Vermoedelijk ken ik de ‘islamkritische opiniemaker’ die leegliep in de Televaag vandaag, maar ik weet niet wie het is. De bron klaagt over bedreigingen en doet uit de doeken wat de NCTB zoal doet om ‘hem’ (ik heb sterke vermoedens dat ‘haar’ ook zomaar zou kunnen) te beschermen. Sommige mensen vroegen of ik het was, maar neen. Ik ben het niet. Ik praat zelden of nooit publiekelijk over bedreigingen en al helemaal niet over eventuele maatregelen ter preventie van aanvallen door de voetsoldaten van allah, onverdraagzaamheid zij met hem.

Dat deze bron dat wel doet is zijn goed recht, maar onverstandig is het wel. Hou je snater over veiligheidsmaatregelen. Hoe minder informatie kwaadwillenden hebben, hoe beter, dunkt mij. En ook het al te zeer te koop lopen met de mate waarin je bedreigd wordt, riekt naar koketterie en geeft bovendien de dreigers een groot voordeel: zij zien bevestigd dat hun laffe gedrag loont. Bovendien leert de ervaring mij dat degenen die op twitter en facebook het hardst brullen over dreiging en terreur, meestal degenen zijn die zich niet bepaald in het vuur bevinden op de plek waar de kastanjes er uit worden gehaald, zeg maar. Een beetje zoals een bange Matthijs van Nieuwkerk die na de Hebdo-aanslagen angstig liet weten toch wat sneller dan normaal naar huis te fietsen. Dit terwijl de VARA, DWDD en vooral hijzelf nimmer ook maar één kritische noot kraakten over de religie van de vrede en hun dood en verderf-campagne.

Maargoed, interviewtjes over dreiging geven valt natuurlijk ook onder onze prachtige en zo danig onder druk staande vrijheid van meningsuiting, zo is het ook wel weer. Het is bedroevend dat zo veel mensen die zich publiekelijk verzetten tegen de kwaadaardige ideologie die islam heet, niet alleen worden bedreigd door verhitte aanhangers van dit geloof. Zij worden ook door mensen die beter zouden moeten weten, uitgeleverd aan Ali Booswicht en de Veertig Dreigers. Die opiniemakers en politici staan handenwringend aan de zijlijn zich druk te maken over de fop-‘hatecrime’ islamofobie, zonder dat zij weten hoe het voelt om niet irrationeel-fobisch, maar op zeer rationele gronden bang te zijn voor het mohammedanisme.