Never waste a good crisis, moet Guy Verhofstadt hebben gedacht toen hij gisteren deze tweet de wereld instuurde: “We moeten leren van deze Griekse thriller. Een muntunie zonder politieke unie is niet houdbaar. Laten we Europa nu veranderen.” Natuurlijk echode Verhofstadts trouwe D66-lakei in Brussel, Sophie in ’t Veld, de boodschap: de weg vooruit is verdere integratie, zowel economisch als politiek. De dagen dat sociaalliberalen via referenda de mening van het volk over dit soort essentiële vragen wilden weten, liggen ver achter ons. Hans van Mierlo draait drievoudige Axels in zijn graf.

Een crisis misbruiken om je eigen agenda door te drukken, het is een gebruik zo oud als de politiek zelf. George W. Bush deed het na 9/11 toen hij een misdadige oorlog tegen Irak begon en in eigen land draconische afluistermaatregelen invoerde. Schandelijk, maar eigenlijk is de positie van Verhofstadt nog erger. De eurocrisis is immers het directe gevolg van de Europese integratie, dus hoe schaamteloos is het dan dat je als oplossing een uitbreiding daarvan voorstelt. Het is wat Poetin doet: onrust zaaien over de grens en die dan gebruiken om militair in te grijpen. Een ander voorbeeld: jihadisme bestrijden door imams meer invloed te geven, bijvoorbeeld op scholen, zoals Ahmed Marcouch ooit bepleitte.

Het Europese schip moet op koers blijven, vinden de eurofielen, coûte que coûte (en dat het wat kost, heeft ook dit akkoord weer bewezen – de teller staat inmiddels boven de 400 miljard). Het is de olifant in de kamer, naast economische overwegingen wordt wanhopig geprobeerd het ideaal van de Europese eenwording op de rails te houden. In Brussel wordt elke stilstand, elke pauze in het politieke en geografische uitbreidingsproces, gezien als een nederlaag, als achteruitgang. Daarom wordt er nog steeds onderhandeld over het lidmaatschap met een steeds autocratischer en fundamentalistischer wordende Turkije.

Bizarre rampscenario’s

Er worden nog steeds bizarre rampscenario’s voorgespiegeld, iedere keer als er een hobbel op de weg verschijnt. Zegt u nee tegen een EU-verdrag, dan gaat het licht uit. Oorlog, armoede, hongersnood, de pest, kannibalisme… als wij niet nog eens 100 miljard naar Griekenland sturen (en nog eens en nog eens ad infinitum) wordt u – ja, u persoonlijk! – getroffen door plagen van bijbelse proporties. Soms lijkt het alsof Europese politici deze bangmakerij vooral nodig hebben om elkaar en zichzelf te overtuigen, want de kiezer laat bij de schaarse gelegenheden waarin hem om zijn mening wordt gevraagd, zien er nauwelijks van onder de indruk te zijn.

Een van bovenaf opgelegde eenheid zonder gedeelde cultuur, taal of ideologie kan juist de spanningen verhogen die bij het minste scheurtje tot een gewelddadige uitbarsting komen

‘Europa’ is van een middel een doel geworden. Wilden wij er aanvankelijk alleen maar rijker van worden en Duitsland en Frankrijk uit elkaars haren houden, nu heeft het eenheidsstreven sterk religieuze – en dus irrationele – trekken gekregen. Het is een mantra geworden, hersenloos herhaald: we moeten samen, één zijn, anders… ja, anders wat eigenlijk? Mocht de EU morgen uit elkaar vallen, houden wij dan opeens op Duitse auto’s te kopen en Franse wijn te drinken? Hebben onze buren dan opeens geen behoefte meer aan tulpen, containers of oranje spaarrekeningen?

