Tot de aanslagen van Charlie Hebdo afgelopen week was de gemiddelde burger in de veronderstelling dat Al Kaida op sterven na dood was. Dit is (financieel gezien) tot op zekere hoogte waar, maar dat neemt niet weg dat Al Kaida zich onder leiding van Ayman al-Zawahiri ontpopt heeft tot succesvolle franchise. Zo hield de beste man zich de laatste tijd voornamelijk bezig met het inlijven van nationalistische bewegingen zoals Al Shabaab in Somalië en de overkoepelende organisatie Ansar al-Shari’a in Jemen. Dus als ze hier zo druk mee zijn, vanwaar dan een aanslag in het Westen? Is de animositeit tussen ISIS en Al Kaida werkelijk zo groot dat ze concurreren om fanboys op Westers grondgebied? 

Om meer inzicht te krijgen in Al Kaida anno 2015 is het nodig om te kijken hoe Al-Zawahiri, de opvolger van Bin Laden, de boel heeft bestuurd. Hij besefte dat de zeer versplinterde organisatie (de ons welbekende ‘celstructuur’) wel eens tegen de bestendigheid van de organisatie zou kunnen werken. De afgelopen jaren heeft Al-Zawahiri deze cellen proberen samen te voegen binnen diverse lokale branches, zoals die op het Arabische schiereiland (ook wel bekend als AQAP – Al-Qaeda Arabic Peninsula), Al Shabaab (Somalië) en al-Nusra (Syrië). Toch was Al Kaida onder Bin Laden meer gecentraliseerd. Bin Laden had dan wel minder contact met zijn baasjes, hij plande zijn organisatie wel veel meer dan Al-Zawahiri. Tegelijkertijd was het schaarse contact met zijn bovenste bestuurslaag wel face-to-face en moet niet vergeten worden dat deze bovenste laag van Al Kaida veelal bestond uit oude strijdmaatjes uit de oorlog in Afghanistan van de jaren ’80.

Al-Zawahiri betaalt niet

Waar Bin Laden er een meer gecentraliseerd bestuur er op na hield, koos Al-Zawahiri (met minder geld) voor een You-on-Your-Own (YOYO)-structuur. Hier zit een risico in: het is moeilijker voor lokale baasjes om te luisteren naar Al-Zawahiri wanneer de beste man je niet betaalt. Tegelijkertijd, en dit is een veel gehoorde klacht onder lokale leiders, is het topmanagement van Al Kaida steeds slechter te bereiken. Dat is ook niet zo gek als je weet dat het de communicatie is geweest die je letterlijk en figuurlijk de das om heeft gedaan: in de periode 2008-2011 is de Al Kaida-leiding in Pakistan flink uitgedund door drone-aanvallen. Toch zorgt dit wel voor problemen: zo deed de militaire leider van Al Nusra onlangs zijn beklag in een brief. Sinds het uitroepen van het kalifaat reageert Al-Zawahiri niet meer op herhaaldelijke verzoeken om contact en instructies vanuit Al Nusra, en staan deze dus feitelijk alleen.

Laat Al Nusra nou toevallig ook de enige Al Kaida-gelieerde factie zijn die in openlijk gewapend conflict is met ISIS. Zeker, ISIS probeert facties aan zich te binden binnen de internationale radicale gemeenschap, maar tot nu toe bestaat deze binding vooral uit het uitspreken van steun in plaats van het uitoefenen van fysieke loyaliteit aan het Kalifaat. Hierbij moeten we denken aan lokale, aan Al Kaida gelieerde islamitische milities zoals Ansar Bayt al-Maqdis (ABM) in Eygpte, gewapende milities in Gaza, Ansar al-Sharia in Libya (ASL), Ansar al-Sharia in Tunisia (AST), zelfs tot Boko Haram aan toe. Dit heeft te maken met de bayat, een religieuze eed die de strijders bindt aan een bepaalde leider. Het is zowel in het belang van ISIS als Al Kaida om zich aan deze eed te houden, anders kan het de interne loyaliteit binnen de organisaties ondermijnen. Omdat de bayat is gelieerd aan de leider, en niet aan de organisatie, zou het dus zomaar kunnen dat wanneer  Al-Zawahiri het leven zou laten, alle Al Kaida-groepen onder zijn franchise zich zouden kunnen verbinden aan ISIS. Hier heeft Al-Zawahiri, een ‘oude garde’ jihadist, uiteraard niet zoveel zin in.

Elkaar de tent uit vechten

Rivaliserende jihadistengroeperingen zijn altijd een voordeel: zolang ze vooral bezig zijn met elkaar de tent uitvechten, kunnen ze geen voorbereidingen treffen voor een tweede 9/11. Toch is teveel rivaliteit – en dit is waarschijnlijk het gedeelte wat de Westerse inlichtingendiensten hebben onderschat – een risico voor het Westen. Juist dan is het namelijk zaak om momentum te creëren voor je eigen organisatie, om te laten zien waar je toe in staat bent, en zo aan te tonen dat je “er nog toe doet”. Dat zou de relatief kleinschalige (doch high impact) aanval op Charlie Hebdo kunnen verklaren als een soort show of force van Al Kaida, temeer omdat “aanslagen in het Westen” altijd al een Al Kaida-specialiteit is geweest.

Tot voor de aanslag op Charlie Hebdo wist Al Kaida nog voort te bouwen op de erfenis van Bin Laden: de angst voor een aanslag is in het Westen nooit helemaal weggeweest, waarbij de twee echte lone wolfs van de Boston Bombing goed van pas kwamen om dat gevoel vast te houden. Deze werkten zelfstandig, maar hadden wel hun idee voor een snelkookpanbom opgedaan in Inspire Magazine, de internetglossy van Al Kaida. De investering vanuit Al Kaida voor deze aanslag is dus minimaal geweest, het effect was tegelijkertijd groot genoeg om Al Kaida niet helemaal te kunnen vergeten in het Westen. De terreurorganisatie had er baat bij om hun professionaliteit, mede mogelijk gemaakt dankzij een trainingskamp in Jemen, te etaleren en deze in schril contrast te plaatsen met de recentelijke aanslagen vanuit ISIS op Westers grondgebied, die feitelijk neerkwamen op in het wild schietende amateuristische mafklappers, zoals de uit Syrië teruggekeerde jihadist die in het Joods Museum te Brussel vorig jaar ogenschijnlijk slecht voorbereid een ‘rommelige’ aanslag pleegde. Dus hoewel ISIS en Al Kaida minder in competitie met elkaar zijn dan we denken, neemt dit niet weg dat laatstgenoemde – als ‘oude garde jihadisten’ – niet bereid zijn om het verlies van hun hegemonie zonder slag of stoot te accepteren. Helaas lijken die slagen en stoten (ook) in het Westen te worden uitgedeeld.