Een stelsel van geheime afspraken en verdragen maakt het werk van een Kamerlid lastig. Ronduit onmogelijk wordt het als een meerderheid van de Kamer zelf inzage (al dan niet achter gesloten deuren) blokkeert. Wezenlijke vragen over de naheffing en MH17 blijven zo onbeantwoord.

Wat kan de regering met een moeilijke vraag doen?  Omzeilen, een half antwoord geven of antwoord geven op een andere vraag zijn drie opties. Het afgelopen jaar kwam een aantal beroerde voorbeelden voorbij van een regering die weigerde duidelijke antwoorden te geven.

Dat bemoeilijkt natuurlijk principieel het werk als parlementariër. Een democratie werkt immers alleen als een Tweede Kamerlid toegang heeft tot alle relevante informatie. Misschien bij hoge uitzondering vertrouwelijk, maar toegang moet er zijn.

Dat staat ook in onze grondwet:

Artikel 68

De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.

Nou dacht ik toen ik parlementslid werd: dit betekent dus dat noodzakelijke informatie ook beschikbaar komt, indien een enkel Kamerlid daarom vraagt.
In 2002 schreef de regering daarover ook een interessante notitie, die overigens al waarschuwde: het is uiteindelijk aan de kamer of zij de bewindspersoon dwingt de informatie toch te verstrekken. Ofwel, het is geen recht van een Kamerlid, maar van de meerderheid, lees de regering, of zij informatie wel of niet verschaft.

Verdragen

Verdragen gaan boven de Nederlandse wet (die we vaststellen). Daarom kunnen verdragen slechts goedgekeurd worden door de Staten-Generaal. Alles geregeld zou je zeggen. Helaas is dat niet zo, want in de wet staan twee dingen vastgelegd:
De Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen kent een paar interessante artikelen met uitzonderingen:

Artikel 7

Tenzij een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Grondwet of tot zodanig afwijken noodzaken, is de goedkeuring niet vereist:

d.
indien in buitengewone gevallen van dwingende aard het belang van het Koninkrijk het bepaald noodzakelijk maakt dat het verdrag een geheim of vertrouwelijk karakter draagt;

Artikel 13

….

3.
Verdragen met een geheim of vertrouwelijk karakter worden, tenzij het belang van het Koninkrijk zich bepaaldelijk tegen ter kennis brenging verzet, ter kennis gebracht [aan de Staten-Generaal] onder voorwaarde van geheimhouding.

Ofwel, de regering mag geheime verdragen sluiten die tegen de wet ingaan. En ze brengt ze onder geheimhouding ter kennis [niet ter goedkeuring!] van de Staten-Generaal. Maar dat laatste hoeft ze niet te doen, als het belang van het koninkrijk zich ertegen verzet. Het belang van het koninkrijk kan zich dus verzetten tegen het feit dat een Kamerlid vertrouwelijke inzage krijgt in dwingende verdragen.

Met collega’s hebben we de proef op de som genomen en inzage gevraagd. Laat ik het voorzichtig stellen. Ik weet dus niet of ik alles heb kunnen zien. Dat kun je aan het antwoord al zien: de regering zegt niet hoeveel verdragen het geheimhoudt en geeft evenmin antwoorden op verdragen van voor 1994, dus van de tijd van de koude oorlog.

De naheffing

De combinatie Brussel en openheid is een lastige, zeker wanneer het de Raad van Ministers betreft. Dat werd bij de naheffing van 642 miljoen euro weer in zijn volle omvang duidelijk. De regering weigert te vertellen wanneer zij welke informatie ontving.

Op 17 oktober was er een briefing, waarbij Nederland geïnformeerd werd in Brussel. Het verslag van die briefing ging dezelfde avond naar een zevental ministeries en minister Dijsselbloem stuurde er nog die avond meer dan 10 mails over, bleek uit een WOB-verzoek. Maar een week later deed hij verbaasd en sprak hij over een tabelletje, waarvan hij niet wist waar het vandaan kwam. Ik heb een sterk vermoeden dat de regering die tabel al op 17 oktober had en dat meerdere ministers de tabel kenden.

De premier kwam later in een debat zelfs weg met het mondeling verwijzen naar totaal ontwijkende schriftelijke antwoorden in de Kamer.

Ondanks twee sets Kamervragen en een vraag bij de regeling kwam deze memo nooit boven tafel: een meerderheid van de Kamer wilde hem niet hebben en wilde ook zo wel instemmen met de naheffing. De reden was iedere keer een andere, maar de rekening snel eind december snel betaald, opdat niemand hiernaar zou vragen. Er loopt nog tenminste een beroep tegen een weigering om de memo te verschaffen.

