Dat 2016 een revolutiejaar is, was al enige tijd duidelijk. De vraag is wat voor revolutie het wordt. Dat het een 1989 wordt, lijkt uitgesloten – en een nieuw 1933 is schromelijk overdreven. Dan dus maar een nieuw 1848? Of iets heel anders? 

Europa is een continent met een rijke geschiedenis. Die geschiedenis kan worden verteld als een verhaal van langdurige ontwikkelingen — de opkomst van het Romeinse Rijk, de verspreiding van het Christendom via datzelfde Rijk, de groei van een stedelijke burgerij met een eigen vrijheidsopvatting en bijpassend religieus individualisme, de onstuitbare groei van de steden, de daardoor al even onstuitbare emancipatie van de stedelijke onderklasse, de opkomst van een staat die zowel aan de wensen van de onderklasse als aan de ambities van de middenklasse tegemoet komt. De lange lijnen van de geschiedenis dus. Elke verandering komt langs de weg der geleidelijkheid tot stand, en volgt als het ware logisch op wat ervoor kwam (historici noemen dit de teleologische interpretatie van de geschiedenis: de geschiedenis die keurig op zijn doel afgaat).

Revolutiejaren

Er is echter ook een andere interpretatie van de geschiedenis denkbaar. In die versie is van een logische ontwikkeling in de geschiedenis helemaal geen sprake. Geschiedenis is strijd, een voortdurende botsing van tegenstelde belangen. Vaak is dat conflict beheersbaar, soms komt het tot een spontane uitbarsting waarbij de ene kracht de ander overwint. In revolutiejaren is de concentratie van dit soort historische botsingen zo groot dat er een soort extra kracht lijkt los te komen: systemen schudden op hun grondvesten, daarmee diepere krachten losmakend die alleen met een collectieve inspanning weer tot rust kunnen worden gebracht.

Soms leidt dat tot revolutiejaren die de wereldorde fundamenteel herscheppen. Zo ging het bijvoorbeeld in 1989, toen de communistische orde met donderend geraas in elkaar stortte. In dat geval leidde het tot een explosieve groei van het aantal vrije samenlevingen, maar dat is niet noodzakelijk altijd waar revoluties toe leiden. In 1789 leidde de grote volksopstand in Frankrijk eerst tot jaren van terreur en daarna tot ruim anderhalf decennium van dictatuur. En in 1933 schafte de democratie zichzelf via de Duitse stembus voor langere tijd af.

Boze burgers

De huidige jaargang is ontegenzeggelijk een revolutiejaar. Ons eigen referendum was niet veel meer dan een vooraankondiging van grotere gebeurtenissen elders: de uitverkiezing van de reality show host Donald Trump tot Republikeins kandidaat voor het presidentschap van de Verenigde Staten en vorige maand de beslissing van de Britse bevolking om met een pennenstreek vijftig jaar aan diplomatieke en politieke inspanning ongedaan te maken door het lidmaatschap van de Europese Unie op te zeggen.

De kiezer is boos. Woedend zelf, als we op het boegeroep en het fluitconcert vanmorgen bij de herdenking in Nice af moeten gaan. Daar zijn redenen genoeg voor: het opzichtig falen bij het handhaven van de buitengrenzen van zowel de Europese als de Amerikaanse Unie; de halfhartige aanpak van minderheden die weigeren de kernwaarden van de vrije samenleving te onderschrijven en die er zelfs in sommige gevallen de wapens tegen opnemen;  de ongelijke verdeling van zowel de lusten van de wereldwijde vrijhandel van de afgelopen dertig jaar als de lasten van de economische crisis van 2008 en daarna. De burger weet niet precies wat hij wel wil, maar hij weet overduidelijk wel wat hij niet wil: geen pappen en nathouden meer, geen wegkijken en goedpraten. Dan stemmen ze desnoods nog liever op een clown. Hoeveel erger kan het immers worden? (Antwoord: Venezuela)

1789 of 1848

Maar omdat de burger niet precies lijkt te weten wat hij wil, is het lastig om te bepalen wat we nu precies aan deze revolutiejaargang hebben. Een 1989 wordt het daardoor vrijwel zeker niet — daarvoor zijn de wensen te weinig concreet, de mogelijkheden tot fundamentele opschudding ook te beperkt. Blijven over twee opties die tot aan 1989 het Europese denken over revoluties bepaalden: 1789, het jaar van de geslaagde Franse Revolutie (en de Amerikaanse grondwet die de bekroning vormde van de Amerikaanse Revolutie van 1776), en 1848, het jaar van de revolutie waarbij uiteindelijk alles weer op zijn pootjes terecht kwam.

Koersen we aan op een nieuw 1789 of desnoods 1933? Het lijkt mij onwaarschijnlijk. Natuurlijk, aan de flanken van het bestel wordt driftig gespeculeerd over bloedvergieten en burgeroorlog, maar dat doen ze daar altijd. In Rusland en Turkije neigt de geschiedenis ogenschijnlijk meer naar 1933, maar zelfs daar is men nog een forse stap verwijderd van het openlijke en massale bloedvergieten van de Franse Terreur. De herinnering aan de menselijke ramp die Tweede Wereldoorlog heette, is nog te vers om de rem op onze passies er helemaal af te gooien. In het vrije westen is van verlangen naar bloedvergieten al helemaal geen sprake. Als men ergens naar verlangt, dan is het naar de rust en vrijheid van de jaren negentig van de vorige eeuw — de periode van het ‘einde van de geschiedenis’, toen alles zo aangenaam overzichtelijk was.

Terug naar de jaren negentig

Dat verlangen naar rust en vrijheid zal vermoedelijk de huidige opschudding uiteindelijk wel weer tot bedaren brengen. Met waarschijnlijk een ander soort Europese Unie (zonder het Verenigd Koninkrijk), een ander soort transatlantische verhouding en misschien ook een ander soort binnenlandse politiek in beide werelddelen – meer gericht op eigenheid en de belangen van de onderste vijftig procent, minder met het gezicht naar de wereld gekeerd. Een soort 1848 dus: opschudding gevolgd door herschikking binnen de bestaande orde.

NB: dit is geen wiskundige berekening maar een opiniejournalistieke voorspelling. Net als elke voorspelling heeft ook deze zijn onzekerheidsmarges. ‘Events’, onverwachte gebeurtenissen, kunnen het dubbeltje uiteraard een andere kant doen opvallen. Ik denk dus niet dat dit gebeurt, maar ik geef toe dat ik er bij mijn inschatting over de kracht van de grote populistische opschudding wel vaker naast heb gezeten. In dit geval hoop ik echter van harte dat ik wel gelijk heb. Het alternatief is namelijk te onaangenaam om over na te denken…