Laat u niks wijsmaken: het Westen is in oorlog met de islam. Dat wil zeggen: het is de oorlog verklaard vanuit het hart van de moslimwereld, waardoor Barack Obama kan zeggen dat wij niet in oorlog zijn met de islam, maar met de partijen die de islam misbruiken. Dus niet in oorlog met de (echte) religieuze islam, maar met de radicale islam, een valse politieke ideologie die weer in verschillende extremistische delen uiteenvalt. Omdat de islam geen scheiding tussen kerk en staat kent, is dat een ingewikkeld (westers) verhaal.

Terecht dat Joshua Livestro, de hoofdredacteur van Jalta, hierbij bedenkingen heeft. Maar je kunt niet anderhalf miljard moslims de oorlog verklaren. Obama zegt wat zijn voorganger na 9/11 ook al zei en heeft een Amerikaans gelijk. Een politiek correct gelijk, wat het gelijk van de president niet minder maakt, maar wel voor rookgordijnen zorgt. Daarbij komt dat wij ‘kritische moslims’ nodig hebben om van het jihadisme af te komen, een plaag die in de moslimwereld zelf overigens de meeste slachtoffers maakt. Waardoor het ook waar is dat moslims vooral slachtoffer zijn.

Dat is nog niet alles. Niet alleen het Westen is in oorlog met de islam, de hele wereld is dat. Het christelijke deel van Afrika wordt door jihadisten geteisterd, Rusland heeft er last van (vooral in de Kaukasus, maar ook in Centraal-Azië), op de Filipijnen zitten fanatieke moslims, in Indonesië (het grootste moslimland ter wereld) en India is het voor niet-moslims evenmin pluis. In Egypte gaan de koppen van Kopten eraf, Japanse journalisten zijn niet voor jihadisten veilig, en ook China heeft met opstandige moslims (Oeigoeren) te maken. Een duidelijker bewijs dat er echt iets mis is met de islam, is er niet.

Het is die algehele krankzinnigheid die opvalt. De moslimwereld is niet altijd zo van slag geweest. In de negentiende eeuw zocht het Ottomaanse Rijk bescherming bij de Europese mogendheden tegen Rusland; honderd jaar geleden was de Arabische wereld een ingeslapen boel. In 1971 toerde de familie Bin Laden per auto door Zweden. Toen was Jeruzalem al vier jaar door Israël veroverd en had Yasser Arafat zijn ‘zwarte september’ (de uittocht uit Jordanië) al achter de rug. In 1973 lachten we met Farce Majeure om Koeweit en de oliesjeiks. De Islamitische Revolutie in Iran in 1979 leek een grap uit de Middeleeuwen. De fatwa tegen Salman Rushdie was aanvankelijk slechts tegen een moslimschrijver gericht en een enkel boek (niet voor niets de Duivelsverzen genoemd), en nog steeds vind ik het moeilijk om die ‘Allah Akbar’-roepers serieus te nemen. Kijk naar die haatimams of die Shariatypes in België, en het lijkt alsof ze uit een satirisch televisieprogramma zijn weggelopen. Dan heb ik het nog niet over moslima’s uit Zeist, op weg naar de jihad in Syrië, waar ze worden uitgehuwelijkt. Het is niet overdreven hier van psychiatrische gevallen te spreken.

Af en toe bekruipt je het gevoel dat wij louter nog door gekken worden omringd, en de vraag is hoe je je dan moet handhaven. Niet door de hele wereld de oorlog te verklaren, want dat leg je af. Ook niet door net te doen alsof er niks aan de hand is, want houd je jezelf voor de gek. Niet dat ik elk wegkijken wil veroordelen, want wegkijken is een actieve bezigheid, een overlevingsstrategie waarbij je donders goed moet weten uit welke hoek het gevaar komt. Je moet weten wie je te vriend moet houden, en wie je vijand is. Op dat punt bestaat nog veel verwarring, want uit internationale opinieonderzoeken blijkt dat veel mensen Israël, dat als geen andere staat met moslimterrorisme heeft te maken, als het grootste gevaar voor de wereldvrede zien.

Dat zal wel komen doordat de Joden met hooguit twaalf miljoen zijn, nog niet één procent van het aantal moslims in de wereld. Heel onrechtvaardig en disproportioneel. Wat het nog vreemder maakt dat veel Europeanen tegenwoordig zo anti-Israël zijn. Europeanen die modern zijn en niks meer van het christendom willen weten. Europeanen van wie het nooit meer oorlog mag zijn. Je zou denken dat Europeanen na alle duisternis van de laatste eeuw iets van kleine en grote getallen weten. Of meer gevoel voor verhoudingen hebben. Ik zou denken dat de Europese landen het aan zichzelf en de eigen geschiedenis verplicht zijn om meer oog te hebben voor de veiligheidsdilemma’s waarmee Israël en alle Joden in de wereld te maken hebben.

