Mooi woord: aanvinkbaarheid. Iets moet aangevinkt kunnen worden, aanvinkbaar zijn. Ahmed Marcouch kwam er zondagavond mee, in een uitzending van Reporter Radio. ‘Moslimhaat’ moet aanvinkbaar worden op aangifteformulieren van de politie. Als moskeeën worden beklad of vernield, moet dat niet onder ‘vernieling’ of ‘bekladding’ geregistreerd worden. Die vernielingen en bekladdingen zijn namelijk niet te vergelijken met het omver trappen van een vuilnisbak of andere vormen van licht vandalisme, maar zijn een uiting van een groeiend ‘anti-islam-sentiment’ in de Nederlandse samenleving. Er is dus sprake van ‘discriminerend geweld’, vergelijkbaar met antisemitisch geweld, en dat is al wel aanvinkbaar op aangifteformulieren. Moslimhaat moet dat dus ook worden.

In eerste instantie neem je zo’n voorstel natuurlijk niet erg serieus. Er is vast een partijpolitiek belang aan de orde. De PvdA-fractie is twee moslim-Kamerleden kwijt, en nu werpt Marcouch zich op als de belangenbehartiger van de veel geplaagde moslim. Cliëntelisme dus. Al erg genoeg. Een potentieel excuus voor een zich welbehaaglijk wentelen in de befaamde slachtofferrol. En dan ook nog eens een bedenkelijk voorstel. Als moslimhaat aanvinkbaar wordt, dan ook christenhaat, homohaat, hindoehaat, roodharigenhaat, islamitische autochtonenhaat? En wat is er mis met haat? Ik mag haten wie ik wil. Ik mag de EO haten, of de PvdA, of de VARA. Of worden die ook aanvinkbaar?

Toch nog eens verder gekeken. Marcouch is toch niet helemaal gek. Hij baseerde zijn pleidooi op wetenschappelijk onderzoek van een mevrouw Ineke van der Valk. Haar website doet je griezelen, maar goed, dat onderzoek is met een voorwoord van niemand minder dan Ernst Hirsch Ballin gepubliceerd. Die is toch ook niet helemaal gek. En uit dat onderzoek zou blijken dat tweederde van alle moskeeën in Nederland ‘doelwit van agressie’ is geweest.

Toch nog even verder gekeken. Het boek Islamofobie en discriminatie (2012) is geschreven in opdracht van en met geldelijke steun van het Euromediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling (EMCEMO), een wel erg links clubje. De boodschap die daar wordt uitgevent, net als op zovele andere plaatsen, is hoogst ergerlijk: moslims hebben geen schuld aan dat ‘anti-islamitische sentiment’, zij zijn slechts slachtoffers, vooral van de islamofobie zoals die door Wilders c.s wordt gepropageerd. Dat onderzoek van mevrouw van der Valk lijkt er vooral op gericht die bedenkelijke mentaliteit wetenschappelijk te ondersteunen.

Aangespoord door de hernieuwde aandacht voor haar werk dankzij dat interview van Marcouch, heeft mevrouw van der Valk vandaag een persbericht de deur uitgedaan. Op briefpapier van de Universiteit van Amsterdam, afdeling politicologie. Begin volgend jaar komt ze met nieuwe onderzoeksresultaten, kondigt ze daar aan. Maar ze wil alvast wat cijfers met ons meedelen. En wat blijkt dan?

Om te beginnen blijkt dan dat er helemaal niets klopt van het als feit gepresenteerde gegeven dat tweederde van alle moskeeën in Nederland last van anti-islamitisch geweld zou hebben. Er zijn ongeveer 475 moskeeën in Nederland. Mevrouw van der Valk heeft haar vragenlijstje naar hen opgestuurd en 86 moskeebesturen hebben de moeitegenomen te reageren. Van die 86 hebben er 58 aangegeven dat zij met vernieling, bekladding en brandstichting te maken hebben gehad. Oké, 58 van de 86 is inderdaad ruim tweederde, maar het gaat dus, vooralsnog, om 58 van de 475 moskeeën: dat is 12 procent.

Bedenkelijk is ook dat zij het ook heeft over een totaal van 174 moskeeën dat de afgelopen tien jaar met geweld te maken heeft gehad. Maar nergens wordt duidelijk waarop dat cijfer gebaseerd is. Niet op die survey in ieder geval, want daar hebben maar 86 moskeeën op gereageerd, en dat lijkt me onvoldoende basis voor de conclusie dat 174 moskeeën slachtoffer van moslimhaat zijn geweest.

Goed, mevrouw van der Valk is een beetje een charlatan, waar ze aan de UvA overigens in grossieren.

Maar stel nu eens dat dat cijfer van 58 moskeeën wel klopt. Dan is zo’n cijfer toch een indicatie van een groeiende polarisatie, van een fatale spiraal, een duivelskring.

Die groeiende polarisatie is niet de taal van een typisch-conservatieve war and hate monger. De veiligheidsdiensten zijn er ook bang voor. Ze vrezen dat de discussie over de economische crisis een intermezzo is geweest, en dat de multiculturele samenleving straks weer nummer één staat en een uitzonderingssituatie schept waarmee vergeleken mei 2002 en november 2004 nog helemaal niets waren.

De vraag is hoe je je in zo’n sfeer van toenemende polarisatie opstelt. Moslims worden steeds orthodoxer en radicaler, de Nederlander is het zat en stemt PVV. Het minste dat je kunt doen is het thema van de ‘weerbare democratie’ agenderen, zoals Pieter Heerma heeft gedaan. Dan vraag je niet alleen dat allochtonen zich aan onze wet houden maar ook de geest van de Grondwet internaliseren.

Maar hoe kun je dat redelijkerwijs eisen wanneer moslims (als het cijfer klopt) reden hebben zich hier niet veilig te voelen? Als die aanvinkbaarheid helpt om inzicht te verschaffen in de omvang van anti-islamitisch geweld (en dat is iets heel anders dan moslimhaat) en een bijdrage kan leveren aan de aanpak daarvan, dan is dat voorstel van Marcouch dus toch zo gek nog niet. Dan is anti-islamitsch geweld (hoeveel daar verder ook over te zeggen valt) vergelijkbaar met antisemitisch geweld, en net zo reëel. We moeten de ban van de duivelskring toch een keer doorbreken.