Beste Asha,

 

Als witte man die ook nog eens rechts is en het feminisme bekritiseert ben ik natuurlijk hartstikke fout. Een soort Thierry-light, hoewel ik vermoed dat seksueel getinte grappen over vrouwen in jouw ogen ook een vorm van verkrachting zijn. Ik heb je laatste Volkskrant-column met gemengde gevoelens gelezen. Aan de ene kant vind ik je namelijk een verschrikkelijke linkse aansteller die van haar identiteit politiek maakt, om maar niet inhoudelijk op de zaak in te gaan, maar aan de andere kant vind ik het toch een beetje sneu dat je persoonlijk last hebt van de rechtse horden die jou vooral lopen uit te schelden en belachelijk te maken vanwege je uiterlijk. Omdat je hiermee koketteert doe ik ook een duit in het zakje en maak ik af en toe ook een vileine opmerking, uiteraard wel sophisticated, noblesse oblige enzo, maar ik beken: ik ben schuldig. Het is niet aardig. Dat is eigenlijk ook heel on-Ewout, bedenk ik mij nu. Op de middelbare school was ik namelijk voor de lelijkste meisjes in de klas altijd heel aardig – niet te aardig want dan werden ze verliefd op je – maar ik vond het gemeen om met de rest van de groep mee te doen en ze te pesten. Ergens heb ik ook een moraal. Zelfs ik. Maar ik ben blijkbaar ook niet ongevoelig voor het vreselijke meeloopvirus.

Nogmaals, ik sta heel dubbel in deze discussie. In ideologisch opzicht erger ik mij verschrikkelijk dood aan het hypocriete femimoralisme dat alle ellende van deze wereld haast exclusief wijt aan de witte man – jij weigert categorisch al te kritisch te zijn op islamitische vrouwenonderdrukking omdat dit niet past in je politiek-correcte frame, de belangrijkste reden voor mij om het feminisme van nu te bestrijden – maar aan Asha de mensch heb ik helemaal geen hekel. Je lijkt mij best aardig zelfs, onder die vele lagen van linkse ideologie en moralisme. Het feit dat je je kwetsbaar durft op te stellen in je column – het doet je soms wat als mensen je afzeiken en jij zegt dat gewoon – vind ik juist heel dapper.  Ik kan dat niet. Niet zo goed als jij in ieder geval. Waar jij je mijns inziens te vaak verschuilt achter ideologie en moralisme daar zijn ironie en sarcasme mijn wapens. De echte Ewout is helemaal geen alfamannetje. Dat is allemaal toneel Asha. Ik betwijfel trouwens of Thierry Baudet wel de fallische fascist is waar jij hem nu voor houdt, maar hij neemt zichzelf in ieder geval een stuk serieuzer.

De werkelijkheid is dat mannen met een grote bek een klein hartje hebben. Ze zijn misschien wel veel gevoeliger dan de veganistische hipstermannen in bakfiets (onee, daar ga ik weer) die er van buiten zo empathisch, zo Jesse uitzien. Maar laat ik eerlijk en kwetsbaar zijn, voor de verandering. Stiekem ben ik een beetje verliefd op Jesse en misschien ook wel een heel klein beetje op jou: was sich liebt, das neckt sich. Arthur van Amerongen, in werkelijkheid ook zo’n gevoelige nep-alfaman, wil graag met Sharon Dijksma in bad en zegt dat ook gewoon. Hij is dan ook veel ouder en wijzer dan ik, omarmt zijn diepste gevoelens, zijn intieme zelfkant en schrijft hierover; ik daarentegen druk ze weg, omdat ik bang ben dat mensen mij zullen uitlachen om wie ik ben. Niet dat ik je nu ga vertellen dat ik droom over Thierry die mij nadert in de gedaante van een ezel en dat ik vervolgens zwachtels om zijn hoefjes doe zodat hij ophoudt met spartelen, maar je snapt mijn punt. In deze maatschappij zetten we soms maskers op en doen we ons anders voor, stoerder, principiëler, belangrijker, dan we in werkelijkheid zijn. Dit gedrag heeft natuurlijk ook allemaal met de evolutie en survival of the fittest enzo te maken: de aap boven op de apenrots krijgt de mooiste vrouwtjes en de meeste bananen, maar misschien is de alfa-aap in werkelijkheid een heel gevoelig aapje, dat twijfelt of hij wel goed bezig is maar acteert omdat de maatschappij dat van hem verwacht en het anders chaos wordt. Freddy Mercury zong hier ooit over:

Ooh ooh yes I’m the great pretender
Just laughing and gay like a clown
I seem to be what I’m not (you see)
I’m wearing my heart like a crown

De werkelijkheid kunnen we niet veranderen, daarom veranderen we onszelf maar. Feministen daarentegen willen een Umwertung aller Werte, de ondergang van het apenkartel, om in de terminologie van Thierry Baudet te blijven. Ze zijn een ‘politieke avant-garde’, de voorhoede van een volksopstand (die in werkelijkheid een opstand van de elite is). Tegenover dit revolutionaire Utopia, dat de werkelijkheid geen recht doet, zet ik in navolging van mijn favoriete filosoof Nietzsche het principe van Amor fati: liefde voor de werkelijkheid, voor het bestaande, voor onvermijdelijke, voor het lot. We moeten wat toleranter zijn, absoluut, maar er tegelijk vrede mee hebben dat anderen niet zo zijn als jij:

Ich will immer mehr lernen, das Nothwendige an den Dingen als das Schöne sehen: – so werde ich Einer von Denen sein, welche die Dinge schön machen. Amor fati: das sei von nun an meine Liebe! Ich will keinen Krieg gegen das Hässliche führen. Ich will nicht anklagen, ich will nicht einmal die Ankläger anklagen. Wegsehen sei meine einzige Verneinung! Und, Alles in Allem und Grossen; ich will irgendwann einmal Nur noch ein Ja-Sagender sein.