netjes in pak – wilde hij zijn oude vaderland niet verloochenen. Saïd was lid van de Palestijnse Nationale Raad en zette zich hartstochtelijk in voor het recht op terugkeer van zijn volk en een Palestijnse staat. In deze hoedanigheid kwam Saïd in 1976 op een congres in Cyprus de toen nog linkse journalist Christopher Hitchens op zijn weg. Het klikte meteen tussen die twee. Hitchens kreeg contactgegevens van enkele Palestijnen die hij kon opzoeken als hij voor een verhaal in de bezette gebieden moest zijn. In 1988 redigeerden Hitchens en Saïd samen de bundel Blaming the Victims: Spurious Scholarship and the Palestinian Question, waarin linkse wetenschappers en activisten – onder andere Noam Chomsky – felle kritiek leverden op Israël en het Westen en de Palestijnse zaak verdedigden.

De vriendschap tussen Hitchens en Saïd leek er een voor het leven. Toch liep de relatie aan het eind van Saïds leven, hij zou in 2003 overlijden aan chronische lymfatische leukemie, helemaal stuk. Hitchens kon de ideologische blindheid, de leugens en het schijnheilige moralisme van deze Founding Father van de politieke correctheid niet meer verdragen.

 

Hitchens versus Saïd

christopher_hitchens_reading_his_book_hitch_22

Op 11 september 2001 boorden twee passagiersvliegtuigen zich in de torens van het WTC in New York. Het was oorlog. Veel linkse opiniemakers beschouwden deze aanslagen vanuit een politiekcorrect, antikolonialistisch perspectief. De aanslagen zouden de schuld van de Verenigde Staten zelf zijn geweest, omdat de Amerikanen in het Midden-Oosten een imperialistische politiek zouden voeren. Verder was het natuurlijk heel erg kolonialistisch en dus fout dat ‘de media’ met een beschuldigende vinger naar de islam wezen.

Ook Edward Saïd voegde zich in dit politiekcorrecte koor. In een speciale uitgave van de London Review of Books, dat verscheen na aanleiding van de terroristische aanslagen, schetste Edward Saïd een beeld van een haast fascistisch Amerika waar Arabieren en moslims dagelijks werden vervolgd dankzij mannen als Paul Wolfowitz, die had gezegd een einde te willen maken aan islamitische regimes die Al Qaida een toevluchtsoord boden. Hitchens kon nauwelijks geloven dat dit artikel door een ontwikkeld persoon, een professor in de literatuurwetenschap nota bene, was geschreven. Hitchens en Saïd hadden in de jaren tachtig en negentig wel vaker verschil van mening – Saïd durfde en wilde niets negatiefs over de islam zeggen, ook al werd het fundamentalisme in de islam in de loop van deze jaren steeds dominanter, het moest altijd op één of andere manier de schuld van Amerika, het Westen en/of Israël zijn – maar het feitelijk goedpraten van massamoord en terrorisme was voor Hitchens de druppel.

Saïd was op het moment dat hij zijn gewraakte artikel schreef dodelijk ziek. Hitchens geloofde echter niet dat deze ziekte Saïds visie had vertroebeld. Saïd was volkomen bij zijn zinnen en vond deze onzin echt. Toen in 2003 de dertiende heruitgave van Orientalism verscheen en The Atlantic Monthly Hitchens vroeg hierover een recensie te schrijven besloot de journalist daarom dan ook geen blad voor de mond te nemen. Wat Hitchens vooral stak waren de leugens die Saïd had geschreven in zijn nieuwe voorwoord. Daarin beweerde de literatuurwetenschapper namelijk dat de Amerikaanse aankomst in Bagdad een goed voorbeeld was van ‘oriëntalisme in actie’. Het plunderen en vernielen van de geëxposeerde stukken in het Nationale Museum van Irak was volgens Saïd een moedwillige vorm van vandalisme, door het Amerikaanse leger gepleegd om het Iraakse volk van zijn culturele erfenis te ontdoen en de Irakezen hun nieuwe onderworpenheid aan het Westen in te peperen. Volgens Hitchens was dit broodjeaapverhaal – zelfs in een tijd waarin alles kon worden gezegd en geloofd zolang het maar voldoende en hysterisch anti-Bush was – buitengewoon leugenachtig. Om die reden spaarde Hitchens in zijn recensie zijn ‘vriend’ niet.

Niet lang daarna kreeg Hitchens via via te horen dat Saïd had gereageerd. Saïd deed dat in een Londens blad dat werd uitgebracht door een lid van de Saoedische Koninklijke familie. (Bien étonnés de se trouver ensemble. Misschien moeten de Saoediërs straks ook Joop en De Correspondent financieren?) Saïd citeerde uit een artikel over de oorlog in Irak – zinnen die door Hitchens opgeschreven waren – en noemde de inhoud racistisch. Hitchens vond dit een hele gemene beschuldiging. Saïd had de moed niet om hem recht in zijn gezicht te bekritiseren, dus deed hij het op deze achterbakse manier. Hitchens schrijft in Hitch 22 dat er een paar beschuldigingen zijn die je onmogelijk met een wegwerpgebaar van je af kunt laten glijden. De beschuldiging van racisme is daar een van. Het is een beschuldiging die je moet onderbouwen of niet moet maken. Saïd onderbouwde zijn uitspraak niet, de beschuldiging was haast achteloos geuit, en Hitchens besloot daarna om nooit meer iets tegen hem te zeggen. For old time sake schreef Hitchens een bijzonder vriendelijk in memoriam toen Saïd niet lang na dit hoogoplopende conflict overleed. Maar Hitchens ging niet en werd ook niet uitgenodigd voor zijn begrafenis.

