We weten dat elke familie wel een oom heeft die tijdens het kerstdiner grappen maakt over Duitsers en Belgen of de allochtone verkering van een nichtje ongevraagd “helemaal geen probleem” noemt, of opmerkt dat we onze tas steviger tegen ons aandrukken in de buurt van bepaalde type jongens in de metro.

We horen hoe een blanke moeder in de speeltuin wordt gevraagd of ‘het haar eigen kindje is’ als ze onderaan de glijbaan een donkere peuter met kroeshaar in de armen sluit. Lompheid zou je het kunnen noemen, of onhandigheid, maar meestal is het niets wat je niet aan gekwetsten zelf kunt overlaten, om daar al dan niet iets tegen te doen. Zou je zeggen! Anno 2016 is het bestaan van micro-agressie (alles wat ver onder de radar van strafbare belediging zit maar wel kwetsend zou kunnen zijn) echter een mijnenveld, en al gepleegd zodra je ’s ochtends onder een poster van een blanke James Bond je ogen opendoet en slaperig voor het raam zwarte koffie drinkt en over je witte buurt uitkijkt. Vooruit, ik heb vooral de Amerikaanse praktijk bekeken, maar ook de Nederlandse heeft er al een handje van. Steeds meer sociale interactie wordt ‘geneutraliseerd’ uit angst onbedoeld te kwetsen, zoals de voorjaarswens van de Hema, de verboden borsten van de universiteit van Amsterdam en nu het rokjesverbod voor baliepersoneel in Amsterdam-west. De kwetsbaren mogen niet nog meer gekwetst worden!

Steeds meer sociale interactie wordt ‘geneutraliseerd’ uit angst onbedoeld te kwetsen, zoals de voorjaarswens van de Hema, de verboden borsten van de universiteit van Amsterdam en nu het rokjesverbod voor baliepersoneel in Amsterdam-west. De kwetsbaren mogen niet nog meer gekwetst worden!

Micro-agressie

De term ‘micro-agressie’ stamt uit 1970 toen een Amerikaanse psychiater en professor ook de -onbedoelde of onbewuste- beledigingen van blanke Amerikanen richting zwarte Amerikanen wilde blootleggen. Zoals: ‘wat vinden jullie (de zwarten) daar van?’ of: ‘jij gedraagt je best heel wit’. In 1973 werd de term overgenomen door een econoom die hetzelfde deed met geaccepteerde vormen van ‘agressie’ richting vrouwen, gehandicapten en religieuze groepen. Ik zeg geaccepteerd omdat het meestal niet onaardig bedoelde uitlatingen zijn die als onvermijdelijk effect de ander onderscheiden (‘ik ben een man, jij bent een vrouw, ik ben wit, jij bent zwart). Iemand een bos bloemen geven kan onder omstandigheden dus ook micro-agressie zijn, bijvoorbeeld omdat het seksistisch is (meestal krijgen alleen vrouwen bloemen). Of een opmerking van een ouder naar een kind: ‘doe niet zo meisjesachtig’, wat duidt op stereotypering. Micro-agressie een ‘maatschappelijk probleem’ noemen dient echter maar één doel: politiek correcte groepsvorming, een doel dat compleet afhankelijk is van het verspreiden van de slachtoffercultuur. Vandaar de gulle manier waarop allerlei kwetsbare groepen op hun wenken worden bediend.

Ten eerste denk ik dat omdat ‘daders’ of sceptici van micro-agressie wél zonder schroom onderscheiden en belaagd mogen worden, en niet alleen op micro niveau! Blanke studenten moeten in Amerika door het stof vanwege hun white privilege zonder dat ze iets aantoonbaar verkeerds hebben gedaan. Of ze zeggen: ‘maar ik kan er ook niks aan doen dat ik wit ben’. Eén jongen schreef in een reactie -nadat hij beschuldigd was van zijn witheid omdat hij op de tennisbaan een Native American per ongeluk ‘Spaans’ had genoemd- dat hij echt nog ergens in de familie een Latino tante had. Oftewel, hij wilde er liever bijhoren dan wit zijn! Met deze verstikkende vorm van sociale controle zie je niet alleen een oorlog ontstaan tussen de groep mensen die altijd gelijk heeft en de anderen maar ook tegen woorden, ideeën en onderwerpen die oncomfortabel en kwetsend kunnen zijn. Dat het overigens steeds blanke mensen zijn die de boeman zijn is niet waar. Een blanke columnist van een krant klaagde bijvoorbeeld dat Japanners hem wel eens gecomplimenteerden hoe goed hij met stokjes kon eten. Dat viel niet in goede aarde. Hij schreef: “I tell them thank you, and then politely let them know that some non-Japanese dont take it as a compliment.”