MH17

In het MH17 dossier komen heel veel zaken samen. Het is wellicht de grootste aanslag op een groep Nederlanders in vredestijd na de Tweede wereldoorlog. Het onderzoek is buitengewoon lastig omdat Nederland niet goed bij de site kon en moet samenwerken met andere landen. En de geopolitieke implicaties van het aanwijzen van een verdachte zijn enorm.

In dat lastige spanningsveld is een aantal zaken uit de aard der zaak niet openbaar en dus vertrouwelijk. Het gaat hier bijvoorbeeld om het lopend strafrechtelijk onderzoek.

De opstelling van een meerderheid in de Kamer is ook wel zeer terughoudend geweest: voor een hoorzitting was geen meerderheid en behalve bij herdenking is de MH17 geen onderwerp geweest van een plenair debat.

Juist in zo’n moeilijk dossier, waar de onderste steen moet bovenkomen, is de controle vanuit een parlement extra lastig.

Een paar voorbeelden maken dat duidelijk:

1. Gevraagd naar de internationale overeenkomsten die gesloten waren, nam de regering het JIT niet op. Het Joint Investigation Team is het gezamenlijke onderzoeksteam van een aantal landen. Zelfs het bestaan van dit op 7 augustus opgerichte JIT was eerst geheim, terwijl samenwerking tussen de landen toch volstrekt logisch is. De inhoud van deze overeenkomst, die alleen over onderzoek gaat en niet over vervolging blijft geheim. En het proces rondom de toetreding van Maleisië roept veel vragen op.

2. Minister Opstelten had aangekondigd dat er in november een brief zou liggen over de vervolging. Gebeurt dat in Nederland of een ander land? Wordt er eventueel een speciaal tribunaal opgezet? Die brief en overeenkomst is er nog niet tussen de landen, die ook allemaal zelfstandig vervolging zouden kunnen instellen. Overeenstemming is niet gemakkelijk, maar moet er toch echt zijn voordat iemand officieel in staat van beschuldiging gesteld wordt.

3. Wat wist de Nederlandse overheid en wat wisten de vliegtuigmaatschappijen? Op deze vragen komt geen antwoord. Er komt geen lijst met neergehaalde vliegtuigen in Oost-Oekraine de maanden voor de crash, zowel omdat dit algemeen bekend was als omdat de oorzaken niet duidelijk waren en geverifieerd konden worden.
Ook het verslag van een Nederlandse diplomaat van de bijeenkomst die Oekraïne op 14 juli organiseerde met diplomaten blijft geheim. Toch werd blijkens het persbericht van de Oekraïense regering van die bijeenkomst openlijk gesproken over het neerhalen van een groot vliegtuig (Antonov-26) van 6,5 kilometer hoogte door een gevechtsvliegtuig of door een raket. Het luchtruim was dus behoorlijk onveilig. En die informatie heeft op meerdere momenten de regering en de luchtvaartmaatschappijen bereikt. Toch kreeg vlucht MH17 toestemming voor de vluchtroute van de autoriteiten. Hoe kon dat?

4. Welke onderzoeken doet de OVV precies en waar blijven de tussenresultaten toch? De OVV doet drie onderzoeken volgens de regering. Van het eerste onderzoek over de toedracht, bestaat een tussenrapportage. Hoe het met de andere twee onderzoeken staat (naar de keuze voor de vluchtroute en naar de passagierslijsten) en of er tussenrapportages zijn, wordt vooralsnog niet duidelijk op de site van de OVV of elders.

Conclusie

Controle is voor een Tweede Kamerlid vaak heel erg lastig. De Nederlandse regering geeft in het naheffingsdossier, maar ook in bijvoorbeeld het dossier rondom de accijnsverhogingen zeer moeizaam enige opening van zaken. In het dossier rondom de accijnsverhogingen kwam er in een WOB-verzoek van een journalist zelfs meer informatie boven tafel dan bij vragen in de Tweede Kamer.

Alle reden dus om op hoofddossiers te blijven doorvragen in het publieke belang. Dat gebeurt vaak schriftelijk. Zeker bij een aantal moeilijke en belangrijke dossiers (behalve de MH17 valt ook Griekenland/Eurozone hieronder) betekent dat soms vertrouwelijke antwoorden. Maar alleen met zo volledig mogelijke antwoorden kan ik mijn werk, het controleren van de regering, goed doen.​