Verongelijktheid en vergezocht slachtofferschap waren de officieuze thema’s van de zeer slecht bezochte demo op de Dag tegen Racisme (en islamofobie en ‘afrofobie’ en seksisme en discriminatie etcetera etcetera). Waar de demo een jaar geleden meeliftte op de verontwaardiging na Wilders’ ‘minder minder’-uitspraak, was de animo dit jaar beduidend kleiner. Op de Dam en tijdens de wandeltocht waren er een paar honderd deelnemers, op het Museumplein stonden er uiteindelijk nog hooguit honderd. Ironisch, dat het succes van het allegaartje aan Boos-op-Nederlandmensen afhangt van uitgerekend Geert Wilders.

Beeld: Maarten Brante

Het moet gezegd, tegen gewoonte en verwachting in hield Anousha Nzume het droog. Dat wil niet zeggen dat er geen gejank was. De speeches blonken uit in slecht onderbouwde verontwaardiging en misplaatste gekwetstheid. Abulkasim al-Jaberi, die afgelopen zomer openlijk Hamas bejubelde en dreigde dat ‘Nederland in een ruine zal veranderen’ als de overheid haar houding ten aanzien van Israel niet aanpast, had stenen des aanstoots in overvloed. Moeiteloos en zonder enige onderbouwing knoopte hij Shell in Nigeria, de leugens over slavernij in ons onderwijs, het Nederlands koloniaal verleden, het racisme bij de politie, Diederik Samsom en de actieve tegenwerking die mensen van kleur schijnen te ondervinden aan elkaar in een paranoïde constructie van zelfverzonnen onderdrukking. Het culmineerde in de onbedoeld komische woede-aanval tegen de sociale dienst die ‘terreur’ uitoefent jegens minima. Verschrikkelijk, die schoften maken gewoon zomaar gratis geld over aan de mensen, en dat in een beschaafd land anno 2015.

unnamed-2

Humberto Tan wist zich duidelijk geen houding te geven, hij maakte zich er van af met een nietszeggend doch inhoudelijk verder prima praatje tegen racisme en uitsluiting en voor verzoening en samenwerking. Hij zorgde ervoor om zich met nadruk ook tegen antisemitisme uit te spreken, gezien de beruchte antisemieten al-Jaberi en Appa met wie hij het podium deelde. Tan en FNV-penningmeester Van der Veer waren de enigen die de verleiding om enorm hard te krijsen weerstonden.

De muzikale intermezzi waren zonder uitzondering slecht, te langdradig en vervelend, in de kou had niemand echt behoefte aan kwelende singer-songwriters of tienermeisjes die als muzikale kindsoldaten schaamteloos voor De Zaak het podium werden opgeduwd. De meiden hadden overigens wel een uitstekend punt: “wees blij met de dingen die je hebt”, zongen zij, ook al bedoelden zij daar vast niet de Nederlandse uitkeringen, zorg, het onderwijs, de vrijheid, de welvaart en artikel 1 van onze grondwet mee.

Ene Patrick Mathurin maakte het erg bont, deze buitengewoon vermoeiende meneer speelde maar liefst drie lange nummers, twee daarvan waren verkrachtingen van Bob Marley songs en eentje heette ‘Rotstreek’. Een eigen compositie die vooral bestond uit gammel rijm en de langgerekte jammerklacht Rotstreeeeeeeek. Ook hield hij nog een speech tussendoor over ‘de ergste misdaad tegen de menselijkheid.’ Ah, toch aandacht voor antisemitisme en de holocaust? Neen. De slavernij, ontegenzeglijk een mensonwaardige wantoestand, is voor dit soort mensen erger dan het doelmatig transporteren en vergassen van mensen. Ook al heeft deze vrijheidsberovende dwangarbeid nimmer doden tot doel op zich gehad. Het historisch besef van een kipnugget dus, deze Mathurin, die ook beweerde dat blanken enorm veel kennis van de zwarte man hebben gestolen. Welke kennis liet hij in het midden maar de misstand omtrent het patatje oorlog liet hij niet onvermeld: “waarom heet het oorlog, omdat het bruin met wit is zeker? Waarom geen patatje vrede?” Het was de satire voorbij.

unnamed-6

Rapper Appa zorgde al voor controverse voordat hij zijn mond open deed, zijn plek op het podium van een manifestatie tegen racisme en discriminatie deed veel wenkbrauwen fronsen. Ook hij steunt Hamas en is bekend van uitspraken als “wij zijn klaar met zionistische honden die uit zijn op ons bloed en geld” en “fuck de talmoed.” Hij is een schoolvoorbeeld van op hoge toon respect eisen, maar het zelf bepaald niet geven. Zijn speech, tegen die tijd voor nog enkele tientallen mensen, stelde in dat opzicht niet teleur. Het was een hoop geschreeuw, voorgelezen vanaf zijn iPhone. Hij stelde zijn publiek de ongetwijfeld retorisch bedoelde vraag of hij boos mocht zijn om achterstelling, racisme en het monddood maken van zijn persoon. Onbedoeld grappig, klagen over monddood zijn op een podium, met een microfoon in je hand. Dat maar weinig mensen zijn tirade wilden horen, is vast ook de schuld van het institutionele racisme in dit land.

unnamed-5