“Maar je bereikt toch niks met zo’n tóón? Je mag wel fel uit de hoek komen, spotten, beledigen, maar het hoeft toch niet? Als we nou allemaal een beetje beschaafd en respectvol doen, daar knapt de hele maatschappij toch van op?”

Je hoort het vaak, en in theorie is het betoogje niet onwaar. Als ik tegen u zeg “Hee amoebe. Zie je dit glas? Leeg he? Nou vort, hollen met je kadaver, geef me een nieuw drankje.” is de kans aanzienlijk kleiner dat u mij van een nieuwe borrel voorziet dan wanneer ik u vraag “Ach, zou u zo goed willen zijn een drankje voor me te halen?”

Punt is, dat sommige zaken op den duur zo wringen, zo zijn scheefgegroeid en zo ten onrechte boven elke kritiek verheven zijn geraakt, dat de beleefde aanpak niet meer volstaat. Het koningshuis is een mooi voorbeeld, een door geboorterecht boven ons gestelde familie die een eigen, extraspeciaal wetje heeft dat ze beschermt tegen dat waar elke burger in dit land gewoon tegen moet kunnen: belediging. “Jamaar de koning kan zich niet verweren!” Hou toch op. Als hij dat wel kon, denkt u dat hij dan tegen zo’n hamas-activist die ‘fuck de koning’ roept, zou gaan terugschelden? Dat hij hem opbelt, “stommerd!” blaft en voldaan gaat slapen, want lekker van zich afgebeten tegen een burger?

En dan is er nog het probleem met ‘beleefdheid’. Een spotprent is toch wel de meest beschaafde, beleefde manier van kritiek leveren. Dat de gevaarlijkste ideologie in het Vrije Westen wordt gewezen op haar eigen ridicule dogma’s en dwang door middel van cartoons getuigt van een grote mate van fatsoen en zelfbeheersing. Lieden die onze maatschappij afwijzen en willen ontwrichten, door middel van een tekening van hun profeet (geweld is altijd met hem) bekritiseren, is zachtaardig.

Toch knallen sommige lieden om zo’n schetsje finaal uit hun panty, en de gevolgen kennen we. De vraag is niet, moeten we die mensen wel zo kwetsen, de vraag is, moeten die gekken wel zo gekwetst zijn? Wat onze maatschappij al decennia kwetst, tot op het bot, is de islamitische doctrine van vrouwenhaat, jodenhaat, homohaat, haathaat en slachtoffergejank als iemand er iets van zegt. En wij reageren daar op met debat, met cartoons, met kritiek en ja, met harde woorden zo nu en dan. Niet met geweld en terreur. Gevrijwaard blijven van zaken die ons kwetsen, is geen recht.

Schelden en spotten is zeker geen plicht, maar het is goed dat we het wel doen en blijven doen. Het toont meedogenloos aan waar de pijnpunten in het publieke debat liggen, en die punten onder een deken van fatsoen en beleefdheid toedekken maakt de maatschappij niet beschaafder, maar alleen laffer. Het OM laat zijn ware aard zien in de griezelig selectieve vervolging van een mijnheer met afwijkende meningen, de Europese radicaalmoslims laten hun masker vallen zodra ze onderwerp worden van satire. Heilige huisjes vraag je niet vriendelijk of ze misschien even willen kantelen, je moet er soms tegen schoppen om ze hun onterecht heilige status te ontnemen.