Hoe sterk is eigenlijk onze gehechtheid aan de waarden die tegenwoordig als ‘ononderhandelbaar’ worden gepresenteerd? Durven we als het erop aankomt wel echt stelling te nemen? Of kiezen we uiteindelijk toch liever voor onderwerping – soumission – uit een combinatie van gemakzucht en sluimerende gehechtheid aan oude patriarchale vooroordelen?

Deze maand is het een jaar geleden dat Michel Houellebecqs boek Soumission uitkwam, op de dag van de Charlie Hebdo aanslag. Het boek speelt zich af in een toekomstig Frankrijk waar de islam haar intrede doet in de politiek. Houellebecq neemt ons mee in een Frankrijk dat als gevolg van haar zwakke identiteit langzaamaan terugkeert naar een patriarchale samenleving. Hij confronteert ons met de vraag of wij de verworven waarden van onze samenleving daadwerkelijk omarmen en in hoeverre wij bereid zijn deze waarden te verdedigen.

In Soumission maken we kennis met François, een man van middelbare leeftijd en hoogleraar literatuur aan de Sorbonne in Parijs. Een man zonder gezin die zijn dagen slijt met afhaalmaaltijden, kortstondige affaires met zijn studentes en porno. François is over het algemeen apolitiek, en ervaart de moderne Franse materialistische maatschappij, met haar overdreven focus op status en consumptie, als spiritueel leeg en eenzaam. In Frankrijk speelt zich ondertussen een politieke crisis af. Le Pen staat hoog in de peilingen en strijdt tegen een gematigde moslimpartij met een sterke, charismatische leider.

François besluit zich, zonder specifieke interesse voor religie, uiteindelijk te bekeren tot de islam. Zijn beslissing komt niet, zoals misschien verwacht voor een boek met dit onderwerp, uit dwang maar uit opportunisme van een man zonder sterke identiteit van wie het leven er vervolgens eigenlijk alleen maar beter op wordt. Terug naar de patriarchale samenleving waarin je nu bovendien met gerust hart als fatsoenlijk man je vrouw kunt inruilen voor een jonger exemplaar (of beter nog, één erbij) zonder al teveel commotie. Een gematigde islamitische samenleving blijkt bij nader inzien helemaal niet zo vervelend en helemaal niet zo ver van ons af te liggen.

Tegen de islamisering van onze cultuur

Ook Pim Fortuyn schreef over de mogelijkheid van een terugkeer naar een patriarchale samenleving in zijn boek Tegen de islamisering van onze cultuur uit 1997. In dit boek zette hij de kernwaarden van de Nederlandse samenleving uiteen: de scheiding van kerk en staat, een voortvloeisel uit de verlichting waar ook vrijheid van meningsuiting, religie en pers aan vastzitten; gelijkheid tussen man en vrouw; en emancipatie van homoseksuelen. Hij gaf een historisch overzicht hoe deze verworvenheden hadden geleid tot een ondergang van de patriarchale cultuur. De heteroseksuele man heeft zijn gezagspositie moeten inleveren en er is een cultuur ontstaan van gelijkwaardigheid. Fortuyn, die zelf onderdeel was geweest van de emancipatiebeweging, hekelde het cultuurrelativistische denken waarin deze verworvenheden niet langer centraal werden gesteld en gewaardeerd. De islamitische cultuur stond volgens Fortuyn haaks op deze waarden en daarom pleitte hij ervoor in debat te gaan over deze kernwaarden en de ideologische strijd aan te gaan met de islam, met het woord als (enig) wapen.

Dat de houding van moslims tegenover deze moderne waarden een problematische is, blijkt uit recentelijk onderzoek van socioloog Ruud Koopmans. Zo acht 70% van de moslims in Nederland de regels van de Koran belangrijker dan de Nederlandse wet, wil 47% geen vriendschap aangaan met homoseksuelen en gelooft 40% dat joden niet te vertrouwen zijn. Dit vereist dus een stevige westerse reactie. Het personage van Houellebecq is het tegenovergestelde van weerbaar. Hij is een produkt van de zwakke identiteit van de west-Europeaan en belichaamt daarmee precies de sluipende islamisering die Fortuyn vreesde. Een situatie waarin de onderwaardering voor deze waarden, waar in de afgelopen 50 jaar hard voor gevochten is, de samenleving langzaam terug doet keren naar de patriarchale samenleving van voorheen. Vrouwen thuis, homo’s terug in de kast en de schouderophalende massa die zich hier niet tegen verzet.