Met deze verstikkende vorm van sociale controle zie je niet alleen een oorlog ontstaan tussen de groep mensen die altijd gelijk heeft en de anderen maar ook tegen woorden, ideeën en onderwerpen die oncomfortabel en kwetsend kunnen zijn

Ondanks de twijfelachtige groei van allerlei vormen van micro-agressie en het lacherige sfeertje eromheen heeft het fenomeen vooral in Amerika maar ook in Nederland de morele moodboards compleet veranderd. Als een sprinkhanenplaag wordt alles wat neigt naar stereotypering, onderdrukking, discriminatie, uitsluiting en bevoorrechting in sociale zin vernietigd of verdacht gemaakt. Met de nadruk op ‘neigt’. Een Mexicaanse sombrero hoed tijdens een tequila feestje? Micro-agressie. Het Spaanse woord ‘futbol’ gebruiken in plaats van ‘soccer’? Micro-agressie. Studenten klaagden in de VS over het ‘Walk-only’ bord bij het voetgangerspad, omdat het mensen in een rolstoel zou kunnen kwetsen. ‘Politiek correct’ gebruiken als woord zou micro-agressie zijn omdat het wordt gebruikt (door politiek incorrecten) om tegenstand te voorkomen. Het boek ‘Things fall apart’ bevat vooraf waarschuwingen omdat het zich afspeelt in koloniaal Nigeria en ‘could trigger students who have experienced racism, colonialism, violence, suicide and more’. Veel aandacht krijgt momenteel het elitaire Oberlin College in Ohio, dat ‘gemarginaliseerden’ oproept zich uit te spreken. Ze zeggen: ’Ultimately, what matters is not the intent of these individuals, what matters is our response. We cannot control every person, but we can work to change Oberlin College and our world.’

Populair onrecht

Hieruit blijkt meteen mijn tweede belangrijke punt. Deze zin uit een open brief verraadt dat de studenten hun reacties als bepalend voor de agenda zien. Het ‘onrecht’ dat hun aandacht waard is, is steeds populair onrecht. Micro-aggressie tegen bijvoorbeeld daklozen, gevangenen en psychiatrische patiënten is non-existent en nooit een strijd met spandoeken waard (want daarvoor krijg je geen achterban op de been). Vrouwen en religieuze minderheden daarentegen! De gecoördineerde aanval op micro-agressie is selectief en hypocriet en laat zien dat het vooral een easy ride is op weg naar identiteit en status van jonge mensen en onzekere volwassenen. Het is niet voor niets dat vooral scholen en universiteiten hier zo obsessief bovenop zitten.

Hoe hongerig veel jonge mensen zijn naar een identiteit uit een stuk zonder zich ergens werkelijk op voor te bereiden illustreert ook dit: de University of California kwam met een lijst van ‘micro-aggressions’ zodat ‘medewerkers actief konden meewerken aan een klimaat waarin studenten niet langer werden blootgesteld aan de mythe van meritocratie, die waarin Amerika het land is van mogelijkheden’. Dat laatste was namelijk ‘offensive’, want die belofte komt niet voor iedereen uit, net als de uitspraak dat ‘de beste mensen de banen moeten krijgen’. ‘De beste’ is kwetsend, want niet iedereen kan de beste zijn. Studenten worden gewikkeld in bubbeltjesplastic en zo de wereld ingerold, waar ze gewichtloos zullen ronddolen. Van safe-space naar safe-space.

Studenten worden gewikkeld in bubbeltjesplastic en zo de wereld ingerold, waar ze gewichtloos zullen ronddolen. Van safe-space naar safe-space.

Als een soort chemotherapie vernietigt deze manier van denken en doen misschien racistische denkpatronen (jullie hebben al gezien dat het daar zeker niet om te doen is) maar ook -en vooral- de gezonde verhoudingen tussen mensen in het maatschappelijk lichaam, namelijk die tussen leraar en leerling, die tussen ouders en kinderen, tussen baas en personeel. Want waar steeds beschermd moet worden tegen pijnlijke confrontaties is geen plek meer voor autoriteit en gezag.

Tot slot hierover, het fenomeen micro-agressie brengt mensen bij elkaar die zich gedragen alsof er een storm aankomt en ze het individueel niet zullen overleven in de wereld. Daar blijft het niet bij. Door het verder wegvallen van gezag en hiërarchie (want: onderscheid) gaan ook autoriteiten zich maar als soldaten aan een morele zijde gedragen, en geven daarbij status aan zogenaamd kwetsbare groepen die de positie van de echte, niet zulke knuffelbare slachtoffers in onze maatschappij nog verder zullen ondermijnen.