Natuurlijk krijg je oliebollen die zich in rotten ven drie melden met kromme analogieën als je zegt dat het terecht is dat moslims worden aangesproken op islamterreur. “Oja, en voetbalsupporters/Wildersaanhangers/uitgaanspubliek dan? Allemaal verantwoordelijk voor het wangedrag van enkelen?” Nee, want voor zo ver mij bekend staat het gebruik van geweld niet beschreven in de statuten van voetbalclubs, politieke partijen en/of discotheken.

Ik zal ook niet beweren dat iedere moslim persoonlijk verantwoordelijk is voor islamitische terreur, maar wel dat de vraag ‘waarom hoor jij bij die club?’ legitiem is. In tegenstelling tot ras, sekse of geaardheid is een geloof aanhangen uiteindelijk een keuze. Hoewel. In veel landen is die keuze beperkt. Wil je een levende moslim zijn of een dooie andersdenkende? Kies maar. Ook op geloofsafval staat, volgens de koran die ook gematigde moslims als heilig beschouwen, de doodstraf.

Raar woord, trouwens, ‘geloofsafval’. De fabrieksinstelling van een pasgeboren mens is ‘niets’, religieus gesproken. Dat wordt in de kindertijd ingevuld door de opvoeders of, soms, later, als een mens ervoor kiest zich te bekeren tot een geloof. Godsdienst is een later toegevoegd gekkigheidje, geloofsafval is in feite een terugkeer tot de natuurlijke staat van een mens. Het zou al helpen als de brave, niet-gewelddadige moslim zijn extremistische broeders ‘geloofsafval’ ging noemen. Afval, een overtollig en smerig restproduct van zijn ideologie.

Het is de christenen toch ook aardig gelukt om de gewelddadige passages uit hun heilige boek te verherinterpreteren, en daarmee de bloedige terreur uit naam van het christendom tot een naargeestige echo van een ver verleden te maken. Wat daarbij helpt is dat het christendom een geloof is en geen veroveringsideologie, uiteraard.

Maargoed, semantische en theologische spielerei daargelaten, ik vraag mij serieus af waarom sommige aardige, verstandige mensen die ik ken, zich moslim noemen. En waarom ik niet zou mogen stellen dat het lidmaatschap van die club je niet vrijpleit van de islamitische terreur, ook niet als je beweert er afstand van te nemen en alle geweld ten diepste af te keuren. Waarom zou je blijven beweren dat de extremisten jouw mooie geloof gekaapt hebben, als overduidelijk uit alle geschriften en bronteksten blijkt dat de radicalen de echte islam beter naleven dan jijzelf?

Als je dan toch de vergelijking met de PVV wil maken: je mag een PVV-stemmer zeker aanspreken op de anti-islamitische standpunten van de partij, ook als de stemmer beweert alleen op die partij te stemmen vanwege hun standpunten over de zorg. (Zien jullie hoe deze vlieger wél opgaat, analogieënbakkers?)

Het punt met betoogjes als bovenstaande is: je preekt voor eigen parochie die het toch al met je eens is, of tegen dovemansoren die zich alleen openstellen voor de zoete leugens van de islam en haar apologeten. Dat wil niet zeggen dat het zinloos is. We moeten blijven opkomen voor onze vrijheden en verworvenheden en ons blijven verzetten tegen de oprukkende islam. Een overtuiging die op twee november altijd sterker is dan de andere 364 dagen van het jaar.

Het tij is langzaam aan het keren, de leugen over islam als vredige religie wordt steeds minder geslikt. Dat kan ook niet anders, als de feiten keer op keer wijzen op het tegendeel. Hoewel Van Gogh geen ware erfgenaam kent, zijn er gelukkig wel vele mannen en vrouwen die blijven aanklagen, polemiseren, vragen en opiniëren, die, kortom, de dreiging van de islam niet uit lafheid of naïviteit negeren en bagatelliseren. Mannen en vrouwen die ze nooit allemaal het zwijgen kunnen opleggen. Leest u vooral Wim van Rooys uitstekende nieuwe boek over de stand van zaken, of Hafid Bouazza’s hartenkreet over de erbarmelijke positie van vrouwen in de islam. 

Dat de islam zich ooit weet te transformeren tot een aanvaardbare religie, ik heb er een hard hoofd in. Maar dat wij ons niet onder de voet laten lopen, dat bewijzen veel mensen die ook na 2 november 2004 niet tot stilte geïntimideerd zijn.

Hopelijk is het niet te laat.