Srebrenica

Natuurlijk niet. Er zal economisch nauwelijks iets veranderen en qua vrede en veiligheid nog minder. Sterker nog, het omgekeerde kan net zo goed worden verdedigd: een van bovenaf opgelegde eenheid zonder gedeelde cultuur, taal of ideologie kan juist de spanningen verhogen die bij het minste scheurtje tot een gewelddadige uitbarsting komen. Zou u zich als Duitser op dit moment met een veilig gevoel in het Atheense nachtleven storten? Het herdenken van de grootste misdaad in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog, het bloedbad van Srebrenica, mag als waarschuwing dienen tegen al te ongebreideld euro-enthousiasme.

De hele wereld decentraliseert, maar juist Europa kiest het lang achterhaalde centralisme, zo vaak een symptoom van dictatoriale regimes, als onwrikbaar ideaal voor de toekomst. Alsof het mogelijk is een continent met (nu nog) 500 miljoen inwoners, 28 naties en nog veel meer volken met hun eigen talen en geschiedenis, centraal te besturen. In cultureel aanzienlijk homogenere regio’s, denk aan Latijns-Amerika of grote delen van Afrika, haalt niemand het in zijn hoofd. Denken de Brusselse politici echt dat er ook maar één van hun collega’s in Bangkok, Singapore of Jakarta nu de Verenigde Staten van Zuidoost-Azië zit te plannen?

Crises en recessies

Heeft Europa ons dan geen vrede en rijkdom bezorgd? Dat is maar hoe je het bekijkt. De dreiging van het communistische Oostblok was een veel sterkere garantie voor inter-Europese veiligheid dan de eurocraten ooit in Brussel, Straatsburg of Luxemburg bijeen hadden kunnen vergaderen. En het grootste deel van die welvaart hebben wij samen opgebouwd toen het vehikel nog de E(E)G heette. Een flink deel van onze EU-tijd hebben wij inmiddels in crises en recessies doorgebracht.

Jarenlang heb ik Brussel door dik en dun verdedigd, al merkte ik dat ik dit steeds vaker slechts deed als reactie op de stuitende stupiditeit van “EUSSR”- en “Vierde Rijk”-roepers

De combinatie van NAVO en EEG was misschien zo gek nog niet. In ieder geval mochten wij toen nog zelf beslissen of en hoeveel ‘vluchtelingen’ wij in ons land opnamen. Of hoe wij ons geld wilden besteden. Wat voor wetten wij aannamen. En wie dat deed. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. De afdracht van soevereiniteit aan het centrale gezag in Brussel valt niet te ontkennen, evenmin als de on- en soms ronduit antidemocratische wijze waarop deze heeft plaatsgevonden. Weinigen zullen nog met droge ogen durven beweren dat de EU een onverdeelde zegen, een volledig succes is gebleken. En toch…

Snobistisch kosmopolitisme

Het blijkt moeilijk je af te wenden van het streven naar Europese eenheid, zoals gisteren collega Ewout Klei ook al op deze site betoogde. Misschien is het snobistisch kosmopolitisme, noem het nestgeur, maar eurofilie blijkt lastig te genezen. Ik weet er alles van. Jarenlang heb ik Brussel door dik en dun verdedigd, al merkte ik dat ik dit steeds vaker slechts deed als reactie op de stuitende stupiditeit van “EUSSR”- en “Vierde Rijk”-roepers. Ik erger mij nog steeds aan hen, de EU verdient een waardiger tegenstander dan de eurofobe rechts- en linkspopulisten.

Afgezien van hen die er direct belang bij hebben – goedbetaalde eurocraten of politici die dat ooit hopen te worden en ondernemers die er garen bij spinnen de laagst mogelijke lonen en belastingen te betalen – blijft er een groep eurofans bestaan, in Nederland vindt u hen vooral bij D66. Hun right or wrong my Europe-houding doet steeds vaker aan een apocalyptische sekte denken. Alleen door bidden kan de wereld worden gered en mocht het toch verkeerd dreigen af te lopen, rest er slechts één remedie: nog meer bidden.