Stadsmensen die dwepen met de plattelandsidylle en aan het ‘urban farming’ slaan. Dat levert koddige zaken op als aardbeien in de vensterbank op driehoog achter, supergezond onder een laagje fijnstof, en dakterrassen met welig tierende tomaatplanten. (Dat laatste heb ik zelf ook weleens gedaan, de planten groeiden als kool en droegen uitbundig vrucht, maar nét voor zij een eetbare rijpheid bereikten vielen zij ten prooi aan muizen- en vogelvraat.)

Enfin, hip plattelandshobbyisme dat doet denken aan Marie Antoinettes boerderette-dorp op Versailles, Hameau de la Reine, waar zij herderinnetje kon spelen en met frisgewassen lammeren kon spelen. De vorstin maakte vermoedelijk zelf geen vuile handen aan hun mest. Een decadentie die zij zich kon permitteren, daar had zij immers personeel voor.

Anders ligt het met Urban Farmers die een dakterras een geschikte biotoop achten voor een toompje hobbykippen. Verrassing: dat is het niet. Kippen zijn geen knuffeldieren, een regelmatige eierproductie is allerminst vanzelfsprekend en zo’n paar vierkante meter dak is razendsnel bedekt met bijzonder onwelriekende mest, tenzij men dagelijks op ironische Glastonbury-wellingtons stront wil scheppen.

Een en ander leidde tot dit tragikomische stukje in Het Parool: Amsterdamse parken en plantsoenen worden overspoeld door dumpkippen en spijthennen. Waar hun voormalige baasjes zich ’s zomers verpozen met prosecco en Ottolenghi-vreten uit rustieke rieten manden, moeten de beesten voor zichzelf zien te zorgen. Nog een verrassing: dat kunnen ze niet.

Als de ruraal angehauchte bakfietsboeren nou een beetje lef en boerenverstand hadden, dan zouden ze hun impulspluimvee niet in het park lozen, zichzelf en vooral kleine Fnark en Iphigineia wijsmakend dat dat een soort kippenhemel is, een iederwijsschooltje voor hoenders. Dan zouden zij een goed scherp mes ter hand nemen en de boventallige dieren de strot afsnijden. Dat is pas urban farming, je ware boerenleven, weten waar je eten vandaan komt. Veel authentieker ook dan drumsticks kopen bij de Marqt waar een certificaat bij zit met een foto van de kippenfarm en de namen, verjaardagen en lievelingskleuren van de betreffende hennen.

In de pan ermee, laat Planck en Mimosa maar helpen met plukken, en kruid de voormalige dakbewoners met verse tijm. Dat spul groeit uitstekend gewoon in een pot op de vensterbank, trouwens.

Beeld cc: Cefaclor