 

De epigonen van Saïd

De intellectuele houding die Edward Saïd in het maatschappelijke debat innam heeft veel navolging gevonden. Heel veel navolging. Iedereen die een alfastudie aan de universiteit heeft gedaan is met het gedachtegoed van Edward Saïd in aanraking gekomen. Vaak behoorlijk onkritisch. Historicus Constanteyn Roelofs van 925 kon er wel om lachen: ‘Ik maakte heel veel “that’s what edward said”-grapjes tegen het linkstuigh in mijn werkgroepen koloniale geschiedenis.’

In 2000, in het tweede jaar van mijn geschiedenisstudie in Groningen, maakte ik kennis met Saïd tijdens het vak Inleiding in de Geschiedenis II. In het leerboek werd ook ingegaan op de kritiek op Saïds boek Orientalism, maar tijdens het college werd zijn baarlijke nonsens als heilig beschouwd. Ik ergerde mij hier behoorlijk aan, omdat dit betekende dat alles wat het Westen deed bij voorbaat slecht was en dat het Oosten per definitie niet door wetenschappers kon worden begrepen. De universiteit, waar ik veel vrijer kon denken dan op mijn gereformeerde middelbare school, had ook zo haar geloofsdogma’s. Toen ik een college later kennis maakte met ‘genderstudies’ (de feministische variant van Saïds verhaal) was het voor mij helemaal duidelijk: hier werd geen wetenschap maar linkse ideologie bedreven. Als jong broekje van negentien besloot ik echter om te zwijgen.

Een paar jaar later kwam ik als aio bij een universiteit weer terug in Groningen om een paper te houden. Een feministische docente vermaande mij omdat ik daarin het woord ‘Jappenkamp’ had gebruikt. Dit was volgens haar een racistische term volgens haar. Deze keer besloot ik niet te zwijgen en reageerde netjes, maar beslist: ‘De Japanners hebben in de Tweede Wereldoorlog honderdduizenden vrouwen verkracht, ook niet-westerse vrouwen, en miljoenen mensen laten verhongeren. De term Jappenkamp is in uw discours racisme, maar de echte misdadigers zijn de Japanse soldaten van het keizerlijke, dus imperialistische, Japanse leger.’ Ik zag haar ogen kort fonkelen van haat, maar ze zweeg want ze besefte dat ze was uitgeluld. Het was mijn eerste overwinning op de politieke correctheid.

Het antiwesterse, politiekcorrecte gif van Edward Saïd druppelt via de universiteiten ook door in het publieke debat. Na Charlie Hebdo en na Keulen reageerde een groot deel van spraakmakend links net zo als Edward Saïd op 11 september. In plaats van de daders te veroordelen werd de werkelijkheid zo geframed dat de daders in slachtoffers veranderden en de slachtoffers in daders. Vluchtelingenadvocaat Wil Eikelboom spande misschien wel de kroon, door te beweren dat een ‘kwetsbare groep’ door de media verdacht werd gemaakt. Je hoort in zijn tweet de echo van de ideologie van Edward Saïd.

Ook waren de zogenaamde ‘but brigades’ (dixit: Bart Schut en Salman Rushdie) weer actief: mensen die zich uitspraken tegen de aanrandingen in Keulen, maar … En dan volgde een veroordeling van Jan Roos, Thierry Baudet, Wierd Duk of iemand anders die de aanrandingen zou aangrijpen om racisme te spuien of zelf een vuile aanrander zou zijn. Alleen de aanrandingen veroordelen, zonder ‘but’, dat is voor politiekcorrect, regressief links niet mogelijk. Het moet altijd op een of andere manier de schuld van het Westen zijn, de schuld van Amerika, de schuld van Israël of de schuld van Wilders en de witte mannen. That’s what edward said.

Opiniemakers en politici van politiekcorrect, regressief links moeten we bestrijden met hun eigen wapens. Christopher Hitchens, die het schijnheilige moralistische discours van Saïd heeft ontmaskerd of beter gezegd gedeconstrueerd, is een voorbeeld ter navolging. We moeten de hypocrisie van de politieke correctheid aantonen en opkomen voor die minderheden en slachtoffers die stelselmatig door regressief links worden genegeerd. We moeten de politieke correctheid aanpakken bij de bron. Het werk van Edward Saïd kapot discoursanalyseren (lees hiervoor ook Occidentalism. The West in the Eyes of Its Enemies van Ian Buruma en Avishai Margalit) en het werk van andere Founding Fathers van de politieke correctheid, zoals Noam Chomsky en Martha Nussbaum. Politieke correctheid moet je breken! Of om met de Verlichte filosoof Voltaire te spreken: Ecrasez l’Infâme!

Afbeeldingen: Wikipedia / Wikimedia Commons