De Tweede Wereldoorlog is weer even helemaal terug.

Meer dan vijftigduizend NSB’ers hebben eind 2014 met knikkende knieën de telefoon gepakt om bij Groenlinks te klagen over vuurwerkoverlast. Bovendien bleek Winston Churchill een zwak te hebben voor islamitische culturen. Sir Winstons liefde voor de Oriënt klinkt wat vreemd, maar is eigenlijk minder frappant dan klikkende wereldverbeteraars. Echter, hoewel het niet gek is, is Churchills liefde voor de islam een potentiële bombshell.

Een geleerde uit Cambridge vond in het Churchill-archief van die universiteit een briefje waarin Gwendoline Bertie, de aanstaande van zijn broer Jack Churchill, Winston waarschuwt zich niet te bekeren tot de islam. Dit is fapmateriaal voor politiekcorrecte mensen, dus werd het nieuws met opvallende gretigheid opgepakt. De legendarische Winston Leonard Spencer Churchill kan nu namelijk productief worden gemaakt in hun strijd tegen de critici van de multiculturele samenleving. Sir Winston, de imperialist en mede daardoor hun natuurlijke vijand, kan in stelling worden gebracht om het multiculturalisme onvermoede maar gewichtige wortels te geven. Ook dode mensen kunnen applaudiseren omdat je zo’n lekker fatsoensmens bent.

Jammer jongens, dat feest gaat niet door. Churchill leed aan het romantische ‘Oriëntalisme’, voordat die term nog slechts pejoratief werd gebruikt om Westerse negatieve stereotyperingen voor het Oosten aan te duiden. Churchill verheerlijkte en idealiseerde, zoals zoveel Britten met koloniale ervaring, de ogenschijnlijk door traditie en trouw gedreven Arabische en Ottomaanse elite. T.E. Lawrence, over wie Churchill met kenmerkend pathos zei ‘I deem him one of the greatest beings alive in our time… We shall never see his like again’, had een vergelijkbare kijk op de veronderstelde niet-gecorrumpeerde natuur van moslims. Net als ik, elke keer als ik de film Lawrence of Arabia weer heb gekeken.

Zo’n perceptie van de mensen in het Midden-Oosten is niet geweldig goed bestand tegen de werkelijkheid. Er is geen volk met een inherent goede of niet-gecorrumpeerde natuur. Toch werd Churchill, in de woorden van Ian Buruma, verliefd op een beschaving. Churchills liefde voor de moslims was een fijne rêverie, maar we moeten die liefde voor een hele cultuur niet overdrijven. Hij had een guurrechtse en schandelijke wij-zij-mening: ‘Individual moslems may show splendid qualities (…) but the influence of the religion paralyses the social development of those who follow it’.

Dat staat toch in schril contrast met de angst van zijn latere schoonzus Gwendoline. Churchill bewondert een beschaving, maar veracht de religie die haar beperkt. Koppel dat aan zijn half-atheïsme en het is ondenkbaar dat Churchill zich zou bekeren tot de islam. Angst voor de bekering van Churchill tot moslim, is als angst voor het overlopen van de Amerikaanse generaal Patton naar de SS. Beiden koesteren bewondering voor een hun vreemde cultuur, maar ze zouden er nooit deel van willen zijn. Een islamitische Churchill is een absurde gedachte. Dat begreep schoonzus Gwendoline ook wel. Het is daarom waarschijnlijk, zoals historicus Cees Fasseur suggereerde, dat haar waarschuwing bedoeld is als plaagstootje. We waarschuwen Wilders ook niet serieus om geen moslim te worden.

Is er dan niets te redden van het frame van Churchill de moslimknuffelende multiculturalist? Is er nergens een fijne aanwijzing dat de man die zo sterk geloofde in het Britse wereldrijk, stiekem GoedVolk was? Nou, ergens wel. Churchill zag geen probleem of contradictie in een multicultureel en multi-etnisch wereldrijk. En hij had die opvallende policor-afwijking om vreemde culturen tot in het uiterste te verheerlijken. Maar dat is natuurlijk niet genoeg voor de GoedVolk Walk of fame, want Churchills ideale wereldrijk stond natuurlijk onder Britse leiding. En culturele zelfhaat is een voorwaarde voor een fatsoensmens. Nee, om postuum nog op het schild gehesen te worden, was Churchill beter moslim geworden.