Ondergangsretoriek verziekt het islamdebat. Het helpt de discussie geen stap verder en zorgt ervoor dat mensen zich nog dieper ingraven in hun ideologische loopgraven.

Twitterexplosie

Twitter explodeerde dinsdag naar aanleiding van het interview dat journalist Wierd Duk hield met rechtswetenschapper Machteld Zee, die in 2015 promoveerde op een onderzoek naar shariarechtbanken in Groot-Brittannië. Haar pas verschenen tweede boek, Heilige identiteiten, is op dit promotieonderzoek gebaseerd.

In het gesprek met Duk deed Zee enkele ferme uitspraken, die nogal wat stof deden opwaaien: ‘Achter islamisering zit een plan’, ‘Leidende multiculturalisten menen letterlijk dat moslims gevrijwaard moeten blijven van kritiek omdat zij daarvan psychologische schade zouden ondervinden’ en ‘We zullen veel weerbaarder moeten worden en grenzen moeten stellen aan de islamisering.’

Het waren losse flodders die niet verder werd onderbouwd. Wat is islamisering? Wat voor plan zou hier achter zitten? Overdrijf je niet? Hoe kom je hierbij? Wie zijn die ‘leidende multiculturalisten’ die vinden dat je geen kritiek op moslims mag hebben? De beschuldiging is nu veel te vaag en algemeen, zou je daarom man en baard (pun intended) kunnen noemen? En ten slotte, in hoeverre bedreigt die zogenaamde islamisering precies onze rechtsstaat, hoe gevaarlijk is die dreiging, en hoe kunnen we die eventuele dreiging het beste pareren?

Hopelijk geeft haar boek bevredigende antwoorden op deze vragen. In haar gesprek met Wierd Duk echter schoot ze echter niet met scherp, wat het imago van Machteld Zee als onderzoeker niet bepaald ten goede komt. Uiteraard moet ik het boek nog lezen – dan pas geef ik een definitief oordeel over haar uitspraken –  maar het interview zorgt voor een valse start.

 

Ideologische loopgraven

Het voorbehoud dat ik wilde maken werd door de meeste mensen met een mening uiteraard niet gemaakt. Machteld Zee was of helemaal geweldig omdat ze waarschuwde tegen de ‘islamisering’, of ze was helemaal verschrikkelijk omdat ze zich schuldig zou maken aan ‘islamofobie’. Er was geen gulden middenweg.

Toen ik het durfde als ‘rechts’ iemand enkele kritische opmerkingen te maken over het interview kreeg ik opeens allemaal boze tweeps in mijn tijdlijn, die niet begrepen waarom ik twijfelde. Ik zou naïef zijn en het dodelijke gevaar van de islam niet willen zien. Zonder haar studie überhaupt te hebben gelezen wisten veel mensen al dat Machteld Zee gewoon helemaal gelijk had, en dat islamwetenschapper Maurits Berger die in 2009 in het NRC Handelsblad schreef dat het allemaal wel meeviel met die shariaraden een islamapologeet was en dus fout. Nee lieve rechtschmenschen, ik denk zelf na en vorm dan mijn eigen oordeel, dank u. Dat ik kritisch ben over politieke correctheid en niks moet hebben van de fundamentalistische islam betekent niet dat ik over deze dingen niet meer nadenk en kritiekloos allemaal rechtse opiniemakers nablaat. Misschien heeft Machteld Zee een heel goed boek geschreven, misschien niet, maar in het interview is ze nogal ongenuanceerd en ik vrees daarom het ergste, hoewel ik mijn definitieve oordeel dus nog moet vormen.

Die ideologische loopgraven, links en rechts, daar kan ik mij dus ontzettend aan ergeren. Ze beperken namelijk je denken. Je mag niet afwijken van wat de groep vindt, want dan pleeg je ‘verraad’ of iets dergelijks. Bij het linkse team voelde ik mij na een tijdje niet thuis, omdat ik het verketteren van andersdenkenden spuugzat was en niet achter elke boom een racist wilde zien. Bij het rechtse team, waar ik nu een beetje bij hoor, voel ik mij ook niet helemaal thuis, omdat ik voor Europa ben (met nuances natuurlijk) en de islam als een historicus, dus begrijpend, benader. Natuurlijk erger mij, net als rechts, aan de politiekcorrecte goedpraterij van sommige linkse opiniemakers en wetenschappers – ik noem Glenn Greenwald, wijlen Edward Saïd, Martha Nussbaum, Karen Armstrong, Sunny Bergman, Gloria Wekker, Leo Lucassen en Miko Flohr – die zeer geneigd zijn om het perfide westen overal de schuld van te geven. Maar dat betekent nog niet dat ik de islam als iets demonisch beschouw, een haast bovennatuurlijke macht die erop uit is om ons te vernietigen dan wel te overheersen. Uiteraard heeft de islam schaduwkanten en die mag je ook best benoemen, maar er zijn tegelijkertijd een heleboel nuances en de spengleriaanse ondergangsretoriek – dat Europa zou islamiseren als gevolg van een snood ‘plan’ – verziekt het islamdebat.

 

Binnen de lijntjes

Ondergangsretoriek is verschrikkelijk negatief en kleurt alles zwart. Het gaat alleen maar slecht, niks deugt er aan de islam (of aan de EU), we worden voor de gek gehouden, naar Cassandra’s als Frits Bolkestein, Bat Ye’or, Geert Wilders en schedelmeter Joost Niemöller wil niemand luisteren, hét bewijs dat ze profeten zijn. Hoopvolle ontwikkelingen binnen de islam – een democratischer Tunesië, het succes (hoe klein ook) van islamhervormers als Maajid Nawaz – worden stelselmatig genegeerd, omdat ze niet passen in het negatieve beeld.

Het ondergangsdenken wordt echt een beetje smerig als het over de vluchtelingencrisis gaat. Natuurlijk zitten er onder de vluchtelingen ISIS-strijders, trekken veel immigranten puur om economische redenen naar Europa en zijn Judith Sargentini en Jesse Klaver van GroenLinks hopeloos naïef. Allemaal waar. Maar dat betekent toch niet dat we alle menselijkheid moeten laten varen, alle vluchtelingen moeten wegzetten als ellendige profiteurs, aanranders en terroristen en onze ogen moeten sluiten voor het menselijke leed dat er wel degelijk plaatsvindt? De wijze waarop sommige ondergangsproleten (sic) over onze islamitische medemens praten bezorgt mij braakneigingen. Realisme is realisme, niet zwartgallig pessimisme en vreemdelingenhaat. En ook realisten kunnen humaan zijn.

Om een lang verhaal kort te maken, waar ik een lans voor wil breken is een kritische, anti-ideologische houding. De verleiding om je of tot het linkse of tot het rechtse kamp te bekeren en alleen maar meningen te geven die binnen de lijntjes passen is groot, maar je houdt jezelf daardoor intellectueel gezien voor de gek. Ondergangsretoriek is net als politieke correctheid een taal die je denken beperkt. Het is bovendien een taal die alleen de reeds overtuigden overtuigt, alleen maar vooroordelen bevestigt. Van politieke correctheid moet ik, ik herhaal het nog maar een keer, echt helemaal niks hebben. Maar ook ondergangsretoriek is vergif voor de discussie.