Tijdens het Brexit referendum was de meerderheid van de politici en zeker de parlementsleden gesteund door het bedrijfsleven er sterk voor dat het Verenigd Koninkrijk in de EU zou blijven. Het mocht niet baten, het volk stemde met een kleine marge voor uittreden.

In Frankrijk is er een brede stroming die zowel genoeg hebben van de sociaaleconomische onmacht van president Hollande’s socialisten als van de conservatieven onder zijn voorganger Sarkozy. In Duitsland is het verre van zeker dat Christendemocraat Angela Merkel als kanselier kan aanblijven, haar populariteit heeft door haar ‘welkom’ vluchtelingenbeleid een ernstige deuk opgelopen.  Haar streven om de instroom in te dammen, het terrorisme onder controle te krijgen en het opkomende extremisme in haar eigen land tegen te gaan is niet overtuigend, het veel te late ‘negen punten programma’  van donderdag j.l. ten spijt. Al helemaal niet als dit samen moet gebeuren met het naar dictatuur afglijdende Turkije.

In Oostenrijk zou binnenkort wel eens een rechts-radicaal president kunnen worden; in het voormalig Habsburgse partnerland Hongarije is dat met de premier al het geval. In Polen hebben de ultra-religieuze nationalistische conservatieven de macht veroverd. Italië, Spanje, Portugal, Nederland, België, Finland, Zweden en Denemarken hebben grote populistische partijen die nog omvangrijker zouden kunnen worden als de zaken zich niet snel ten goede keren.

De sociaaldemocratische en christendemocratische (conservatieve) partijen die traditioneel de macht verdeelden zijn hierdoor in vele landen in een neerwaartse spiraal terecht gekomen en zijn bezig hun meerderheden in het continent bijna overal te verliezen..

De oude midden- en onderklasse voelt zich gepakt

Er zijn minimaal vijf belangrijke redenen waarom deze afkalving van machtsposities in het oude Westen plaatsvindt en er grote ontevredenheid en zelfs angst onder de bevolking heerst. Twee hebben te maken met de digitale revolutie

1. Veel routinematige banen van de middenklasse zijn geautomatiseerd. Een steeds kleiner wordend aantal managers is in principe nodig om grote organisaties te besturen. Een deel van dat vooral oudere kader moet daardoor noodgedwongen zijn heil zoeken in laag betaald werk als nieuwe ontevreden leden van de onderklasse.

2. Sociale netwerken hebben een veel directere communicatie mogelijk gemaakt waarbij feiten vaak niet meer primair door de media geduid worden maar steeds meer door mensen zelf. Volkswoede over bijvoorbeeld criminaliteit kan daardoor snel escaleren.

Maar er zijn ook drie redenen die te maken hebben met het handelen van de politieke elite zelf

3. Massale instroom van vooral islamitische immigranten, maar ook concurrentie met (veel) goedkopere arbeidskrachten uit nieuwe EU Landen, heeft een deel van de autochtone onderklasse in veel landen werkloos gemaakt. Door hun leiders werd daarbij volledig voorbijgegaan aan strijdige culturen tussen de Islam en Christenen inclusief de Verlichting. Integratie is door slap beleid zeer problematisch geworden, waarbij vooral de onderkant van de maatschappij de meeste lasten moet dragen.

4. Grenzen tussen allerlei nieuwe en oude EU landen moesten open gaan, koste wat kost, ook al bevonden die landen zich in geheel verschillenden economische stadia. Zelfs door en door corrupte landen als Griekenland, Bulgarije en Roemenië werden als lid toegelaten. Het concept voor een samenhangend Europa werd onder leiding van een steeds minder grijpbare en uitdijende bureaucratie in Brussel voor de bevolking steeds meer oncontroleerbaar en ongeloofwaardiger, wat heeft geleid tot veel anti EU gevoelens inclusief het daarmee verbonden establishment.

