De afgelopen twee weken genoot ik van een vakantie in de Verenigde Staten. Het Zuid-Oosten, om precies te zijn. Misschien was het de fysieke afstand van Nederland, misschien lag het aan mijn minimale gebruik van internet, allicht kwam het omdat het leven er nou eenmaal heel anders uitziet vanuit een cabriootje, wie zal het zeggen, maar feit is dat het mij zwaar te moede werd van het weinige nieuws dat ik over het Oude Continent las.

Europa, onder de voet gelopen door vluchtelingen die, ook als hun asielaanvraag niet wordt gehonoreerd, natuurlijk allemaal hier blijven. Europa, waar de meerderheid van de bevolking tegen de instroom van vluchtelingen is, maar waar we ons als een konijn spartelend in een strik tot wurgens toe hebben vastgedraaid in de greep van de oncontroleerbare, niet-verkozen EU-baasjes. Europa, waar een aanzienlijk deel van de bevolking, daartoe aangespoord door politiek en media, met open armen ontheemden verwelkomt zonder dat deze Samaritanen (willen) weten welk vlees zij precies in de kuip hebben. En zonder ook maar enige eisen te stellen aan de nieuwkomers, in tegendeel. In een motel ergens in North Carolina las ik over goedwillende burgers die al zo dronken waren van hun eigen goedertierenheid dat zij braaf het advies opvolgden om een maaltijd te bereiden voor vluchtelingen, en daarbij beslist geen alcohol of varkensvlees te serveren en/of nuttigen.

In het deel van de VS dat ik bezocht, wappert op iedere porch, voor ieder huis, een Amerikaanse vlag. En niet zelden de tegenwoordig controversiële Confederate flag. In Nederland ben je toch een soort racistische halftokkie, als je dat doet. Zomaar een beetje trots zijn op je eigen natiestaatje, dat is natuurlijk niet de bedoeling. Hier hangen op onze gesubsidieerde cultuurpaleizen moralistische boodschappen, gericht tegen het Grootkapitaal, om bedrijven te wijzen op hun verantwoordelijkheid ‘iets’ te doen voor vluchtelingen. In de VS, of je er nou een auto koopt of een milkshake, zie je in ieder bedrijfspand montere informatieborden over ‘giving back to the community’, liefdadigheidsinitiatieven die het bedrijf ontplooit. “Allemaal PR”, zegt de Europeaan dan triomfantelijk. Kan zijn, maar ik heb liever dat bedrijven goede sier maken met hun sociale gezicht via eigen initiatieven dan de gedwongen Europese solidariteit middels belastingen en staatspropaganda via publieke omroepen. En over cultuurpaleizen gesproken: de musea die ik bezocht waren betaald door particulieren en bedrijven, werden deels gerund door vrijwilligers en het zou niet bij deze instellingen opkomen om winst makende multinationals ter verantwoording te roepen. Laat staan als zij slechts bestaansrecht hadden dankzij belastinggeld.

Er is veel mis in en met Amerika, hoewel niet zo veel als sommige Europeanen denken. Het praatje dat “de VS ISIS hebben gecreëerd” met hun “imperialistische inval in Irak” is de zoveelste afleidingsmanoeuvre om niet te hoeven zeggen dat de wereld zucht onder de tirannie van de islam. Maar dat wat Europa momenteel verandert in een surrealistisch gekkenhuis van goede bedoelingen  en moraalridderij kennen ze er niet: de alles ondermijnende, sociaal vergiftigende weg met ons-mentaliteit. Het was zowel een verademing als een beproeving om in een land te zijn waar de meerderheid van de mensen van zijn land houdt en niet verwacht dat de overheid alles voor ze oplost of denkt dat ‘het grootkapitaal’ automatisch de schuld is van alles wat er mis is in de wereld.

De beproeving zat m in het pijnlijke besef dat niet de vluchtelingen, maar de Europeanen zelf hun continent volledig aan het ontmantelen zijn, met hun pappen, nathouden, toegeven en meedeinen op de golven van sentiment en misplaatst schuldbesef. Zoals je de stilte als bijna hoorbaar en weldadig ervaart nadat de buurman zijn grasmaaier uit zet, zo voelde het niet-aanwezig zijn van the embarrassment of riches, ‘van weg met ons’.

Maarja, de vakantie is weer afgelopen. Hoewel ik de toekomst van Europa somber inzie, moesten we toch maar proberen om te redden wat er te redden valt. Lukt dat niet, dan hoop ik tijdig weg te zijn naar de VS. Als ze slim zijn, maken ze hun immigratiewetgeving nog strenger, want er zullen meer mensen op dat idee komen. Als ik slim ben, vraag ik op tijd asiel aan. Het is namelijk ver dobberen, naar de oostkust.

Beeld cc: Frank Brueck