Er zijn nieuwe feministen. Belooft dat enig goeds?

Ik spreek graag met feministen, net zoals ik graag spreek met socialisten en reactionairen. Zo verander ik nog eens van mening. Maar van alle tientallen zelfverklaarde feministen met wie ik heb geprobeerd van gedachten te wisselen, waren er maar twee even intelligente als charmante dames die niet boos werden om ons verschil van mening. Slechts twee feministen zagen mijn afwijkende opvattingen als denkfout, de rest zag het als morele fout. Gelet op het radicale van sommige feministen mag ik wel zeggen: als doodzonde. Slechts twee vrouwen die zich feminist verklaarden, wilden naderhand nog eens wat drinken en praten. De rest was bitter en boos.

Ik vind dat geen geweldige score. Helaas is er geen woord aan gelogen. Ik houd er rekening mee dat het voor een deel aan mij ligt, natuurlijk. Maar dan nog verwacht ik minder verbolgenheid wanneer ik op Keti Koti proclameer dat Nelson Mandela 27 jaar voor belastingfraude op Robbeneiland zat.

Dus wat hebben we eigenlijk aan die nieuwe feministen? Nou ja, Simone van Saarloos is een verse feminist. Ze lijkt me niet bitter en bovendien wil ze praten. Ze heeft allerlei interviews gedaan. Bovendien lijkt ze mannen niet te beschouwen als onderdrukkers. Sterker, ze wil ook mannen bevrijden ‘omdat genderhokjes iedereen beperken’.

Dat zei ze vandaag in de NRC, toen ze uitlegde dat ze gebruikmaakte van haar white privilege om haar white privilege even op te heffen. Enkele vrouwen met moeilijke achternamen zullen komende week haar plek innemen, omdat: diversiteit. Schuldbewust bekende ze dat ze wit, hoogopgeleid en jong is. (Ha, dacht ik, waardeloze score qua privilege: ik ben tenminste ook nog man!)

Dit is een interessante trek van het nieuwe feminime, waardoor het zich onderscheidt van de vrouwen die bijvoorbeeld kiesrecht of gelijke rechten eisten. Dit waren in de eerste plaats juridische eisen. De nieuwe feminist vindt wettelijke gelijkheid echter niet genoeg en wil onze cultuur, onze manier van leven verregaand beïnvloeden. Persoonlijk houd ik daar niet zo van. Niet in de laatste plaats omdat onze manier van samenleven ten dele bepaald wordt door onze denkwijzen, wat betekent dat we ons denken moeten veranderen als we de samenleving ten minste een beetje willen veranderen. Het programma van het nieuwe, culturele feminisme impliceert discipline van ons denken, want de samenleving verandert zichzelf niet. Telkens als ik me dat realiseer, ruik ik slechtverbrande bruinkool en vraag ik me af of mijn familie in de goelag nog leeft.

Toch is dat nieuwe feminisme heel interessant, juist vanwege die zuiver culturele oriëntatie. Het kan niet begrijpen dat er niet-culturele gegevenheden zijn. Of dat wil het niet begrijpen.Daarom wil het ook niet spreken over ‘geslacht’, maar over ‘gender’. De theoretische alomvattendheid van cultuur als bouwsteen van de samenleving, loopt steeds stuk op de werkelijkheid. Een gevolg daarvan is dat feministen zo ontevreden zijn: omdat ze nooit hun zin kunnen krijgen.

Dat klinkt een beetje flauw, maar ik bedoel ermee te zeggen dat voor de gemiddelde feminist zowat alles een construct is. Daaruit volgt dat alles een veranderlijk en niet primitief-gegeven is – en daaruit volgt dat het feminisme een mens verantwoordelijk houdt voor dingen waaraan we niets kunnen doen. Niet in alle gevallen, maar wel als u blank (‘wit’ heet dat nu, ironisch, want probeert u ‘zwart’ eens), hoogopgeleid, jong, man of knap bent. Alleen aan het opleidingsniveau zou een mens in theorie iets kunnen veranderen. De rest volgt zonder dat we daarop invloed hebben. Het zijn gegevenheden waarvoor we niet hebben gekozen – en waarvoor we niet kunnen kiezen, al zouden we het willen. Er is een grens aan de constructie en de deconstructie van de werkelijkheid. Cultuur verandert niets aan een penis. En dat lijkt me vanuit feministisch perspectief uiterst frustrerend.

Misschien dat die feministen – op die onvolprezen twee na! – daarom wel zo verbitterd waren. De hokjes blijken kapot te kunnen, maar de categorieën niet. Ik zou dat zo gekmakend vinden dat ik mijn haren zou uittrekken. Of ze in ieder geval heel kort zou knippen. Uiteindelijk zal de frustratie ook zijn grip krijgen op de jonge feministen van vandaag. Van vechten tegen de bierkaai wordt iedereen snel oud.

Maar nog steeds wil ik met ze praten. Ik ben zelfs bereid hun drankjes niet te betalen.