Vandaag wilde ik eens niet over terreur, Charlie Hebdo, booslims en politiek correcte lafbekken schrijven. U ziet aan de vorige zin dat dat dus alvast glorieus mislukt is. Altijd vervelend, als de eerste taak die men zichzelf stelt op een dag faalt, al voordat de koffie en de eerste peuk op zijn. Ik heb mijn uiterste best voor u gedaan, daar niet van. Naarstig scharrelde ik rond op nieuwswebsites, blogs en social media. Ik overwoog een aardige anekdote op te dissen over mijn katten, favoriete stoplap voor columnisten zonder inspiratie. Zelfs dit, beschrijven hoe een column met enige moeite tot stand komt, is al een platgetreden stukjesschrijvers-cliché.

Het spijt me. Als ik lees over extremisten die oproepen tot aanslagen in onder andere mijn thuisstad Amsterdam, kan ik me niet meer druk maken om de PvdA-pisvlek Bert van der Roest die in Trouw mocht uithuilen en sorry zeggen. En zijn graaiende schoftengedrag ‘een enorme fout’ noemen.

Ook het nieuws over de voortwoedende ebola-epidemie doet mij schouderophalen. Voordat iedereen en zijn moeder weer begint te krakelen dat die onverschilligheid voortkomt uit koloniaal racisme en dat ik die arme mensen doodwens: het is een horror en ik vind het intens tragisch, maar een virus heeft geen ideologie. De duistere krachten die de wereld zoals wij die kennen en liefhebben uit alle macht trachten te vernietigen wél. En weer raak ik verzeild in het zoveelste overzicht van haatpredikers en terroristen, hun tronies kijken mij vanaf mijn scherm aan en doen mij harder huiveren dan de microscoopfoto van het ebolavirus, een nondescript slurfje. (Zie foto.)

Komaan, hop, er is meer gaande in de wereld dan dood en verderf. Kijk aan, de lente begint uitzonderlijk vroeg. Krokussen schieten op, de natuur heeft er zin an. Er zal wel weer een zeikstengel beginnen over broeikaseffect maar hee, bloemetjes en babyeendjes, daar hebben de mensen behoefte aan in deze tijden van haat, wegkijkende fatsoenstumoren en.. Oh fuck, ga ik weer. Misschien moet ik een poosje geen nieuws lezen, en geen internet hebben. Gezellige columns tikken over van die koddige gesprekken die je soms met oude omaatjes in het park hebt ofzo, en die dan per post opsturen naar de redactie. Maarja, als ik dat doe, hebben de terroristen gewonnen en dan kan het Vrije Westen…Argh. Ik geef het op. De terreur zit tussen mijn oren, en iets zegt me dat het er nog wel even blijft steken ook.

Morgen een column over mijn katten. Beloofd.