Het gaat niet goed met de vrijheid van meningsuiting (hierna: ‘free speech’) in het Westen. En als het niet goed gaat met ‘free speech’ gaat het in de regel ook niet goed met democratie. Decennialang gebeuk tegen dé trots van na-oorlogse liefhebbers van vrijheid en democratie heeft dit fundamentele recht compleet uitgehold.

De strafbaarstelling en sociale afkeer van ‘hate speech’, een subjectieve term die in de lengte en in de breedte almaar groeit en als maatschappelijk probleem door een ‘love speech’ brigade wordt aangepakt, heeft daar voor een groot deel aan bijgedragen. Aangemoedigd door de EU, VN en nationale staten is het steeds verder inperken van ‘free speech’ geen acceptabele randschade meer te noemen maar een doel op zichzelf. Als je de temperatuur op borrels, verjaardagen en in kranten meet dan is ‘free speech’ überhaupt niet iets wat zomaar mag, nee, het is in zijn blote hemd eigenlijk al haat van zichzelf. Of hooguit iets dat eerst verdiend moet worden.

Tegenstrijdigheden

Voor wie dit iets te ver en snel gaat zal ik het sentiment rond ’hate speech’ even in stukjes knippen. ‘Hate speech’ (alles van haatzaaien tot kwetsen) is als term in het publieke debat omgeven met een enorme hoop tegenstrijdigheden en onlogica. Een paar voorbeelden die je zoal kunt tegenkomen: ‘Hate speech is niet hetzelfde als free speech’. Niet mee eens. Free speech als recht (!) is niet voorbehouden aan mensen die niet iets kwetsends gaan zeggen. Het is juridisch in beginsel onjuist dat de inhoud en toepassing het recht bepaalt, maar desondanks is het een populaire leugen en de mensen die er in geloven zijn meestal reddeloos verloren.

Hate speech vernietigt het debat’. Alsof ‘het debat’ een stukje natuur is dat bedreigd wordt door vervuiling in plaats van een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde democratie. Met dezelfde onlogica van het vorige dogma wordt hier door de love speech brigade op voorhand bepaald welke juiste meningen mogen meedoen aan het debat, zodat iedereen het alvast eens is voordat we beginnen. Alle speech is in het debat belangrijk, hoe rauwer en kritischer hoe beter. Dan weet je tenminste meteen met wie je te maken hebt. En is straffen iets ter afweging erna, zoals het hoort.

Alsof ‘het debat’ een stukje natuur is dat bedreigd wordt door vervuiling in plaats van een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde democratie

‘We kunnen alleen ‘free speech’ garanderen als we ‘hate speech’ streng aanpakken’. Hier wordt gedaan alsof ‘hate speech’ een inbreuk is op ‘free speech’ zelf. Je discrimineert niet alleen je medemens met die spotprent of opmerking maar je brengt free speech in gevaar, foei! De enige ‘hate speech’ die ‘free speech’ werkelijk in gevaar brengt is die van een totalitaire ideologie die de democratie minacht en wil opheffen. En dus vrijheden verkwanselt. Maar voor dié ‘hate speech’ kijken we liever weg. Als je dan iets zinnigers zou willen zeggen laat het dan zijn: omdat we ‘free speech’ garanderen, kunnen we ‘hate speech’ streng aanpakken.

Tot slot mijn persoonlijke favoriet: ’vrijheid van meningsuiting is alleen maar ontworpen om ideeën die het waard zijn te beschermen’. Free speech als koekje bij de koffie. Hier zijn dictaturen altijd erg voor.

Willekeur

Of iets ‘hate’ is, en dus ‘free speech’ zou mogen inperken, is in een mum van tijd van een zorgvuldige rechterlijke afweging gegaan naar een stok om willekeurig mee te slaan. En dat niet alleen. Voorstanders van het verder beperken van ‘free speech’ zijn overal vertegenwoordigd en hebben er geen moeite mee ‘hate’ verder te criminaliseren. Politici lopen voorop om ons klaar te maken voor verdergaande beknotting van onze vrijheid. De EU maakt strengere strafwetten waarbij drie jaar gevangenisstraf voor ‘advocacy of religious hatred’ helemaal geen Orwelliaanse fantasie meer is. Hoe vager de beschuldiging hoe beter, zogenaamd zodat lidstaten zelf concretere maatregelen kunnen nemen. Zo’n 40% van Amerikaanse Millenials vindt het prima om alles wat als belediging kan worden ervaren te criminaliseren. Dat zij geen normaal antwoord kunnen geven op wat belediging als subjectieve term zou moeten inhouden, staat ze niet in de weg om zich alvast een valse moraliteit aan te meten: being good by not being bad.

