De meeste politiek correcte denkers zijn ex-christenen. God achter zich gelaten maar de erfschuld nog in hun morele rugzakje. De fantoompijn van de van God geraakte. De erfzonde.

Schuld is alom aanwezig. En dat rust misschien een beetje op het geweten maar het is ook erg comfortabel. Met schuldbelijdenis kom je in onze postchristelijke cultuur een eind. Je scoort er punten mee. Een doorgeschoten gewetenscultuur kun je het ook noemen.

Kun je doorschieten qua geweten? Nee toch? Hoe gewetensvoller, hoe beter. Hoe meer zelfkritiek hoe meer verbetering. Dat geldt ook voor een cultuur of een maatschappij. Introspectie leidt tot groei. Waar deed ik iets fout en hoe kan ik dat een volgende keer beter doen.

Gewetensculturen doen het vrij goed. Zij zijn welvarend. Daar is vaak vrijheid en democratie. Daar wil men heen. Daar wil men niet weg.

Ik zeg wel eens provocerend dat politiekcorrecten racistisch zijn.

Het tegenovergestelde is de eercultuur. Niet zelden is het daar chaos en als er recht en orde is dan zijn deze vaak afgedwongen door wie toevallig de macht heeft en niet rechtvaardig. Daar wil men vandaan. Weinigen willen daar weer terug heen. Zij zijn meestal niet welvarend. Tenzij er toevallig delfstoffen in de grond zitten. Daar is in de regel weinig vrijheid. Weinig welzijn. Hoogstens alleen voor de machtigen.

Ik wil maar zeggen. Zelfreflectie is goed. Het is een kracht. Je wordt er beter van.

Maar er zijn wel bijverschijnselen. Ik zeg wel eens provocerend dat politiekcorrecten racistisch zijn. En dan bedoel ik niet het uitsluitingsracisme van de klassieke xenofoben maar iets dat Engelsen “the racism of lower expectations” noemen. Een lager verwachtingspatroon hebben van mensen met een niet-westerse achtergrond. Een compacte Nederlandse term is betuttelracisme.

Komt dat dan ook door die postchristelijke schuldwens? Zou zomaar kunnen.

Oud-linksen zijn een hautain volkje. Een exoot die hun in hun buitenlandse buitenhuisjes bedient, heet al snel “een mannetje”. Bakken “respect” hebben ze voor vreemde culturen, maar niet voor de mensen die uit die culturen komen. Daar kijken ze op een opmerkelijke manier naar. Volgens een voor niet oud-linksen moeilijk te volgen gedachtegang. Het gaat ongeveer zo: “Mensen uit verre zijn niet zoals wij. Die hebben nog geen feilbaar geweten.”

De ex-christelijke afvallige policor denkt zo: “Ik ben gepriviligeerd. Want ik ben wit.

De ex-christelijk afvallige policor denkt zo: “Ik ben gepriviligeerd. Want ik ben wit. Ik weet meer dan de donkermens. Ik besef zelfs dat ik een geweten heb. Een feilbaar geweten. Want ik ben materialistisch. De donkermens is niet materialistisch want hij heeft niet veel. De donkermens weet niet dat hij een geweten heeft want hij weet niet veel. Hij doet. Hij kan zijn handelen niet goed zelf inschatten. Ik ben zelf heel goed in staat om mijn handelen in te schatten. En dat van anderen ook. Zowel van degenen die op mij lijken en die dus ook een geweten hebben, als degenen die niet op mij lijken en die geen geweten hebben. Laat staan een feilbaar geweten.” Zo ongeveer, zo denkt de ex-christelijke “progressieve denker”. Een vijand is een vriend die je niet goed genoeg hebt behandeld. Zo denkt hij ook. Ook dat ligt in het verlengde van zijn afgeschudde religie.

Het denken van de ex-christelijke policors is voor buitenstaanders moeilijk te volgen. Vandaar dat ik als linkse jongen jullie af en toe een kijkje in hun geestelijke keuken probeer te geven. Want ik maak wel de borden schoon in die keuken. Dan hoor ik van jullie graag hoe de kronkels van het rechtse brein lopen.