De mediterrane chaos-mentaliteit. Afspraken, roosters en tijden zijn zo vloeibaar als het vaalgouden licht dat op vergeelde borden met bus- en ferrydienstregelingen valt. Bij elke scheve stoeptegel staat een afzetting en een enorm bord waarop staat hoeveel EU-geld gemoeid is met de reparatie ervan. Niet zelden is de afzetting half omgevallen en woekert er allerlei vegetatie omheen. Nooit zie je er werklui werken aan het euvel.

BO07fk1CUAAMpPG

Nu sturen we weer een boel miljarden naar Hellas, tegen de wil van zowat alle EU-ingezetenen maargoed, de illusie dat wij, demense, er toe doen qua Europa was toch al kapot. De hele Griekse clusterfuck gaat een beetje langs me heen, merk ik. Het is schande en stom en iedere Griek ontduikt de belastingen. De EU-overlords zijn engerds, die voorwaarden en afspraken zijn zo hard als een restje feta dat na een zonnige lunch in een plasje olijfolie is blijven liggen. Zal allemaal best maar qua boos drukt het bij mij geen knoppen in, terwijl die toch redelijk scherp zijn afgesteld doorgaans.

Misschien omdat Griekenland zowat mijn lievelingsland is. Raar hoe dat werkt, dat er van alles niet deugt maar dat eventuele woede of ergernis daaromtrent niet op stoom komt, hoe agitatie vastloopt in sympathie. Natuurlijk, ik pretendeer niet dat ik mij op basis van toeristische ervaringen een oordeel kan aanmeten over Griekenland of de Grieken maar ik vind het zulke gezellige prutsers, over het algemeen.

Beslist niet lui, trouwens. Het gemopper over luie, ouzo lurkende Grieken verstomt als je zo her en der eens een praatje maakt met mensen. Zelden of nooit sprak ik er iemand met minder dan twee banen. Bejaarden werken vaak tot op hoge leeftijd door. Maar ze werken wel op een malle manier. Ooit was ik getuige van het graven ener kuil in het wegdek van een stadspleintje. De werklui verpulverden de harde, droge grond, weer anderen voerden het puin af in kruiwagens. Hesjes aan, afzetting eromheen, alles. Daarna hielden ze anderhalf uur pauze en toen, op het heetst van de dag, gooiden ze het gat weer dicht en brachten een provisorische nieuwe bestrating aan door de losse grond aan te stampen en er lukraak tegels op te leggen. Afzetting weg, iedereen in het busje, kruiwagens achterop een pickup-truck en naar huis. En dat was dat.

Ik, super lui op dat moment want een boek lezende met frappuccino onder handbereik, vroeg aan de uitbater van het café wat ze nou precies aan het doen waren. Hij keek me ietwat verbijsterd aan en zei toen, als sprak hij tegen een zwakbegaafde zesjarige: “They. Work.” Hoofdschuddend haalde hij een lap over een naburig, brandschoon tafeltje en mompelde iets in het Grieks.

They work.

Een waarheid als een koe, en misschien was het wel een oliedomme vraag van mij. Ik zie een ploegje mannen zwoegen in de zon en niets bereiken, maar de mannen zelf en kennelijk ook omstanders denken, hee kijk die stratenmakers eens een dag hard werken! Dat is natuurlijk allemaal geen reden om maar eindeloos onze miljarden in de bodemloze put te blijven storten, een put die de Grieken tenslotte zelf op hun dorpsplein groeven. Van mij mogen ze per direct hun eigen boontjes gaan doppen, Grexit ermee en geen cent meer die kant op sturen alstublieft. Maar qua #ophef wil het er niet erg in hakken bij mij. Misschien omdat de Grieken, voor zo ver ik dat kan beoordelen, weliswaar nogal eens falen in zaken als efficiëntie en punctualiteit maar desondanks monter blijven aanmodderen. They work. Dat is mooi en nogal koddig, en in mijn hoofd geen goede voedingsbodem voor vuistjesmaaien.