Voorstanders van het verder beperken van ‘free speech’ zijn overal vertegenwoordigd en hebben er geen moeite mee ‘hate’ verder te criminaliseren. Politici lopen voorop om ons klaar te maken voor verdergaande beknotting van onze vrijheid

Mensen die terughoudender zijn in het veroordelen van wat haat is krijgen vooralsnog de meeste haat over zich heen. De meest idiote voorbeelden komen dagelijks voorbij. De New York Times schreef dat een anti-jihadist-activist puur en alleen was gemotiveerd door haat voor moslims. Het uitsluiten van mensen in het debat gaat hand in hand met de reflex om deze mensen ook hard aan te pakken. Zo berichtte Unia, een Belgisch ‘gelijkekansencentrum’ deze week dat het aantal ‘haatmisdrijven’ (wordt nergens uitgelegd) tegen moslims is verdubbeld. Veruit de meeste van de klachten zijn volgens een diagram op hun website ‘racistisch’ terwijl in de uitleg eronder staat dat ‘de vijandschap zich concentreert rond de islam als ‘cultuur en godsdienst’. Niet racistisch dus, maar ach, wat maakt het ook uit. Gewoon: haat. En op diezelfde website: ‘de morele grenzen staan open: moslims publiekelijk haten lijkt de gewoonste zaak van de wereld. Politici moeten ophouden met provoceren op Twitter’, aldus iemand van het gelijkekansencentrum. Wat motiveert (organisaties van) mensen om in die stroom van subjectieve oordeelsvorming mee te gaan?

Haat tegen de staat

Hebben ze niet door dat ze hiermee geen minderheden helpen maar slechts lippendienst bewijzen aan de Staat, aan de EU, aan nog verdergaande ambities die geen kritische pottenkijkers willen? Het kan geen toeval zijn dat dezelfde mensen die de aanpak van ‘hate speech’ voorstaan ook bepalen wat deze subjectieve term betekent. Het kan geen toeval zijn dat deze mensen alle afwijkende meningen als ‘hate speech’ bestempelen en als dat niet goed lukt de definitie met liefde oprekken. De aanhouding van de man met varkensmuts, maar ook de huisbezoeken bij twitteraars en de terreur op de Nederlandse kijkbuis zouden de Eleanor Roosevelts van het verleden een hartverzakking hebben bezorgd. De drie biggetjes in het sprookje met de wolf die in Engeland uit de sprookjesboeken zouden moeten verdwijnen, de manier waarop andersdenkenden worden uitgesloten van functies in bedrijfsleven en journalistiek, dient dát de bescherming van zwakkeren?

De aanhouding van de man met varkensmuts, maar ook de huisbezoeken bij twitteraars en de terreur op de Nederlandse kijkbuis zouden de Eleanor Roosevelts van het verleden een hartverzakking hebben bezorgd

Het is in ieder geval geen toeval dat de eerste voorstellen uit de geschiedenis om ‘free speech’ te beperken kwamen van totalitaire communistische regimes na de Tweede Wereldoorlog. In een fascinerend betoog van Jacob Mchangama wordt duidelijk dat staten die -onofficieel- kritiek op hun totalitaire ideologie verboden degenen waren die ‘hate speech’ strafbaar stelden. Stemgedrag van de VN laat zien dat strafbaarstelling van ‘hate speech’ zijn bestaansrecht ontleent aan déze staten. De Sovjet Unie wilde de definitie van haat niet beperken tot geweld maar ver oprekken (dat komt bekend voor). Terwijl de Sovjet Unie als gedachtenpolitie flink huishield door andersdenkenden te martelen in werkkampen en psychiatrische ziekenhuizen, beschermden ze zo hun onderdanen tegen haat en minachting. Haat tegen de staat wel te verstaan.

De Sovjet Unie is verleden tijd en de Koude Oorlog domineert niet langer het mensenrechtendebat, maar we hebben die kou nu zelf in huis gehaald. Westerse landen nemen het nog wel op voor ‘free speech’ maar vanuit een veel zwakker, principeloos standpunt. En als andere landen niets hebben met free speech, geen probleem, dan laten we ze evengoed meedenken over ‘hate speech’. Je broekt zakt er van af dat de Islamitische wereld mensenrechten afwijst als ‘soft imperialisme’ maar tegelijkertijd met succes oproept om islamofobie in de wet op te nemen als ‘hate speech’.

Het kan geen toeval zijn dat dit geen ongelukje is maar de hele bedoeling. In theorie is regelgeving en optreden tegen ‘hate speech’ bedoeld om arme, onderdrukte minderheden te beschermen. In de praktijk gebeurt dat niet en zijn deze vage wetten er vooral om staten te beschermen tegen kritiek. Filmpjes op social media die worden weggehaald omdat er negatief over het vluchtelingenbeleid wordt gesproken is daarvan een actueel en belangrijk voorbeeld. Het is nog maar het topje van de ijsberg. Uit het feit dat anti-overheidsorganisaties al gauw onder ‘hate groups’ worden geschaard kun je ook een hoop afleiden. En dat sommige mensen wel ongestraft Joden mogen haten en anderen niet, zoals Bart Schut hier aan de orde stelde, is natuurlijk geen toeval. De meest waarschijnlijke waarheid is dat extreem machtige mensen ons diep haten. Dus wie heeft er hier nou de varkensmuts op?