5. Inteelt met baantjesjagerij bij de traditionele partijen heeft zodanige vormen aangenomen dat steeds meer kan worden gesproken over cliëntelisme. Het belang van het volk staat daarbij lang niet altijd voorop. Meer dat van de bovenlaag zelf, zich verrijkende partijbonzen, die elkaar de bal toespelen. Het Nederlandse poldermodel met de inmiddels vele overbodige (advies) organen is daar een naargeestig voorbeeld van. Creatieve pioniers van na WO II zijn gestorven en weinig dynamische feodale (partij) en bureaucratische opvolgers zijn ervoor in plaats gekomen. Dit verschijnsel zou de honderd jaar geleden levende Duitse socioloog Max Weber waarschijnlijk gesterkt hebben in zijn leiderschapstheorie.

Wat mogen we verwachten?

In komende twee jaar lijkt de kans groot dat in vrijwel geen enkel Westers land de oude politieke elite de macht nog (exclusief)  in handen zal hebben. Het zullen jaren worden van grootscheepse,  maar wel meestal humane afrekening met oude machthebbers. Crisissituaties lijken niet te voorkomen. Er zullen geen mensen worden onthoofd, zoals ten tijde van de Franse revolutie, behoudens wellicht in een Islamitisch land als Turkije. ‘Verstotenen’ kunnen waarschijnlijk rustig van hun pensioen gaan genieten. Maar er zal wel een potentieel zeer instabiel klimaat ontstaan. Daarbij zijn per land altijd twee uitersten mogelijk:

1. Antidemocratische en reactionaire patronen kunnen ‘foute leiders’ kans geven de macht te grijpen, in overleefde termen denken we dan al gauw aan Hitler of Mussolini.

2. Leiders kunnen opstaan die juist als ‘ redder des vaderlands’ optreden en nieuw elan in de maatschappij brengen.  In dezelfde overleefde vorm denken we dan  aan Adenauer en De Gaulle.

Hoewel niet uitgesloten, bijvoorbeeld met Erdogan in Turkije, lijkt de kans op veel foute leiders toch niet groot. En veel ‘redders’ zullen zich ook niet aandienen. Immers niemand lijkt meer machtig genoeg om in Europa naar absolute supranationale macht te grijpen. Bovendien is de goed geschoolde middenklasse in vele EU landen nog sterk genoeg  om niet met zich te  laten sollen. Het lijkt er eerder op dat er een snel leerproces bij diezelfde middenklasse als ‘ kiezers’  op gang zal komen waarbij men ziet wat werkt of niet. Of Brexit een mislukking of een succes wordt bijvoorbeeld, hetzelfde geldt voor de vluchtelingen politiek.

Nieuwe leiders die goede resultaten boeken zullen unieke kansen krijgen om hun volken ut de crisis te trekken. Uiteraard is er ook altijd een afbreukrisico, indien bijvoorbeeld veel landen in Europa suboptimaal weer op zichzelf willen opereren of als noodzakelijke hervormingen uitblijven. Het meest onbeheersbaar lijkt als een populist als Marine le Pen in een belangrijk land als Frankrijk aan de macht zou komen, maar zelfs dan zal zij zeer waarschijnlijk niet zonder coalitie kunnen regeren. Voor successen of falen kunnen we ook denken aan extreem verschillende ‘oplossingen’ zoals met Tjipras in Griekenland of May In het VK.

De EU lijkt door de hier en daar bestaande drang van een land om uit te treden dan wel om door ernstig falen uitgezet te worden alleen maar kleiner te kunnen worden met leden die nog wel echt met elkaar willen blijven samenwerken. (Zie ook mijn column Onguur politiek weer) waarbij een Duitse leider, als vertegenwoordiger van het machtigste Europese land, wellicht nieuwe dimensies voor een beter Europa kan scheppen. Bijvoorbeeld de ‘ groene’ Wilfried Kretschmann als kanselier in een coalitie met Christen Democraten, zoals dat nu al het geval is in deelstaat Baden Wuertemberg. Hij is een van de meest populaire politici bij onze buren en nog relatief onbeschadigd.  Daarbij zullen gedurfde maatregelen moeten worden genomen om EU problemen als immigratie, werkloosheid, het verzwakte financiële systeem en gebrek aan economische groei onder controle te krijgen.

De politieke wereld om ons heen zal dus zo beschouwd binnen enkele jaren er geheel anders uitzien, zonder veel van de huidige leiders en hun naaste omgeving, hopelijk nog steeds merendeels in constructief vaarwater.