Allemaal op hun eigen manier schuiven landen in Europa op naar een toestand van onvrijheid, waarin onderwerping aan politiek correcte besluitvorming de realiteit is.

In Duitsland, waar ik sinds vorig jaar woon, vormt één aspect van hun cultuur gelukkig, of moet ik zeggen hopelijk, een soort natuurlijke tegenhanger of buffer tegen de morele armoede die aan de basis staat van allerlei ingrijpende politieke beslissingen, zoals het vervolgen van satire en verbieden van naakte vrouwen op billboards. Die tegenhanger is dat Duitsers geen veranderingen willen. Het is niet zozeer dat ze conservatievere ideeën hebben, maar zaken die in het verleden bewezen hebben te werken worden niet zomaar weggedaan, of die nou Volkswagens zijn, sokken in sandalen of bepaalde maatschappelijke waarden zoals vrijheid van meningsuiting. Ze zijn behoorlijk steady. Een blote vrouw op een billboard is politiek correct gezien weliswaar ‘blöd’, maar het hoort er nou eenmaal bij.

Dat neemt niet weg dat de realiteit ze op dit punt dreigt in te halen. Het concrete wetsvoorstel van Justitie minister Heiko Maas om de ‘vrouwonvriendelijke’ reclameposters en billboards te verbieden, ‘om een modern geslachtsbeeld’ te creëren, is een serieuze stresstest. Met ingehouden adem lees ik de kritieken op Maas die niet zozeer inhoudelijk zijn maar puur formeel: ‘natuurlijk zijn het smakeloze afbeeldingen en worden vrouwen als lustobjecten geprojecteerd, maar verbieden?? Nee!’ Of: natuurlijk is Böhmermanns grap niet leuk, en liever niet enzo, maar verbieden?? Nee’.

Duitsers leven in de waan dat heel veel veilig is, simpelweg omdat ze graag alles bij het oude laten. Ze zijn daarom niet snel van hun stuk te brengen. Twitteren doen ze bijvoorbeeld ook niet zo gepassioneerd als in Nederland en als ze het doen, blijft het netjes. De behoefte aan onveranderlijkheid zie je ook terug in de Marlboro parasollen op terrassen, jonge mensen die met flessen bier door straten en parken lopen, gevels vol mooie en lelijke graffiti, leuzen, posters en affiches voor obscure feestjes, die niet weggehaald worden. De winkels zijn, hoewel dat economisch ‘blöd’ is, altijd dicht op zondag. Verder is de openbare ruimte daadwerkelijk een openbare ruimte en niet de woonkamer van de gemeente, zoals in Nederland vaak het geval is, en de zelfkant van de samenleving wordt niet weggepoetst maar gevierd of met rust gelaten. Ik realiseer me steeds meer dat de vrijheid die er vooral in Berlijn nog is, een restant is van een beweging die teruggaat op de jaren ’90. Toen is dat zo afgesproken, dat er vrijheid zou zijn. Het berust op een afspraak. En die moet ook nu nog worden nagekomen. Nog wel.

In Nederland, waar je niet mag zeggen dat vroeger alles beter was, is ‘het Nederlandse volkslied wel een keer aan vervanging toe’ en kan een regering onderwijsvernieuwing op onderwijsvernieuwing stapelen omdat ‘we nou eenmaal moeten vernieuwen’. De maximum snelheid op de wegen wisselt per dag en wat gisteren nog gewoon ‘moest kunnen’ is vandaag ineens le-vens-gevaarlijk, zoals zwemmen in meertjes of met code oranje de hond uitlaten. In Nederland kan wel alles plotseling verboden of juist gedoogd worden, en het gaat er eerder over ‘waarom iets er nog in vredesnaam is?!’ Eigen werkplek met de deur dicht? Weg ermee! Barbecuen in het park? Weg ermee! Old-timer in de stad? Weg ermee! Staand drinken op een terras? Weg ermee! Drinken op tv? Weg ermee! Afwijkende meningen op tv? Weg ermee! Korte rokken bij de gemeente? Weg ermee! Verkeerde lettertype op je winkelgevel? Weg ermee!

Dat het weren van blote vrouwen in het straatbeeld vooral goed zou werken tegen de losse handjes van nieuwe moslims (want in landen waar die billboards niet hangen worden vrouwen op handen gedragen) en een eind zou maken aan de promotie van de man en vrouw als seksobject zou in Nederland sowieso tot een inhoudelijke discussie van laag niveau leiden met de usual suspects aan elke televisietafel. Met een onvermijdelijk compromis (lees: buiging) tot gevolg.

Dat is in Duitsland gelukkig anders. In een land waar de damesafdeling van de ZARA vooral volhangt met lange rokken, tuinbroeken en bruine vesten en mannen alleen nog maar opgewonden raken van perfecte cappuccino’s en bieryoga, slaat Maas de plank volledig mis en dat blijft niet onopgemerkt. Mensen weten, het recht op slechte smaak of een mannelijke onderbuik is ook een vrijheid, misschien juist wel. Voor wie dat niet snapt en verbod op verbod wil stapelen is de Duitse starre houding een geluk bij een ongeluk.

Waar dezer dagen zaken inhoudelijk vlug bij het grofvuil wordt gezet als slechte smaak, vrouwonvriendelijk, ongezond, gevaarlijk of nutteloos (vaak dezelfde dingen die vijftig jaar geleden nog een groot feest waard waren), is de principiële verdediging van fundamentele waarden die ze in de eerste plaats mogelijk maakten natuurlijk nog veel belangrijker. Nu denk ik dus, laat iedereen vrouwelijk bloot maar smakeloos en vrouwonvriendelijk vinden, belangrijker is wat ermee wordt gedaan! Misschien zien we dan eindelijk eens andere soorten reclame die vrouwen niet zozeer bedekt maar volwassen maakt, en minder dom vooral, of satire die verschillende richtingen op oefent in plaats van steeds onder vuur ligt. Dat kan allemaal als het niet verboden wordt, maar juist aangekaart.

Als het nog niet duidelijk was, ik houd inmiddels van de onveranderlijke Duitse houding, die weliswaar in de praktijk soms onhandig uitpakt, omdat Duitsers niet op een gemaakte beslissingen terugkomen, maar op grote schaal voor stabiliteit zorgt. Als ik al mijn kleingeld aan vertrouwen in de Duitse volksaard leg dan zal het verbod op die billboard reclames er niet komen, of als wet een dode letter zijn, en zal Böhmermann over een maandje weer lachend op TV verschijnen. En zal het nog meer optimisme in me aanwakkeren.