Maar nee. Europa is blind, wat iets anders is dan wegkijken. Het geldt ook niet alleen de Joden. Dat er uit Klein-Azië, de bakermat van het christendom, al een eeuw christenen worden verdreven, is nauwelijks waargenomen. Velen zien het Midden-Oosten als exclusief moslimterritorium. Dat daar ook kerken zijn (geweest), en dat het een hele redelijke eis is als die weer worden opgebouwd (zeker nu hier steeds meer moskeeën komen), komt bij de meeste politici niet op. Alle onrust in de moslimwereld wordt toegeschreven aan Israël, dat al die arme Palestijnen eronder hield. Daarom zijn moslimjongeren nu zelfs kwaad op Denemarken, in elk VN-onderzoek het gelukkigste land ter wereld. Ook als ze in Kopenhagen geboren en getogen zijn, alsof het in het ‘getto’ (een woord dat aan eenzelfde inflatie onderhevig is als genocide) van de Deense hoofdstad Warschau, de Bronx en Gaza tegelijk is.

Wat moet je bij zoveel verdwazing? Er wordt over nog meer inburgeringscursussen gesproken, over nog meer informatie-uitwisseling tussen inlichtingendiensten, over nog strengere controles op de luchthavens, over nog meer waakzaamheid bij de burgers als ze een onbewaakte rugzak zien. Het zal allemaal wel nodig zijn, om het grote publiek gerust te stellen. Maar ik geloof er niet in. Er spreekt mij te veel maakbaarheid van de samenleving uit, terwijl we weten dat de overheid niet alles kan en integratie zich niet per beleidsdecreet laat afdwingen. Anders dan het piepkleine Israël kan Europa zich niet achter een muur verschuilen. Hoe meer het onderwijs aan actuele wensen wordt aangepast, hoe meer de dingen die je echt moet leren in het gedrang komen. Als nieuwkomers geen Nederlands of Deens willen leren, is dat hun zaak. Engels is dan al mooi genoeg, en de ervaringen met Franssprekende moslims zijn op z’n best gemengd. Een derde generatie moslims die veel beter is geïntegreerd dan eerdere generaties moslimmigranten blijkt in de praktijk heel gefrustreerd en kwaadwillend te zijn. Zij laat zich de mond niet snoeren, juist omdat zij betergebekt en ook meer streetwise is dan wij. Ik heb ook niet het idee dat de emancipatie van moslimmeiden op de manier verloopt die wij graag zien. Zoals alle emancipatie een eigen, onbedoelde dynamiek heeft.

Ik heb weleens gedacht dat al die moslims zich het best tot het christendom konden bekeren. Als ze dan toch in God willen geloven, neem dan degene die wij net hebben afgezworen. Maar zo gaat dat niet. Geloofsafval komt bij moslims alleen in stilte voor (al herinner ik mij uit Turkije dat er veel werd gegrapt over Allah, en dat de islam nergens zo werd verafschuwd als door de bovenlaag in het land van Atatürk), en je openlijk bekeren tot een andere godsdienst kan niet. De enige coming out is richting Mekka. Wat precies het probleem met de politieke islam is, niet alleen een ideologie, maar ook een religie. De islam accepteert geen scheiding tussen kerk en staat, en in Turkije lukte dat alleen met repressieve middelen die zich nu onder Recep Tayyip Erdogan als een boemerang tegen de moderne Turkse Republiek keren.

Maar als bekering niet mogelijk is, wat dan? Het is niet aan westerlingen daar een antwoord op te vinden, dat moeten moslims zelf doen. Maar een kleine hint wil ik wel geven. In het Westen wordt al langer over een spirituele leegte geklaagd, en menigeen zoekt zijn toevlucht in het Oosten. Ik ken mensen voor wie Boeddha de weg wijst. Niet dat ik denk dat er voor het Westen zoveel wijsheid uit het Oosten is te halen en mijn talent voor het godsgeloof is beperkt. In China moeten de autoriteiten er niks van hebben; elke monnik is er verdacht, behalve de Panchen Lama die door de Chinezen zelf is geïnstalleerd. Het is de vraag of het boeddhisme een religie is, sommigen spreken liever van een levenshouding waarbij meditatie en zelfonderzoek centraal staan. Ik weet niet of dat een uitweg is voor moslims die geen onderscheid tussen kerk en staat erkennen, maar het is wat anders dan het soort zelfonderzoek en de zelfkritiek waartoe ze door arrogante westerlingen worden opgeroepen. Als het boeddhisme geen godsdienst is, maar meer een zoektocht om vrede te vinden met jezelf, dan is bekering overbodig. Tegenover het boeddhisme hoeft de islam zich niet minderwaardig te voelen. Tibet is bezet gebied (net als het Heilige Land), en behoorde voor de Chinezen er snelwegen gingen aanleggen tot de minst ontwikkelde gebieden op aarde.

Niet dat ik wonderen van de Dalai Lama verwacht. Maar de man heeft gevoel voor humor en een aanstekelijke pieplach, is een wereldleider zonder eigen land, en kreeg – in zijn geval zeer verdiend – de Nobelprijs voor de Vrede (die de paus van Rome nooit heeft gehad: te controversieel). Ook zijn er in het Westen volop mogelijkheden tot medidatietraining. Wat mij aan boeddhisten bevalt, is hun onverstoorbaarheid en innerlijke rust. Daar kunnen wij in het Westen ook wel wat van gebruiken, om ons niet gek te laten maken door de jihad. En voor boze moslims zou de therapeutische waarde enorm zijn, áls ze zich hiervoor openstellen en niet langer hun tijd verdoen met de heilige oorlog op het internet. Kortom, meer Bhoedda graag, daar zou de hele wereld van opknappen.