Goedemorgen Nederland, het is referendumdag! Dus zoek die oproepkaart, vind het dichtstbijzijnde stembureau – ondanks alles zijn er genoeg – en maak een vakje rood. Liefst tegen, maar ook vóór of blanco is prima. Want laat één ding heel duidelijk zijn: wie niet gaat stemmen, kiest de kant van het politieke establishment in Den Haag en uiteindelijk tegen de democratie.

Meestal ben ik het roerend eens met de schrijfsel van mijn gewaardeerde collega en dierbare vriendin Esther Voet, maar afgelopen maandag sloeg zij de plank faliekant mis. Voet riep op niet te gaan stemmen (of blanco, dat bleef onduidelijk, hoewel daar toch een fundamenteel verschil tussen bestaat) omdat het EU-associatieverdrag met Oekraïne veel te ingewikkeld is om, domme boerenlullen en tokkieproleten (ik parafraseer) die wij nu eenmaal zijn, een gefundeerde mening over te hebben.

Blanco cheque

Een soortgelijke argumentatie zag ik voorbij komen bij Arend-Jan Boekestijn, maar deze ging nog een stap verder: referenda zijn überhaupt maar niets, we kunnen de belangrijke beslissingen in onze samenleving beter overlaten aan hen die daarvoor gestudeerd hebben. Voet schreef ook al iets soortgelijks: zij had een paar jaar geleden op iemand gestemd bij de Tweede-Kamerverkiezingen en aan dat mandaat moet zo weinig mogelijk worden getornd. De stem als blanco cheque voor de vier daaropvolgende jaren dus. Laat de professionals zich professioneel met politiek bezig houden en gaat u maar lekker The Voice of Holland kijken op uw Söderhamn driezitsbank met chaise longue. Misschien kan Boekestijn voorstellen de beraadslagingen in ons parlement voortaan in het Latijn te laten plaatsvinden, voor dat lekkere onder-ons-soort-mensen-gevoel. Heeft eeuwen gewerkt voor de katholieke kerk en is met behoorlijk succes gekopieerd door juristen en medici.

Als dit het kennisniveau en redeneervermogen van onze leidende politici is, waarom zou ik dan aan hen beslissingen over de toekomst van Europa overlaten?

Vorige week keek ik naar het Brusseldebat in diezelfde Tweede Kamer en wat ik daar zag, stemde mij niet bepaald vrolijk. Een onderwerp van ongekend belang voor de samenleving en iedereen in haar, zou je denken, maar de heren politici leken vooral erin geïnteresseerd elkaar retorische vliegen af te vangen. Het ging over de vraag of Van der Steur door de FBI of door de NYPD was geïnformeerd. Big fat who cares, dacht ik. En natuurlijk ging het over Wilders, Wilders, Wilders. Jesse Klaver stelde voor meer geld aan cultuur te besteden om terreur te besteden en als klap op de vuurpijl wist Emile Roemer dat de oorlog in Syrië te wijten is aan al die Westerse wapens die het land in waren gepompt. Deze laatste opmerking – een leugen of een stommiteit van de SP-leider, ik weet niet wat ik erger vind – was kenmerkend voor het hele debat.

Pechtold

Het niveau van het debat over het associatieverdrag ligt niet veel hoger. Zo verkondigde Alexander Pechtold zonder blikken of blozen dat de Russische bemoeienis in Oost-Oekraïne de “eerste Europese oorlogsdaad na de Tweede Wereldoorlog” was. Huh, wat? Is Pechtold de oorlogen in Bosnië, Kroatië en Kosovo vergeten? Of die in Tsjetsjenië? Misschien de invallen in Hongarije en Tsjechoslowakije? Het conflict in Noord-Ierland? De burgeroorlog op Cyprus? Opnieuw: is dit domheid of opportunisme en welke van die twee alternatieven is erger?

Ieder argument tegen dit referendum, tegen directe democratie dus, kun je ook aanwenden tegen elke andere verkiezing, tegen democratie in het algemeen

Ik wil maar zeggen, als dit het kennisniveau en redeneervermogen van onze leidende politici is, waarom zou ik dan aan hen beslissingen over de toekomst van Europa overlaten als de wet mij de mogelijkheid biedt inspraak te hebben? De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat ons democratisch bestel meer op een aristocratie lijkt dan op een meritocratie, waarbij het establishment de handen ineenslaat met dat van de media om te voorkomen dat het klootjesvolk het voor het zeggen krijgt. Ieder argument dat Voet, Boekestijn en co gebruiken tegen dit referendum, tegen directe democratie dus, kun je ook aanwenden tegen elke andere verkiezing, tegen democratie in het algemeen. “De materie is te ingewikkeld”, “niemand heeft het hele verdrag gelezen”, “de kiezer stemt over heel iets anders dan de inhoud”. Stuk voor stuk prima argumenten om ook dat vervelende vierjaarlijkse verkiezingscircus de nek om te draaien.

Respect

Ik geloof dat het Sovjetleider Leonid Brezjnev was die ooit zei dat het probleem met verkiezingen is dat je nooit van te voren weet wie er gaat winnen. Daar moet ik de laatste weken erg aan denken als ik de schokkende minachting voor de kiezer zie die aan de het politieke establishment gelieerde opiniemakers tentoonspreiden. Dan heb ik meer bewondering voor Jalta-hoofdredacteur Joshua Livestro, die probeert de bevolking te overtuigen (vóór) te stemmen en bereid is een ‘nee’ tegen het door hem gekoesterde verdrag met Oekraïne op de koop toe te nemen. Gewoon, uit respect voor de Nederlandse kiezer. Uit respect voor de democratie dus.

De democratie zal nog veel directer moeten worden , hoezeer het establishment hier ook van gruwelt

Wie dat respect niet heeft, mag zich het opkomende populisme op de linker- en de rechterflank van ons politieke spectrum aanrekenen. De democratie zal nog veel directer moeten worden, hoezeer het establishment hier ook van gruwelt. Zo niet, mag u wennen aan het idee van president Trump, president Le Pen en premier Wilders of Roemer. Juist een directere vorm van inspraak, een hernieuwd geloof en vertrouwen in de democratie, kan tegenwicht bieden aan de verlokkingen en bedreigingen van linkse, rechtse en islamitische rattenvangers. Zoals zo vaak was het John F. Kennedy die dit het beste verwoordde: “De politiek is te belangrijk om aan politici over te laten.” Dus maak vandaag gebruik van uw democratische recht, nee, doe uw democratische plicht: stem.