Identiteitsloos en apathisch

Het boek van Fortuyn leidde tot verwijten van racisme, xenofobie en zelfs nazisme en waren voor Marcel van Dam reden om hem een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ te noemen. Ook Houellebecq is meerdere malen verketterd voor zijn kritiek op de islam. Het thema van Soumission was bij voorbaat dan ook al omstreden vanwege de impliciete kritiek op ‘de nieuwkomer’ die erin vervat zou zijn. Zowel het boek van Fortuyn als het boek van Houellebecq zouden echter ook – of misschien zelfs wel eerder – gelezen kunnen worden als een kritiek op onszelf: de identiteitsloze, apathische West-Europeaan. Dat de islam de ruimte krijgt onder de zwakke beleving van de eigen identiteit en daarmee de ‘leegte’ opvult is eigenlijk niet meer dan logisch. Houellebecq houdt ons hiermee dan ook een spiegel voor; hoe vrijgevochten zijn wij eigenlijk? In hoeverre zijn we ervan overtuigd dat de verworvenheden van onze westerse cultuur de juiste zijn en het waard zijn om te verdedigen? Zijn ze in relatief korte tijd verankerd genoeg geraakt om weerstand te bieden tegen invloeden die deze waarden ondermijnen?

“Houellebecq houdt ons hiermee dan ook een spiegel voor; hoe vrijgevochten zijn wij eigenlijk? In hoeverre zijn we ervan overtuigd dat de verworvenheden van onze westerse cultuur de juiste zijn en het waard zijn om te verdedigen? Zijn ze in relatief korte tijd verankerd genoeg geraakt om weerstand te bieden tegen invloeden die deze waarden ondermijnen?”

In Soumission is het antwoord daarop een stellig nee. Er wordt gekozen voor de weg van de minste weerstand, voor pragmatisme. De socialisten sluiten een verbond met een gematigde moslimpartij om zo Le Pen te kunnen verslaan. De angst voor extreem rechts is groter dan de angst voor een gematigde islam. Men levert in op deze waarden en sluit een compromis op haar vrijheid (een sharia waar alcohol nog gewoon is toegestaan) om verdere escalatie te vermijden. En dat blijkt helemaal niet zo vervelend over het algemeen. De rust keert terug in de maatschappij, de aanslagen en relletjes houden op en voor degenen die geen geëmancipeerde vrouw zijn, die homoseksueel zijn of tot een religieuze minderheid behoren (de joden verhuizen massaal naar Israël) lijkt het bijna een logische keuze. Voor hen verandert er niet zoveel, staat er persoonlijk weinig op het spel en wordt het er zelfs in veel gevallen misschien wel beter op. Houellebecq zet een uitgedachte vorm van extreem cultuurrelativisme neer: degene die geen waarde ziet, die enkel nadruk legt op de slechte kanten die de verlichte en geëmancipeerde samenleving heeft voortgebracht, ziet hier ook geen achteruitgang in.

