Principes zijn mooi, maar kosten soms geld. Appa test de grenzen van de vrije meningsuiting, dat kost hem opdrachtgevers. Ik koop nimmer fietsen van junks, hoe vaak mijn rijwiel ook wordt gejat. (Vaak.) Verzet bij een arrestatie tijdens een anti-Pietprotest kostte Kno’ledge Cesare zijn baan.

Wie principieel een boerka wenst te dragen, betaalt daar ook een prijs voor. Zelfverkozen uitsluiting is de prijs die zij betalen. Althans, als wij islamapologeten mogen geloven, kiezen allahs spoken er zelf voor om zich uit te gummen in het openbare leven. Nemen we dit voor nu maar even van ze aan, dan, dat onder die naargeestige tenten superzelfbewuste moslimae schuilgaan die uit vroomheid en respect voor hun god en hun mannelijke familieleden beslist niet willen dat iemand ook maar een glimp van ze opvangt.

Het is tamelijk onbeleefd om jezelf niet met open vizier in de maatschappij te begeven, maar soit. En het moet ook onaangenaam zijn, wie volledig gesluierd over straat gaat, trekt meer nieuwsgierige blikken dan vrouwen die gehoofddoekt of zonder enige religieuze bedekking rondlopen. Ook commentaar en zelfs scheldpartijen blijven zulke vrouwen niet bespaard.

Een boerkaverbod vind ik een lastige kwestie. Instinctief zeg ik: verbieden. Volledige bedekking van het gezicht is strijdig met onze westerse normen en waarden. Maar, heb je weer zo’n principe, een overheid die zich bemoeit met kledingkeuze, dat is ook weer zo wat. De vrijheid om te dragen wat je wil, vind ik uiteindelijk toch belangrijker dan de wellevendheid om niet onherkenbaar over straat te gaan. Het argument dat boerkavrouwen een veiligheidsrisico vormen, lijkt me wat vergezocht. In theorie kan er in zo’n ding een terrorist of crimineel schuilgaan, maar die kiest dan een vermomming die hem weliswaar onherkenbaar, maar ook zeer opvallend maakt.

Geen verbod dus, als u het mij vraagt, het principe van vrijheid weegt zwaarder dan mijn bezwaren tegen religieuze gekte. Het verbod-light, dat naar verluidt vrijdag in de ministerraad besproken wordt, stelt dat in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en in overheidsgebouwen geen boerka gedragen mag worden. Je zou kunnen stellen dat in deze sectoren het ongemak van andere burgers ten aanzien van een gemaskerde inderdaad zwaarder weegt dan het recht om jezelf onherkenbaar te maken, ook al lijkt de keuze van deze vier locaties wat arbitrair. En of het qua handhaving een beetje werkbaar is, ik betwijfel het. Dat wil niet zeggen dat het dragen ener boerka zonder consequenties zou moeten zijn.

Wat wél goed geregeld is, is het schrappen of niet toekennen van een eventuele bijstands- of werkloosheidsuitkering aan vrouwen die een boerka dragen. Zij kiezen immers zelf voor deze uitdossing, waarmee ze zo goed als onbruikbaar zijn op de arbeidsmarkt. Wie uit principe weigert haar gezicht te laten zien, moet ook zo flink zijn om voor de consequenties op te draaien van haar beslissing. Jezelf diskwalificeren voor de arbeidsmarkt? Prima, maar dan niet profiteren van voorzieningen voor werklozen. Principes zijn heilig, maar niet altijd gratis. Het aanvullende verbod-light zal de paar honderd Nederlandse boerkettes niet uit hun (vermeend) zelfverkozen textielgevangenis halen.

Beeld cc: Wikimedia, Marius Arnesen