Nieuwe waarden

Het is eigenlijk niet zo verbazingwekkend, want de verworven waarden waar Fortuyn over sprak zijn, behalve de scheiding van kerk en staat, ook voor Nederlanders nog vrij nieuw. We zijn een lange weg gekomen om bevrijd te worden van onderdrukking van vrouwen, homo’s en religieuze minderheden, maar deze bevrijding blijft fragiel. In de vroege jaren 80 werd de Roze Zaterdag (de Nederlandse versie Gay Pride Parade) nog met oerhollandse stenen bekogeld, daar kwam geen islam aan te pas. Uit recent onderzoek onder Nederlanders blijkt ook dat, ondanks dat Nederlanders over het algemeen geen probleem hebben met homoseksualiteit, deze acceptatie verdampt wanneer dit openlijk is (hand in hand lopen en zoenen). De homo-emancipatie is daarmee dus ook nog bij lange na niet voltooid vanuit autochtone hoek, ook al houden we onszelf graag voor van wel. En in hoeverre zitten mannen eigenlijk te wachten op een echt geëmancipeerde vrouw? En hoeveel vrouwen voelen zich stiekem eigenlijk wel heel comfortabel in een rol waar er financieel voor hen gezorgd wordt? Zodat zij zich als moeder slechts over hun kroost hoeven te ontfermen (met wellicht een makkelijk parttime baantje voor de leuk), waarbij de verworven keuzevrijheid wordt aangegrepen om na het eerste kind voorgoed de arbeidsmarkt te verlaten?

“We zijn een lange weg gekomen om bevrijd te worden van onderdrukking van vrouwen, homo’s en religieuze minderheden, maar deze bevrijding blijft fragiel. In de vroege jaren 80 werd de Roze Zaterdag (de Nederlandse versie Gay Pride Parade) nog met oerhollandse stenen bekogeld, daar kwam geen islam aan te pas.”

Soumission blijft uiteraard een uitvergroting, satire. Want dat er bijvoorbeeld door vrouwen totaal geen weerstand wordt geboden wanneer ze zonder pardon uit de arbeidsmarkt gewerkt worden, lijkt hoogst onwaarschijnlijk (alhoewel de door Saoedi Arabië royaal gefundeerde gezinssubsidie een hoop goedmaakt). Maar zijn andere vormen van het niet verdedigen van onze waarden eigenlijk niet al geruime tijd te bespeuren? Gaan we hier massaal de barricades op als joodse instellingen beveiligd dienen te worden door marechaussee? Of wordt er eerder opgeroepen om maar liever niet meer zichtbaar Joods over straat te gaan? De emigratie van Franse joden naar Israël als gevolg van een toenemend antisemitisme dat geen halt toe wordt geroepen, is in Frankrijk allang begonnen. Ook het toenemende geweld jegens homo’s in Nederland wordt niet beantwoord met de grootschalige afkeuring die het verdient.

De reacties op de aanrandingen in Keulen stemden aanvankelijk hoopvol maar deze werden gedeeltelijk overschaduwd door het advies van de burgemeester om mannen maar voortaan op armlengte te houden. Een advies dat vrouwen in de jaren 50 ook hoorden en dat demonstreert hoe gemakkelijk sommigen bereid blijken om de verworven vrijheden in te perken om de maatschappelijke rust te bewaren.

Desinteresse

Nederland staat in het buitenland bekend om haar liberale waarden en tolerantie, maar soms lijken deze eerder voort te komen uit desinteresse dan uit idealisme. Deze mentaliteit werd ook duidelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de eeuwenlang gedoogde Joodse burgers (men had immers geen last van ze) vrij gemakkelijk overgeleverd werden aan de bezetter. Natuurlijk waren hier vele dappere verzetsstrijders. Maar er heeft ook grootschalige collaboratie met de Duitsers plaatsgevonden. Werden al deze collaborateurs gedreven door virulente haat jegens mensen met wie ze lange tijd probleemloos samen hadden geleefd? Of kwam hun collaboratie wellicht toch eerder voort uit een combinatie van desinteresse, angst en opportunisme?

Het liberale karakter van de hedendaagse Westerse cultuur met haar focus op wetenschap en vooruitgang, vrij van achterhaalde religieuze dogma’s die eeuwenlang vrijheden hebben ingeperkt, is een absolute prestatie. De onbegrensde vrijheid van onze samenleving kan inderdaad, zoals Houellebecq schetst, soms leiden tot eenzaamheid, teleurstelling en frustratie. Maar dat doet niets af aan het feit dat haar fundamenten uitzonderlijk rechtvaardig en rationeel zijn. Zij dienen dan ook met inzet van al onze krachten te worden verdedigd.